<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T15:32:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11785272 \ CV EXPL  25-9352</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10482">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T09:29:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10482 Rechtbank Amsterdam , 16-12-2025 / 11785272 \ CV EXPL  25-9352</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10482:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering betaling parkeergeld en schadevergoeding parkeerinstelling. Nieuwe algemene voorwaarden; geen oneerlijke bedingen. Gedaagde partij betwist niet dat hij treintje heeft gereden. Vorderingen worden toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10482:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11785272 \ CV EXPL  25-9352</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 16 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Maastricht,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Q-Park,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 3 juli 2025, met producties<?linebreak?>- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord<?linebreak?>- de conclusie van repliek, met producties.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen, hoewel hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 28 maart 2025 heeft [gedaagde] gebruik gemaakt van de parkeergarage van Q-Park, locatie [locatie] . [gedaagde] heeft de parkeerkosten niet voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Q-Park heeft [gedaagde] meerdere keren gesommeerd om een bedrag van € 22,00 aan verschuldigd parkeergeld en € 382,41 aan schadevergoeding te betalen. [gedaagde] heeft dit niet betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Q-Park vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 22,00 aan verschuldigd parkeergeld en € 382,41 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Q-Park legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen is een (parkeer)overeenkomst tot stand gekomen. Met het voertuig waarvan het kenteken op naam van [gedaagde] partij staat, is op 28 maart 2025 treintje gereden en daarmee is in strijd gehandeld met de overeenkomst en de algemene voorwaarden. [gedaagde] is op grond van artikel 5.5 van de algemene voorwaarden schadevergoeding en parkeergeld verschuldigd. Omdat hij deze bedragen niet heeft betaald, moet [gedaagde] ook de wettelijke rente hierover en de gemaakte buitengerechtelijke kosten betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Volgens Q-Park is het bedrag aan parkeergeld berekend aan de hand van het parkeertarief per uur in de betreffende parkeergarage, uitgaande van het tijdstip waarop het voertuig is binnen gereden en het tijdstip van de gedraging. De schadevergoeding is gebaseerd op de schade die Q-Park lijdt wanneer parkeerders treintje rijden, onder andere vanwege omzetderving, gemaakte kosten, uitgevoerde werkzaamheden, gedane en toekomstige investeringen en het inschakelen van derden. In veel gevallen is ook schade toegebracht aan de slagboom, aldus Q-Park.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Hij voert aan dat het nooit zijn intentie is geweest om treintje te rijden. Hij wilde de parkeerkosten wel betalen, maar bij de automaat werd zijn parkeerkaart ingeslikt. Volgens de helpdesk van Q-Park moest hij het dagtarief van € 60,00 betalen, maar dat vond [gedaagde] geen oplossing omdat hij maar twee uur geparkeerd had en maar € 22,00 zou hoeven betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Vast staat dat er tussen partijen een parkeerovereenkomst tot stand is gekomen, aangezien [gedaagde] erkent dat hij in de betreffende parkeergarage heeft geparkeerd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De overeenkomst waarop Q-Park zich beroept, is gesloten met een consument. Daarom moet de kantonrechter eerst ambtshalve (dus ook als partijen daar niet om hebben gevraagd) onderzoeken of Q-Park de informatieplichten ten tijde van het sluiten van de overeenkomst heeft nageleefd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De overeenkomst is tot stand is gekomen binnen de verkoopruimte. Q-Park heeft voldoende onderbouwd gesteld dat zij voldaan heeft aan de informatieplichten die zij heeft op grond van artikel 6:230l BW.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter moet ook uit eigen beweging beoordelen of de bedingen in de overeenkomst en de algemene voorwaarden oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG (de richtlijn oneerlijke bedingen, hierna: de richtlijn). Bij die beoordeling gaat het erom of een beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1 van de richtlijn). Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met alle andere bedingen van die overeenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>In artikelen 5.5, 6.6 en 7.5 van de in deze zaak overgelegde versie van de algemene voorwaarden (versie 02.2025) zijn bepalingen opgenomen over de door de consument te vergoeden schade:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">‘5. Gebruikersvoorschriften</emphasis>
