<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T11:25:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/065111-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T10:30:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10928 Rechtbank Amsterdam , 12-09-2025 / 13/065111-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>deels bekennende verklaring, medeplegen twee keer diefstal met braak uit auto en medeplegen diefstal autobanden en velgen en twee pogingen tot diefstal, overschrijding redelijke termijn met bijna 9 maanden, hoofdelijk aansprakelijk voor schade, taakstraf 160 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk, proeftijd 1 jaar</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6389a735-279c-4b08-b273-24d600a0abaa" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/065111-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres</para>
      <para>
        [adres] .</para>
      <para>(hierna: <emphasis role="italic">verdachte</emphasis>)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. D. Jironet-Loewe, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. W.P.A. Vos, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort weergegeven – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1, primair</emphasis>
      </para>
      <para>het medeplegen van diefstal met braak van een boek en geld (10 euro) van [aangever 1] in periode 29 juli 2022 tot en met 30 juli 2022 in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1, subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>een poging tot het medeplegen van diefstal met braak van een boek en geld (10 euro) van [aangever 1] in periode 29 juli 2022 tot en met 30 juli 2022 in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>een poging tot het medeplegen van diefstal met braak van autobanden en velgen van [aangever 2] in periode 15 oktober 22 tot en met 16 oktober 2022 in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>het medeplegen van diefstal met braak van banden en velgen van [aangever 3] op <?linebreak?>22 oktober 2022 in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>het medeplegen van diefstal met braak van een tas, koffer en apparatuur van [aangever 4] op 22 oktober 2022 in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 5</emphasis>
      </para>
      <para>een poging tot het medeplegen van diefstal met braak van autobanden en velgen van Politie Nederland op 14 december 2022 in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle (primair) ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1, primair niet kan worden bewezen. Verdachte heeft bekend dat hij de auto heeft doorzocht. Hij heeft echter ontkend dat hij goederen heeft weggenomen. De onder feit 1, subsidiair tenlastegelegde poging tot diefstal kan worden bewezen. De overige feiten kunnen eveneens worden bewezen met uitzondering van de weggenomen goederen onder feit 4. Verdachte heeft verklaard dat hij alleen een tas met kleding uit de auto heeft weggenomen. Voor de overige tenlastegelegde goederen onder feit 4 moet verdachte partieel te worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat alle (primair) tenlastelegde feiten zijn bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1, primair (diefstal uit auto [aangever 1] )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte op de zitting bekend dat hij een van de personen is die in het voertuig van aangever [aangever 1] heeft ingebroken, maar hij heeft ontkend dat hij een briefje van 10 euro of andere goederen heeft weggenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever dat een briefje van 10 euro en een boekje uit haar auto zijn weggenomen. Dat de auto niet alleen is doorzocht, blijkt ook uit de camerabeelden. Te zien is dat een voorwerp uit de auto in de struiken aan de overkant van de straat wordt gegooid. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat verdachte de inbraak samen met een ander heeft gepleegd en dat voor een bewezenverklaring in dit geval niet ter zake doet of het verdachte zelf of zijn mededader is geweest die de spullen uit de auto heeft gepakt. De rechtbank verwerpt het verweer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 4 (diefstal uit auto [aangever 4] )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij alleen een tas met kleding uit de auto heeft weggenomen. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Op de camerabeelden is te zien dat de medeverdachte uit de achterbak een tas en een koffertje pakt en deze aan verdachte geeft, waarna zij deze goederen in de achterbak van hun eigen auto leggen. Vervolgens doorzoeken ze nogmaals de auto en gooit verdachte nog een voorwerp vanuit de auto van aangever in de achterbak van hun auto.</para>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis> vervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen, bewezen dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1, primair</emphasis>
      </para>
      <para>hij in de periode 29 juli 2022 tot en met 30 juli 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een boek en geld (biljet van 10 EUR) die aan [aangever 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>hij op 15 oktober 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om (auto)banden en/of velgen, in elk geval enig goed, dat/die aan [aangever 2] , toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    </parablock>
    <para>- zich naar dat voertuig hebben begeven en</para>
    <para>- ( andere) autobanden achter dat voertuig hebben neergelegd en</para>
    <para>- enkele bouten van de banden/velgen van dat voertuig hebben losgemaakt,</para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>hij op 22 oktober 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, meerdere banden en/of velgen, die aan [aangever 3] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>hij op 22 oktober 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een tas (met inhoud) en een koffer en apparatuur, die aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader, toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 5</emphasis>
      </para>
      <para>hij op 14 december 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om (auto)banden en/of velgen, in elk geval enig goed, dat/die aan Politie Nederland toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    </parablock>
    <para>- zich naar dat voertuig hebben begeven en</para>
