<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10720</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-06T09:50:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/779595 / HA RK 25-423</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verschoning">Verschoning</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10720">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10720</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-06T09:10:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10720 Rechtbank Amsterdam , 01-12-2025 / C/13/779595 / HA RK 25-423</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10720:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verschoningsverzoek afgewezen. Hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat zij haar reeds in raadkamer van de MK-zaak gegeven oordeel niet kan en wil gebruiken in de EK-zaak en dat daarnaast de MK-zaak nog loopt, is ontoerekend om van (de geobjectiveerde schijn van) vooringenomenheid te spreken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10720:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Wrakingskamer</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het onder rekestnummer C/13/779595 / HA RK 25-423 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M.H. van Haeften</emphasis>, bestuursrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 december 2025 staat de zaak met kenmerk 25/1320 bij de rechter op een Enkelvoudige Kamer (EK)-zitting.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 november 2025 heeft de rechter met betrekking tot deze zaak een verschoningsverzoek ingediend.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat sprake is van een grond tot verschoning, omdat de inhoud van de zaak raakt aan een zaak die op dit moment in Meervoudige Kamer (MK)-verband voorligt. De rechter is onderdeel van die MK. In die MK-zaken is reeds één zittingsdag geweest en de raadkamer daarover heeft ook al plaatsgevonden. Zolang deze MK-zaken nog lopen, voelt de rechter zich niet volledig vrij om in een EK over een zaak te beslissen die daarmee raakvlakken heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 8:15 Awb genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit artikel 8:19 Awb valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Hierbij geldt dat een (eerdere) beslissing van een rechter een dergelijke grond niet kan opleveren. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van die beslissing in het licht van de omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als een blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (ECLI:HR:2028:1770). </para>
        <para>Hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat zij haar reeds in de raadkamer van de MK-zaak gegeven oordeel niet kan en wil gebruiken in de EK-zaak en dat daarnaast de MK zaak nog loopt is ontoereikend om van (de geobjectiveerde schijn van) vooringenomenheid te spreken. Het kan zijn dat het de rechter geraden voorkomt om de EK-zaak aan te houden in afwachting van de MK-uitspraak, maar een verzoek tot verschoning kan in dit geval niet worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De rechtbank:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para> wijst het verzoek tot verschoning af. </para>
      <para />
      <para> beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:20 Awb wordt toegezonden aan: </para>
      <parablock>
        <para> mr. J. Monster (verbonden aan Adviesburo Monster);</para>
        <para> mr. E.G. Blees;</para>
        <para> de rechter. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. I.M. Bilderbeek, <?linebreak?>leden, op 1 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>