<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10538</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T16:12:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-268879-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10538">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10538</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-02T16:48:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10538 Rechtbank Amsterdam , 24-12-2025 / 13-268879-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10538:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB uit Bulgarije. Sprake van situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder b, OLW en de weigeringsgrond van artikel 12 OLW ten aanzien van de beslissing tot tenuitvoerlegging niet aan de orde. Bulgaarse detentieomstandigheden: detentiegarantie afdoende. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10538:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-268879-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 24 december 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 21 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_61ffcbf6-502c-469c-ab0b-2ce187a0488c" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 2 februari 2024 door <emphasis role="italic">the District Prosecutor’s Office – Plovdiv,</emphasis> Bulgarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1973, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[BRP-adres] ,</para>
      <para>	gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 december 2025, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Bulgaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_6894bb75-04ee-416c-ac6b-1debcd42f928" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van <emphasis role="italic">the Plovdiv District Court, 5th Criminal Panel, </emphasis>van </para>
      <para>12 januari 2023 (<emphasis role="italic">sentence no. 6</emphasis>), bevestigd in hoger beroep bij het arrest van <emphasis role="italic">the Plovdiv Regional Court, 1st Panel, </emphasis>van 11 mei 2023 (<emphasis role="italic">judgement no. 218</emphasis>).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder blijkt uit onderdeel (b) van het EAB en aanvullende informatie van 21 november 2025 dat bij de beslissing van 11 mei 2023 van <emphasis role="italic">the Plovdiv Regional Court, 1st Panel, </emphasis>de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke straf van zes maanden is bevolen, die was opgelegd bij beslissing van <emphasis role="italic">the Plovdiv District Court </emphasis>van 28 maart 2018 met kenmerk 1659/2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van respectievelijk één jaar en drie maanden (218/11.05.2023) en zes maanden (1659/2018), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest van 11 mei 2023 en de beslissing van 28 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het arrest en de beslissing betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_99060562-eede-4d84-a99e-94b2d449fdc5" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW moet worden geweigerd. De opgeëiste persoon betwist dat hij de oproep voor de zitting heeft ontvangen, omdat hij niet op het door hem opgegeven adres verbleef. Ook betwist de opgeëiste persoon dat hij is bijgestaan door een gemachtigd advocaat, zoals in onderdeel (d) van het EAB staat vermeld. Tot slot is de verstrekte verzetsgarantie onvoldoende onvoorwaardelijk.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet aan overlevering in de weg staat nu sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. Op basis van het vertrouwensbeginsel moet van de juistheid van de informatie in het EAB worden uitgegaan. In het arrest van 11 mei 2023 is de tenuitvoerlegging van de bij beslissing van 28 maart 2018 voorwaardelijk opgelegde straf van zes maanden bevolen wegens een nieuw strafbaar feit. Om die reden moet ook de procedure die heeft geleid tot de beslissing van 28 maart 2018 worden getoetst aan artikel 12 OLW getoetst. Aangezien de </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opgeëiste persoon blijkens de aanvullende informatie van 21 november 2025 in persoon aanwezig is geweest bij de procedure waarbij de voorwaardelijke straf is opgelegd, is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het arrest  van 11 mei 2023 van </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">the Plovdiv Regional Court, 1st Panel</emphasis>
      </para>
      <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_ff56fbf6-4c38-4576-9130-b6ac796dd20e" /> De rechtbank zal daarom het arrest van 11 mei 2023 van <emphasis role="italic">the Plovdiv Regional Court, 1st Panel, </emphasis>toetsen aan artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Op grond van de stukken stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces, een advocaat heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren, en dat deze advocaat tijdens het proces zijn verdediging ook daadwerkelijk heeft gevoerd. Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van die informatie. Er zijn geen objectieve stukken overgelegd waaruit zou blijken dat de informatie in het EAB onjuist is. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon is daartoe onvoldoende. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. Dit betekent dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beslissing van 28 maart 2018 van </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">the Plovdiv District Court </emphasis>
      </para>
      <para>In de beslissing van <emphasis role="italic">the Plovdiv District Court </emphasis>van 28 maart 2018 is de vrijheidsstraf van zes maanden aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij beslissing van 11 mei 2023 van <emphasis role="italic">the Plovdiv Regional Court, 1st Panel, </emphasis>is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen. Uit de aanvullende informatie van </para>
      <para>21 november 2025 blijkt dat de reden voor tenuitvoerlegging is gelegen in een strafbaar feit dat is gepleegd op 25 december 2019 en waarvoor de opgeëiste persoon bij arrest van 11 mei 2023 is veroordeeld. Ten aanzien van dat arrest heeft de rechtbank zojuist vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien de overlevering ook wordt gevraagd voor de executie van de aanvankelijk voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zes maanden, dient de procedure die heeft geleid tot de beslissing waarin die voorwaardelijk gevangenisstraf is opgelegd, eveneens te worden getoetst aan artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aanvullende informatie van 21 november 2025 blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig is geweest bij de procedure die tot deze beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom ook ten aanzien van deze procedure niet van toepassing.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank concludeert dat artikel 12 OLW niet in de weg staat aan toewijzing van het overleveringsverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden </para>
      <para>toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bulgaarse detentieomstandigheden </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft op grond van het <emphasis role="italic">Public statement</emphasis> van het <emphasis role="italic">European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis> (CPT) van </para>
