<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10763</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-06T11:00:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/780009 / HA RK 25-440</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10763">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10763</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-06T09:38:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10763 Rechtbank Amsterdam , 11-12-2025 / C/13/780009 / HA RK 25-440</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10763:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek is kennelijk ongegrond. Een rechterlijke beslissing is geen grond tot wraking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10763:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 11 december 2025 op het op 26 november 2025 gedane en onder zaaknummer C/13/780009  HA/RK 25/440 ingeschreven verzoek van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
        <?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. A.T. van Vulpen,  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mr. K. Oldekamp-Bakker, rechter te Amsterdam, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 november 2025 met nummer C/13/778561 FA RK 25/8697. De mondelinge behandeling vond plaats naar aanleiding van het op 11 november 2025 ingediende verzoek van de officier van justitie strekkende tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). In het proces-verbaal is onder meer opgenomen dat verzoeker de rechter heeft gewraakt.  <?linebreak?></para>
      <para>De rechter berust niet in de wraking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en de gronden daarvan</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het proces-verbaal volgt dat verzoeker in de gelegenheid is gesteld een reactie te geven op het verzoek van de officier van justitie om ten behoeve van hem een zorgmachtiging te verlenen. Op een goed moment heeft de rechter verzoeker onderbroken en aan hem gevraagd of hij zijn verhaal beknopt kan houden. Ook heeft de rechter op dat moment gevraagd hoe het met verzoeker gaat. Verzoeker heeft toen gezegd dat de rechter naar hem moet luisteren omdat dit belangrijk is en dat hij de rechter zal wraken indien zij niet wil luisteren. Verzoeker is daarna verder gegaan met zijn verhaal, totdat de rechter heeft ingegrepen en gezegd heeft dat verzoeker een minuut krijgt om zijn verhaal samen te vatten. Verzoeker heeft toen gezegd dat hij geen eerlijk proces krijgt en dat hij de rechter wraakt omdat zij niet onpartijdig is. Nadien heeft de rechter verzoeker nogmaals de kans gegeven om beknopt zijn verhaal te doen, maar verzoeker ging hiermee niet akkoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn. <?linebreak?>3.2 	Het is de taak van de rechter om op een mondelinge behandeling de regie te voeren. Onder het voeren van regie moet worden verstaan dat op de mondelinge behandeling alle procesdeelnemers binnen de voor die behandeling uitgetrokken tijd aan het woord moeten komen. Uit het proces-verbaal kan worden opgemaakt dat de rechter verzoeker diverse keren heeft gemaand om ‘<emphasis role="italic">to the point</emphasis>’ te blijven. Dit zijn beslissingen van de rechter die geen grond voor wraking kunnen vormen. In dit verband wordt verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413) waarin – kort gezegd – is bepaald dat een rechterlijke beslissing nooit een grond voor een wraking kan zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De conclusie is dat het verzoek kennelijk ongegrond is. Een mondelinge behandeling van het verzoek kan achterwege blijven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- wijst het verzoek tot wraking af;</para>
      <para />
      <para>- bepaalt dat de procedure met nummer C/13/778561 FA RK 25/8697 wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>