<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T12:15:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-260658-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10871">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T11:55:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10871 Rechtbank Amsterdam , 31-12-2025 / 13-260658-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10871:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen. Overlevering geweigerd. In de tussenuitspraak van 17 december 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB, deels over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW en over de strafbaarheid van het feit. Artikel 12 OLW. Onder verwijzing van de tussenuitspraak is een vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld. De rechtbank stelt vast dat er geen antwoorden zijn ontvangen op de gestelde vraag, zodat niet kan worden beoordeeld of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. De overlevering wordt daarom geweigerd. De rechtbank ziet geen reden om van weigering af te zien.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10871:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-260658-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 31 december 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 6 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_155fa63e-837d-4e2a-8a76-7f60943d36d0" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 6 april 2017 door <emphasis role="italic">the District Court of Legnica - III Criminal Department (Sąd Okręgowy w Legnicy - III Wydzial Karny)</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] (Polen), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier in Nederland,</para>
      <para>nu gedetineerd in [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 3 december 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 3 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_532ab104-9488-49e8-8571-2be15cd90d11" /> Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenuitspraak van 17 december 2025</emphasis>
      </para>
      <para>In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het dossier aan te vullen met informatie over de vraag of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen.<footnote-ref linkend="_fa174cda-8be7-473a-9e13-3b46b408a5c6" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 31 december 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is - met toestemming van partijen - voortgezet in gewijzigde samenstelling op de zitting van 31 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is wederom verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Jonker, waarnemend voor mr. M. de Klerk, beiden advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De tussenuitspraak van 17 december 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3), deels over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (paragraaf 4), en over de strafbaarheid van het feit (paragraaf 5). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in paragraaf 4 van de tussenuitspraak van 17 december 2025.<footnote-ref linkend="_08cdce9e-90ca-487a-95f7-8d9b5de3b6b5" /> De overwegingen in deze paragraaf worden hier eveneens als herhaald en ingelast beschouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het bijzonder brengt de rechtbank in herinnering dat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen dat de Duitse veroordelingen van 17 december 2014 (<emphasis role="italic">case ref. 7Cs170Js42176/14</emphasis>) en 28 mei 2025 (<emphasis role="italic">case ref. 14Cs 170Js12077/15</emphasis>) mede aanleiding zijn geweest voor de beslissing tot tenuitvoerlegging van de straf die is opgelegd bij de beslissing van <emphasis role="italic">the Regional Court of Legnica </emphasis>van 14 november 2016. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat deze Duitse veroordelingen onder de reikwijdte van artikel 12 OLW vallen. De rechtbank beschikte echter niet over de voor deze toets benodigde informatie, zodat op dat moment niet kon worden beoordeeld of de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedures die tot de Duitse veroordelingen hebben geleid, in acht zijn genomen. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en gelijk geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het dossier aan te vullen met informatie over de vraag of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In een mailbericht van 18 december 2025 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC), onder verwijzing naar de tussenuitspraak, de volgende vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Could you fill in and return the model form of section D included as an annex to this email with regard to the judgements of the Courts in Germany (judgement of 17.12.2014, case ref. 7Cs170Js42176/14 and the jjudgement of 28.05.2015, case ref. 14Cs 170Js12077/15) by which Mr. [de opgeëiste persoon] was convicted of these new criminal offences?”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat er geen antwoorden zijn ontvangen op de gestelde vraag, zodat niet kan worden beoordeeld of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. De rechtbank is dan ook met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW moet worden geweigerd. De rechtbank ziet geen reden om van weigering af te zien in deze zaak. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 12 van de Overleveringswet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court of Legnica - III Criminal Department (Sąd Okręgowy w Legnicy - III Wydzial Karny)</emphasis>, Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> de overleveringsdetentie van opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. I. Verstraeten, voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en M. Scheeper, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_155fa63e-837d-4e2a-8a76-7f60943d36d0" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_532ab104-9488-49e8-8571-2be15cd90d11" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa174cda-8be7-473a-9e13-3b46b408a5c6" label="3">
    <para> Rb. Amsterdam 17 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10140.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08cdce9e-90ca-487a-95f7-8d9b5de3b6b5" label="4">
    <para> Rb. Amsterdam 17 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10140.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>