        <para>26 maart 2015 geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).<footnote-ref linkend="_faccd3ef-3167-41c5-800a-5a4145a8b6fc" /> Bij uitspraak van 11 februari 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat het CPT-rapport van 4 mei 2018, naar aanleiding van bezoeken tussen 25 september 2017 en 6 oktober 2017, niet tot een ander oordeel leidt.<footnote-ref linkend="_215e71b6-a752-41a8-85ad-a56df10bb8dd" /> Dit geldt eveneens ten aanzien van het CPT-rapport van 18 oktober 2022.<footnote-ref linkend="_c5fc53da-eae0-4d9e-8648-4a21e8a9d4f3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>In een brief van 20 november 2025 afkomstig van de <emphasis role="italic">Director General </emphasis>bij<emphasis role="italic"> the Ministry of Justice, Directorat General for execution of punishments,</emphasis> is aanvullende informatie verstrekt. Daarin staat onder meer het volgende vermeld: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“The execution of the punishments is conducted in accordance with the internal and international legal acts, including the European Convention for the Protection of Human Rights and the Fundamental Freedoms. (…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In accordance with article 58 of the Law on execution of punishments and arrest, the imprisoned people will be allocated in prisons in accordance with a procedure determined with Order No.JI-919/08.03.201 7 of the Director General of the Directorate General for Execution of Punishments, based on the existing option for the prisoners to serve their sentence as close to their permanent address as possible and the requirements of article 43, paragraph 4 of the law on execution of punishments and arrest, stipulating that the minimum living area shall be no less than 4 square meters. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">As can be seen from your letter, [de opgeëiste persoon] permanent address is on the territory of the town of [geboorteplaats] and he is to serve the imposed sentence based on an initially determined general regime, owing to which upon his arrival on the territory of the Republic of Bulgaria, he will be sent to the prison in the city of Plovdiv and, in particular, one of its open-type dormitories. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">With reference to the aforementioned, we would like to inform you that as on 20.11.2025, 375 people in total have been accommodated in the prison in the city of Plovdiv, including the prisoner’s dormitories, while the total capacity is 564 people on the grounds of the principle of 4 square meters per person. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 11 OLW moet worden geweigerd, omdat de detentiegarantie op meerdere punten onvoldoende duidelijk is. Zo blijkt uit de formuleringen ‘<emphasis role="italic">no less than 4 square meters</emphasis>’ en ‘<emphasis role="italic">the principle of 4 square meters</emphasis>’ niet dat daadwerkelijk ten minste 4 m2 wordt gegarandeerd. Meer in het algemeen is de aanvullende informatie volgens de raadsman ongeloofwaardig. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de geboden garantie het reële gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon wegneemt. Artikel 11 OLW staat daarom niet aan overlevering in de weg.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de aanvullende informatie van 20 november 2025.<footnote-ref linkend="_60caebf1-36e0-48e1-8381-476c8393a5a3" /> De rechtbank is, gelet op de toezegging van de Bulgaarse autoriteiten, van oordeel dat voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Bulgaarse penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door deze garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon in deze detentie-instelling. Anders dan de raadsman heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat uit de aanvullende informatie blijkt dat voor de opgeëiste persoon 4 m2 aan persoonlijke leefruimte wordt gegarandeerd. De suggestie van de raadsman dat de met de aanvullende informatie verstrekte detentiegarantie ongeloofwaardig zou zijn, is op geen enkele wijze onderbouwd. Ook ambtshalve is de rechtbank geen informatie bekend op basis waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de afgegeven garantie. De rechtbank verwerpt daarom het verweer .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 11 OLW moet worden geweigerd, nu de opgeëiste persoon vreest geen eerlijke behandeling te krijgen gelet op de rol die de vader van de opgeëiste persoon in het verleden heeft gehad als burgemeester. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman een aantal krantenartikelen uit Bulgarije overgelegd. Subsidiair moeten hierover aanvullende vragen worden gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat. De krantenartikelen dateren uit 1997 en betreffen geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens die duiden op een algemeen reëel gevaar dat personen in Bulgarije politiek worden vervolgd, dan wel anders worden behandeld vanwege politieke overtuigingen. Onduidelijk hoe de overgelegde stukken relevant zijn voor de actuele veiligheidssituatie van de opgeëiste persoon. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de raadsman niet op basis van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens heeft onderbouwd dat sprake is van een algemeen reëel gevaar dat personen in Bulgarije wegens politieke betrekkingen of overtuigingen geen eerlijke behandeling krijgen. Reeds hierom slaagt het verweer niet. Nu geen sprake is van een <emphasis role="italic">algemeen</emphasis> gevaar, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of sprake is van een <emphasis role="italic">concreet</emphasis> gevaar voor de opgeëiste persoon. De individuele situatie van de opgeëiste persoon kan namelijk alleen worden onderzocht wanneer een algemeen gevaar is vastgesteld. De rechtbank verwerpt ook dit verweer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 8 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Prosecutor’s Office – Plovdiv,</emphasis> Bulgarije, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven,					   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_61ffcbf6-502c-469c-ab0b-2ce187a0488c" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6894bb75-04ee-416c-ac6b-1debcd42f928" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_99060562-eede-4d84-a99e-94b2d449fdc5" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff56fbf6-4c38-4576-9130-b6ac796dd20e" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_faccd3ef-3167-41c5-800a-5a4145a8b6fc" label="5">
    <para> Zie HvJ EU 5 april 2016, ECLI:EU:C:2016:198, punten 88-90 en o.a. Rechtbank Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1269.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_215e71b6-a752-41a8-85ad-a56df10bb8dd" label="6">
    <para> Rechtbank Amsterdam, 11 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1097.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c5fc53da-eae0-4d9e-8648-4a21e8a9d4f3" label="7">
    <para> Rechtbank Amsterdam, 27 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6217. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_60caebf1-36e0-48e1-8381-476c8393a5a3" label="8">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>