<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T10:16:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11627951</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10988">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T10:10:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10988 Rechtbank Amsterdam , 23-12-2025 / 11627951</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10988:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde zou de huurauto te laat hebben ingeleverd die hij in het kader van een pechhulpverzekering had gebruikt. De kantonrechter wijst de vorderingen af, nu niet vastgesteld kan worden dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen partijen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10988:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11627951 \ CV EXPL  25-5283</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 23 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AUTOVERHUUR NEDERLAND B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Lelystad,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Autoverhuur Nederland,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 26 maart 2025, met producties<?linebreak?>- het proces-verbaal van het mondeling antwoord;</para>
      <para>- het instructievonnis van 27 mei 2025;<?linebreak?>- de conclusie van repliek, tevens houdende akte wijziging eis, met één productie;<?linebreak?>- de conclusie van dupliek;</para>
      <para>- de rolmededeling van 16 september 2025;</para>
      <para>- de akte van Autoverhuur Nederland.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is op 7 mei 2023 bij Autoverhuur Nederland op kantoor geweest, omdat zijn eigen voertuig defect is geraakt. Op basis van de pechhulpverzekering die [gedaagde] heeft bij Centraal Beheer op zijn voertuig, heeft hij recht op kosteloos vervangend vervoer in een dergelijke situatie. Autoverhuur Nederland heeft in dit kader een voertuig uit de genaamde “B-categorie” meegegeven aan [gedaagde] . Het voertuig is uiteindelijk op 25 mei 2023 opgehaald bij [gedaagde] door Autoverhuur Nederland. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Autoverhuur Nederland vordert – kort gezegd, na wijziging van eis – [gedaagde] te veroordelen om te betalen:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>€ 1.110,70 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 18 juli 2025 tot en met de dag van algehele voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 166,61 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 155,58 aan vervallen wettelijke rente, berekend tot en met 17 juli 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>e proceskosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Autoverhuur Nederland stelt dat [gedaagde] de auto te laat heeft ingeleverd. Uit de overeenkomst volgt dat de auto vóór 10 mei 2023 om 17:00 uur ingeleverd diende te zijn. Uit de overeenkomst volgt ook dat voor iedere dag dat de auto te laat was ingeleverd, een bedrag van € 67,00 extra verschuldigd zou zijn. [gedaagde] is deze extra kosten verschuldigd. Ook heeft [gedaagde] de auto niet volgetankt, hoewel dit wel is overeengekomen. Uit de overeenkomst volgt dat Autoverhuur Nederland een bedrag van € 30,25 boven op de benzinekosten in rekening mag brengen. Ten slotte heeft [gedaagde] een boete gereden, waarvoor € 15,00 aan administratiekosten in rekening zijn gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent dat hij de auto in ontvangst heeft genomen, maar betwist dat de handtekening op de overeenkomst van hem is. Hij heeft enkel zijn rijbewijs laten zien. De handtekening verschilt ook van die op zijn rijbewijs. [gedaagde] stelt verder dat hij niet wist dat hij de auto maar drie dagen in bezit mocht hebben. De genoteerde adresgegevens op de overeenkomst zijn ook niet van [gedaagde] . De boete heeft [gedaagde] nooit ontvangen, hoewel het wel zou kunnen dat hij die heeft gereden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Vast staat dat [gedaagde] de auto in ontvangst heeft genomen op 7 mei 2023 als vervangend vervoer in het kader van zijn pechhulpverzekering. [gedaagde] heeft betwist dat hij de door Autoverhuur Nederland overgelegde overeenkomst heeft gezien of ondertekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De overgelegde schriftelijke huurovereenkomst is een onderhandse akte zoals bedoeld in artikel 156 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Toch levert die huurovereenkomst in dit geval geen bewijs op van de daarin vastgelegde afspraken, omdat [gedaagde] de authenticiteit van de handtekening onder de huurovereenkomst stellig heeft betwist en nog niet is bewezen van wie de ondertekening afkomstig is. Dat alles volgt uit artikel 159 Rv. De kantonrechter merkt in dit kader nog op dat de handtekening op de overeenkomst in het geheel niet lijkt te op de handtekening op het rijbewijs. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Nu aan de door Autoverhuur Nederland overgelegde overeenkomst geen dwingende bewijskracht toekomt, blijkt uit niets dat [gedaagde] zelf een huurovereenkomst is aangegaan met Autoverhuur Nederland. Autoverhuur Nederland heeft geen andere feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat [gedaagde] het aanbod tot huur van de auto heeft aanvaard, dan wel dat Autoverhuur Nederland redelijkerwijs mocht begrijpen dat [gedaagde] als huurder wilde optreden. Dat [gedaagde] de auto heeft gebruikt, is daarvoor onvoldoende, nu het initiële gebruik voortvloeide uit de door de verzekeraar geregelde pechhulpverlening. In situaties als deze is het bovendien niet ongewoon dat niet de verzekerde, maar de verzekeraar als contractspartij van de verhuurder optreedt. Verder vermeldt de interne notitie, waarover hieronder meer, als “naam contract”: <emphasis role="italic">EuroCross</emphasis>. Er kan dus niet worden aangenomen dat [gedaagde] de huurder is van de auto.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Voor zover Autoverhuur Nederland stelt dat uit een interne notitie blijkt dat [gedaagde] op de hoogte was van het feit dat hij, op grond van afspraken of gebruiksregels, de auto maar drie dagen mocht gebruiken, slaagt dit niet. Uit de tekst van de notitie valt niet op te maken of [gedaagde] bij aanvang van het gebruik van de auto op de hoogte was over de maximale huurtermijn of dat hij pas op het moment van bellen, 24 mei 2023, op de hoogte is geraakt van de maximale huurtermijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Autoverhuur Nederland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 117,50 (€ 50,00 aan verletkosten en € 67,50 aan nakosten).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Autoverhuur Nederland in de proceskosten van € 117,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Autoverhuur Nederland niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H.I. Hoestra.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>61289</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>