    <para>- de banden en velgen te bekijken en</para>
    <para>- handelingen bij dat voertuig te verrichten</para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straf en maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht om het onvoorwaardelijke deel van de taakstraf te matigen en rekening te houden met een overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich, steeds samen met een ander, op verschillende tijdstippen schuldig gemaakt aan diefstal met braak van goederen uit twee auto’s, een diefstal van autobanden en velgen van een derde auto en twee pogingen tot diefstal. Gelet op de wijze waarop deze diefstallen, dan wel de pogingen tot diefstal, hebben plaatsgevonden, moet sprake zijn geweest van een vooropgezet plan. Met de diefstallen heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de aangevers. Bovendien zijn het ergerlijke feiten die voor overlast zorgen bij de eigenaren van de auto’s en zorgen voor een gevoel van onveiligheid voor de buurtbewoners.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 17 juli 2025 blijkt dat hij de afgelopen vijf jaar twee keer voor vermogensfeiten is veroordeeld waarvoor een geldboete is opgelegd, waarvan één geldboete voorwaardelijk. Verder blijkt uit het strafblad dat verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd tijdens een proeftijd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting zoals door rechtbanken onderling afgesproken (LOVS). Het oriëntatiepunt voor diefstal uit een auto vermeldt in het geval van recidive een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt bij de strafoplegging eveneens rekening met de omstandigheid dat de redelijke termijn is overschreden met bijna negen maanden. Verdachte is immers op 20 december 2022 in verzekering gesteld en deze termijn van twee jaar is op dat moment aangevangen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op al het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie. De rechtbank acht een taakstraf van 160 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen wordt verdachte gecompenseerd voor de overschrijding van de redelijke termijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [aangever 4] vordert € 1.428,64 aan vergoeding van materiële schade en € 750,- aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. Het bedrag aan materiële schade bestaat uit de volgende posten; € 63,- reiskosten, € 250,- tas met onder andere kabels, muis en opladers en € 1.115,64 apparatuur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot vergoeding van materiële schade geheel kan worden toegewezen, met uitzondering van de reiskosten, en dat het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade moet worden gematigd tot € 350,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade onvoldoende is onderbouwd en dat de benadeelde partij voor dit deel van zijn vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De goederen waarvan vergoeding wordt verzocht komen niet overeen met de goederen in de aangifte. Voorts heeft zij heeft verzocht de vergoeding van immateriële schade te matigen naar € 150,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 4 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de benadeelde partij in zijn vordering van de reiskosten niet-ontvankelijk verklaren, omdat deze post niet is onderbouwd. Voor het overige deel van de materiële schade is de vordering voldoende onderbouwd om voor toewijzing in aanmerking te komen. Voor de tas met kabels geldt dat de precieze inhoud niet kan worden vastgesteld en dat voor deze tas met kabels en de apparatuur de dagwaarde niet kan worden bepaald. De rechtbank maakt daarom gebruik van haar schattingsbevoegdheid en schat de schade op een bedrag van € 1.100,-. Voor het overige deel zal de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen, omdat de grondslag daarvoor ontbreekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank concludeert dat de vordering tot vergoeding van materiële schade zal worden toegewezen tot een bedrag van in totaal € 1.100,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het belang van [aangever 4] wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarbij de betalingsverplichting hoofdelijk aan verdachte opleggen, omdat hij de feiten met zijn mededader heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is. Indien de mededader een deel van het bedrag betaalt, is verdachte niet langer gehouden om dat deel te betalen (en vice versa).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1, primair, feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2, feit 5</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">telkens: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">160 (honderdzestig</emphasis>) <emphasis role="bold">uren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 80 (tachtig) dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte, groot <emphasis role="bold">60 (zestig) uren</emphasis>, van deze taakstraf <emphasis role="bold">niet ten uitvoer gelegd</emphasis> zal worden, tenzij later anders wordt bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst</emphasis> de vordering van de benadeelde partij [aangever 4] gedeeltelijk <emphasis role="bold">toe</emphasis> tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.100,-</emphasis> (zegge: elfhonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 oktober 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart [aangever 4] voor het overige (€ 328,64) niet-ontvankelijk in zijn vordering tot vergoeding van materiële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering tot vergoeding van immateriële schade (€ 750,00) af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangever 4] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op <emphasis role="italic">nihil.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 4] <emphasis role="bold">aan de Staat</emphasis> € 1.100,- (zegge: elfhonderd euro) <emphasis role="bold">te betalen</emphasis>, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 21 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M.R.J. van Wel, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.M.R. Vastenburg en M. Smayel, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. Madiol, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [(...)]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>