<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10807</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T12:41:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1322524525</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10807">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10807</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T11:41:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10807 Rechtbank Amsterdam , 18-12-2025 / 1322524525</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10807:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vervolgingsEAB Spanje, artikel 6 OLW, geen gelijkstelling, overlevering toestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10807:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-225245-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 18 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">  UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 13 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_96aa6e01-be4c-4c82-ab31-c71f74a4d14b" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 30 september 2019 door <emphasis role="italic">the Court of First Instance and Investigation no. 1 in O Carballiño,</emphasis> Spanje, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek),</para>
      <para>	inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>	[BRP-adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.R. Heerenveen namens mr. J.T. Brassé, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Spaanse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_cbbe6bc7-3cf3-4113-b501-28d9b8db97af" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Dominicaanse nationaliteit heeft. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">3. 	Grondslag en inhoud van het EAB</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 21 augustus 2019. Uit het zogenoemde A-formulier volgt dat dit aanhoudingsbevel eveneens is uitgevaardigd door <emphasis role="italic">the Court of First Instance and Investigation no. 1 in O Carballiño </emphasis>waarbij wordt verwezen naar de procedure met kenmerk Diligencias Previas 132/2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Spaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_e600cce3-1d7c-4a98-88b4-bfc09f8bebb3" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	georganiseerde of gewapende diefstal.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander en dat een terugkeergarantie dient te worden opgevraagd. Hiertoe zijn verklaringen van familieleden en vrienden, een arbeidsovereenkomst, informatie over een lopende naturalisatieprocedure en een stuk ten bewijze van de opening van een Nederlandse betaalrekening overgelegd. Subsidiair vraagt de raadsvrouw om aanhouding van de zaak zodat zij meer tijd heeft om de beschikbare stukken waarmee het beroep op  gelijkstelling kan worden onderbouwd, te verzamelen en over te kunnen leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de opgeëiste persoon niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander. De opgeëiste persoon heeft zich in september 2022 voor het eerst in Nederland ingeschreven in de Registratie niet-ingezetenen (RNI) en vervolgens in oktober 2022 een bankrekening geopend. Onduidelijk is waar de opgeëiste persoon in de periode daarvoor heeft verbleven en of hij voldoende inkomsten heeft gehad. De officier van justitie verzet zich daarnaast tegen aanhouding van de zaak omdat de stukken te laat zijn aangeleverd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 6, derde lid, OLW bepaalt dat bewijstukken ter onderbouwing van een gelijkstellingsverweer tijdig voorafgaand aan het verhoor door de rechtbank moeten worden overgelegd. De rechtbank heeft de noodzaak van een tijdige (en geordende) aanlevering van stukken ook in meerdere uitspraken benadrukt, mede gelet op de termijn waarbinnen de rechtbank geacht wordt een beslissing te nemen op het overleveringsverzoek. Volgens vaste jurisprudentie van deze rechtbank moeten stukken ter onderbouwing van een beroep op gelijkstelling in beginsel uiterlijk tien dagen voorafgaand aan de zitting te worden overgelegd.<footnote-ref linkend="_935034d4-9d07-4528-815d-d395e010163b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de raadsvrouw de stukken niet tijdig aan de rechtbank heeft doen toekomen. Behoudens de stukken die al bij gelegenheid van het verzoek tot schorsing en die bij e-mail van 24 november 2025 zijn overgelegd, heeft de rechtbank overige stukken zoals verklaringen van familieleden en vrienden pas tijdens de zitting ontvangen. Bovendien zijn de gelijkstellingsstukken niet voorzien van een duidelijke leeswijzer en zonder de daaraan door de raadsvrouw verbonden conclusies ten aanzien van het onafgebroken verblijf van de opgeëiste persoon en de rechtmatigheid daarvan per jaar. De verklaringen worden dus buiten beschouwing gelaten. Het aanhoudingsverzoek wordt afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten overvloede merkt de rechtbank op dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat de opgeëiste persoon ten minste vijf jaren onafgebroken en rechtmatig in Nederland verblijft. De duur van het verblijf moet door de rechtbank <emphasis role="italic">ex nunc</emphasis> worden beoordeeld, dus de opgeëiste persoon moet op het moment van de uitspraak (dus op 18 december 2025) aan de voorwaarden voor gelijkstelling voldoen. Dat is niet het geval. De opgeëiste persoon heeft zich voor het eerst in Nederland ingeschreven in de RNI op 29 september 2022 en vervolgens op 3 maart 2025 in de Basisregistratie Personen (BRP). Het is de rechtbank niet duidelijk waar de opgeëiste persoon in de periode voor september 2022 heeft verbleven. De opgeëiste persoon heeft niet met objectieve stukken  onderbouwd dat hij gedurende vijf jaar in Nederland heeft gewerkt en gewoond en gedurende die periode reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht die niet louter marginaal en bijkomstig is. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Court of First Instance and Investigation no. 1 in O Carballiño,</emphasis> Spanje, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.R.P.J. Davids,	  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.W. Speksnijder en M. Scheeper,						  rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau,		             			    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_96aa6e01-be4c-4c82-ab31-c71f74a4d14b" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbbe6bc7-3cf3-4113-b501-28d9b8db97af" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e600cce3-1d7c-4a98-88b4-bfc09f8bebb3" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_935034d4-9d07-4528-815d-d395e010163b" label="4">
    <para> Zie bijv. Rb Amsterdam 6 april 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:2560 en Rb Amsterdam 2 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5005.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>