<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T12:21:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/147868-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10797">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T11:03:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10797 Rechtbank Amsterdam , 30-12-2025 / 13/147868-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10797:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB uit Polen. Artikel 11 OLW: algemene reële gevaar weggenomen voor de opgeëiste persoon. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10797:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/147868-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 30 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 21 december 2017 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_782ed9a1-c384-4e3f-9076-b6c6dac09183" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 20 december 2004 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Warsaw, XVIII</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Penal Division</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding</para>
      <para>en overlevering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren op [geboortedag] 1958 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[BRP-adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 28 augustus 2018</emphasis>
      </para>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 augustus 2018. De zitting heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. B.Th. Nooitgedagt, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst tot 11 september 2018. Op die datum heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de uitspraakdatum op 25 september 2018 bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak van 25 september 2018</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_2afe38e9-7fe7-4f4a-93c6-80fd5add4833" />
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 25 september 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor bepaalde tijd geschorst tot 4 oktober 2018, omdat zij meer tijd nodig had voor haar uitspraak.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak van 4 oktober 2018</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_3ad5e3e8-77d8-42d8-a5ab-de3af631833a" />
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 4 oktober 2018 heeft de rechtbank aan de hand van het toen geldende recht geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van het feit en de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. Daarnaast heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de door de rechtbank geformuleerde vragen over de Poolse rechtsstaat voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 17 januari 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van</para>
      <para>17 januari 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.Th. Nooitgedagt. De rechtbank heeft de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om het dossier aan te vullen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken.<footnote-ref linkend="_2eeec73c-0c96-492b-b2c5-e2684f1438a3" /> Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.<footnote-ref linkend="_ee59af66-65ef-4d94-b757-008e283b9090" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 30 september 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van</para>
      <para>30 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.Th. Nooitgedagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak van 14 oktober 2025</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_15e6f357-7374-4b80-84bd-8665476e3b40" />
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank geoordeeld over de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW, de detentieomstandigheden en het vastgestelde algemene gevaar ten aanzien van de Poolse rechtsstaat. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over de detentieomstandigheden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 16 december 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het EAB met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 16 december 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.Th. Nooitgedagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraken van 4 oktober 2018 en 14 oktober 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenuitspraak van 4 oktober 2018 heeft de rechtbank reeds geoordeeld over onder meer de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de strafbaarheid van het feit (onder 4), de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (onder 5) en over de toetsing aan artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) (onder 6). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank geoordeeld over de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (onder 3) en artikel 11 OLW voor wat betreft artikel 47 Handvest (onder 4.1) en de detentieomstandigheden in Poolse <emphasis role="italic">remand prisons</emphasis> (onder 4.2).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Poolse remand regimes <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit een brief verstrekt van 24 november 2025, afkomstig van de <emphasis role="italic">Deputy director of Warszawa-Słuzewiec Arrest Centre. </emphasis>Daarin staat onder meer het volgende vermeld::</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"In the event that the Dutch national, [opgeëiste persoon] , is surrendered under a European Arrest Warrant, this penitentiary unit guarantees that he will spend a minimum of two hours per day outside his cell, including in situations where he expresses a desire to participate in optional activities, use the common room, or a walk."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 25 november 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bovendien per brief de volgende aanvullende informatie verstrekt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) the Court kindly informs you that all other information previously provided remains valid, including that relating to the floor space of a residential cell designated for one inmate.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de aanvullende informatie van 24 en 25 november 2025 onvoldoende antwoord geeft op de vragen die zijn opgenomen in de tussenuitspraak van 14 oktober 2025, met name ten aanzien van de geformuleerde punten op pagina 7 van de tussenuitspraak. Daarom moet geen gevolg worden gegeven aan het EAB en moet de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard. De raadsman doet subsidiair een verzoek tot aanhouding om aanvullende vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten over de detentieomstandigheden. De raadsman verzoekt in dat geval ook een vraag te stellen over de mogelijkheid van contact met de buitenwereld, hetgeen van cruciaal belang is voor een gedetineerde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de aanvullende informatie van 24 en 25 november 2025 het algemene gevaar op schending van grondrechten in detentie in het Poolse <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> voor de opgeëiste persoon wegneemt. De Poolse autoriteiten garanderen in de aanvullende informatie dat de opgeëiste persoon twee uur per dag buiten de cel kan verblijven. Het feit dat de Poolse autoriteiten geen antwoord hebben gegeven op de overige vragen uit de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 vormt geen probleem, omdat die antwoorden pas relevant worden wanneer de Poolse autoriteiten niet kunnen garanderen dat de opgeëiste persoon twee uur per dag buiten de cel kan doorbrengen. De detentieomstandigheden staan dus niet langer aan overlevering in de weg.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank moet beoordelen of, gelet op de aanvullende informatie, het algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand regime </emphasis>in Polen terechtkomen voor de opgeëiste persoon is weggenomen. De rechtbank overweegt in dit kader als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank al vastgesteld dat aan de opgeëiste persoon na overlevering een persoonlijke celruimte van minimaal 3 m2, exclusief sanitair, in een meerpersoonscel ter beschikking staat. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft deze garantie herhaald in de brief van 25 november 2025. Met de aanvullende informatie van 24 november 2025 hebben de Poolse autoriteiten voorts gegarandeerd dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Ook deze garantie is door de uitvaardigende justitiële autoriteit herhaald in de brief van 25 november 2025. Als gevolg hiervan is de rechtbank van oordeel dat het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Dat de uitvaardigende justitiële autoriteit niet is ingegaan op de op pagina 7 van de tussenuitspraak geformuleerde punten doet hieraan niet af. Zoals de rechtbank in die tussenuitspraak heeft overwogen, komen die punten pas aan de orde als de uitvaardigende justitiële autoriteit niet de garantie heeft kunnen geven dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot het verzoek van de raadsman om aanvullende vragen te stellen over de mogelijkheden voor de opgeëiste persoon om te communiceren met de buitenwereld, verwijst de rechtbank naar haar overwegingen in de tussenuitspraak van 14 oktober 2025. Uit de hierin weergegeven aanvullende informatie van 12 september 2025 blijkt dat de uitvaardigende justitiële autoriteit al garanties heeft verstrekt over (de mate van voortvarendheid van) de behandeling van verzoeken voor contact met de buitenwereld. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in de aanvullende informatie van 25 november 2025 bevestigd dat deze informatie nog steeds van toepassing is. Het voorgaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Artikel 11 OLW staat niet aan de overlevering in de weg.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 6, 7 en 11 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Warsaw, XVIII Penal Division,</emphasis> Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M. Westerman,	  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en C.M.S. Loven,				   		 rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van V.C. Vermeulen,		                         		   	 griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_782ed9a1-c384-4e3f-9076-b6c6dac09183" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2afe38e9-7fe7-4f4a-93c6-80fd5add4833" label="2">
    <para> Niet gepubliceerd</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ad5e3e8-77d8-42d8-a5ab-de3af631833a" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2018:7042.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2eeec73c-0c96-492b-b2c5-e2684f1438a3" label="4">
    <para> Zie artikel 22 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee59af66-65ef-4d94-b757-008e283b9090" label="5">
    <para> De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_15e6f357-7374-4b80-84bd-8665476e3b40" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2025:7796.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>