<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-06T11:19:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-288454-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10573">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-06T11:19:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10573 Rechtbank Amsterdam , 24-12-2025 / 13-288454-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10573:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB uit Italie. Genoegzaamheidsverweer wegens het ontbreken van pleegplaats en onbepaalde pleegdatum verworpen. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10573:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-288454-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 24 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 16 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_51437050-2dca-4d07-8ae3-1bf1d718f871" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2024 door de Rechtbank van Palermo, Italië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold"> [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para> geboren in [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1994, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>gedetineerd in het [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 26 november 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 26 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Raza, advocaat in Rotterdam, en door een tolk in de Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_05c9712d-5b80-406f-b909-720adb26c1fe" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 4 december 2025</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_487536fe-f48d-4db3-8d83-83bfefe78ac0" />
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 4 december 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit te verzoeken om een aanvullende omschrijving van de strafbare feiten te verschaffen met, in ieder geval, informatie over het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 18 december 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het EAB, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 18 december 2025, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Raza, en door een tolk in de Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 4 december 2025  reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Genoegzaamheid  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie het EAB nog steeds niet genoegzaam is ten aanzien van drie van de vier feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht (<emphasis role="italic">charge</emphasis> 1, 8 en 26). Ten aanzien van <emphasis role="italic">charge </emphasis>1 vermeldt de aanvullende informatie dat de verdenking ziet op de periode van 2020 <emphasis role="italic">permanently. </emphasis>Nu dit dusdanig breed en onbepaald is, kan het specialiteitsbeginsel niet worden gewaarborgd. Datzelfde geldt ten aanzien van <emphasis role="italic">charge</emphasis> 8 en 26 nu de pleegplaatsen daar nog steeds ontbreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. Ten aanzien van feit 1 (<emphasis role="italic">charge </emphasis>1) heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit medegedeeld dat het feit continue zou zijn gepleegd vanaf 2020, dus tot op het moment van het uitvaardigen van het EAB. Ten aanzien van feit 2 en 4 (<emphasis role="italic">charge </emphasis>8 en 26) zijn de transacties dermate duidelijk omschreven, dat het specialiteitsbeginsel voldoende is gewaarborgd. Bovendien moeten de feiten in onderling verband met feit 1 worden bezien, waarvoor wel pleegplaatsen zijn genoemd. Ook kan het feit online zijn begaan, wat met zich brengt dat de pleegplaats overal ter wereld kan zijn. Ten slotte betreft het een vervolgings-EAB, waarbij de verdenking nog niet helemaal uitgekristalliseerd hoeft te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB onder e) en de aanvullende informatie van 5 december 2025 blijkt dat – op basis van een nog lopend onderzoek – de opgeëiste persoon onder <emphasis role="italic">charge </emphasis>1 ervan wordt verdacht deel te hebben genomen aan een criminele organisatie, die zich sinds 2020 continu bezig zou hebben gehouden met computeroplichting en het witwassen van de opbrengsten daarvan in Palermo, Agrigento, Caltanissetta (Italië), Nigeria, Duitsland, Spanje en Letland. De overige feiten, <emphasis role="italic">charge </emphasis>8, 25 en 26, betreffen de witwasfeiten waaraan de opgeëiste persoon zou hebben deelgenomen. <emphasis role="italic">Charge </emphasis>8 zou tussen 11 en 16 november 2020 zijn gepleegd op een onbekende plaats, <emphasis role="italic">charge </emphasis>25 tussen 21 en 24 december 2020 in Palermo en <emphasis role="italic">charge </emphasis>26 op 16 oktober 2021 op een onbekende plaats. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met bovenstaande informatie is naar het oordeel van de rechtbank duidelijk waarvoor de overlevering wordt gevraagd en is voldaan aan de hiervoor genoemde eisen, zodat het specialiteitsbeginsel voldoende is gewaarborgd. Wat betreft <emphasis role="italic">charge </emphasis>1 begrijpt de rechtbank de genoemde pleegperiode zo dat de overlevering wordt gevraagd voor een feit gepleegd in de periode vanaf 2020 tot in ieder geval het moment van uitvaardigen van het EAB. Ten aanzien van het ontbreken van de pleegplaatsen bij <emphasis role="italic">charge </emphasis>8 en 26 overweegt de rechtbank dat deze feiten in onderling verband en samenhang bezien moeten worden met <emphasis role="italic">charge </emphasis>1; deelname aan een criminele organisatie (waarvoor wel pleegplaatsen zijn genoemd). Daarbij komt dat voor <emphasis role="italic">charge </emphasis>8 en 26 de transacties in detail zijn omschreven. Bovendien betreft het een vervolgings-EAB, waarbij de overlevering is gevraagd ten behoeve van een nog lopend strafrechtelijk onderzoek. De precieze gang van zaken met betrekking tot de feiten waarvan de opgeëiste persoon in Italië wordt verdacht, zal later in Italië moeten blijken. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	- deelneming aan een criminele organisatie;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	- witwassen van opbrengsten van misdrijven.</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan de Rechtbank van Palermo, Italië, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,</para>
      <para>mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_51437050-2dca-4d07-8ae3-1bf1d718f871" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05c9712d-5b80-406f-b909-720adb26c1fe" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_487536fe-f48d-4db3-8d83-83bfefe78ac0" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2025:10071.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>