          <?linebreak?>(…)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het met een Motorvoertuig of enig onder voertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs (bijvoorbeeld door langs de slagboom te rijden of door middel van het zogenoemde “treintje rijden”, waarbij de Klant direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt,) is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” (zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit) verschuldigd, alsmede een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 382,41 (prijspeil 2025).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>(…)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Parkeergeld en betaling</title>
    <para>(…)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kortparkeren</emphasis>
      </para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.6</nr>
      <para>In geval van verlies of ontbreken van het Parkeerbewijs is de Parkeerder het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” (zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit) verschuldigd. De Parkeerder dient dit bedrag vóór het verlaten van de Parkeerfaciliteit te voldoen. Indien de Klant achteraf door middel van de klachtenprocedure aan kan tonen wat de daadwerkelijke parkeertijd was, zal eventuele restitutie op basis daarvan plaats vinden. De bewijslast met betrekking tot de daadwerkelijke parkeertijd berust bij de Klant.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>(…)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Aansprakelijkheid</title>
    <para>(…)</para>
    <paragroup>
      <nr>7.5</nr>
      <para>De Klant is aansprakelijk voor alle schade die door hem is veroorzaakt aan de Parkeerfaciliteit of de daarbij behorende apparatuur en installaties.’</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Op grond van artikel 5.5 kan Q-Park het tarief verloren kaart en een gefixeerde schadevergoeding vorderen. Uit de tekst van het beding volgt dat deze vergoedingen zien op verschillende schadeposten, zodat dit beding niet tot dubbele vergoedingen zal kunnen leiden. Gelet op de gemotiveerde onderbouwing van Q-Park van de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding wordt deze als niet oneerlijk beoordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Artikel 6.6 gaat ook over het tarief verloren kaart, maar de formulering van het beding leidt niet tot de mogelijkheid van cumulatie met artikel 5.5. Artikel 7.5 gaat over schade veroorzaakt aan de parkeerfaciliteit, wat gelet op de definitie van artikel 1 doelt op materiële schade aan de parkeergarage of het parkeerterrein. Daarmee ziet dit artikel op andere schadeposten dan waarop artikel 5.5 ziet, zodat dit niet tot dubbele vergoedingen zal kunnen leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De kantonrechter beoordeelt de hierboven beschreven bedingen dan ook als niet oneerlijk. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling vordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert aan dat zijn kaartje was ingeslikt en dat hij het volle dagtarief van € 66,00 zou moeten betalen om de parkeergarage te kunnen verlaten. Dit vond [gedaagde] geen goede oplossing omdat hij maar twee uur geparkeerd had en daarom maar € 22,00 hoefde te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Hoewel [gedaagde] aangeeft dat het nooit zijn intentie is geweest om treintje te rijden, betwist hij niet dat hij dat wel heeft gedaan. Dat [gedaagde] treintje heeft gereden wordt ook ondersteund door de foto in het dossier. Treintje rijden is volgens de algemene voorwaarden niet toegestaan en Q-Park kan dan op grond van de overeenkomst en de algemene voorwaarden het verschuldigd parkeergeld en een schadevergoeding vorderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Zelfs als de parkeerkaart van [gedaagde] is ingeslikt – Q-Park geeft immers aan dat er rond het tijdstip van uitrijden geen storing bekend is – rechtvaardigt dit nog niet de keus van [gedaagde] om de parkeergarage te verlaten door middel van treintje rijden. Q-Park heeft uitgelegd dat dit voor kosten, overlast en ongemak zorgt. Bovendien treft zij maatregelen om te voorkomen dat treintje rijden nodig is. Zo is er zowel bij de parkeerautomaat als bij de uitrijterminal de mogelijkheid om contact te zoeken met de klantenservice van Q-Park. [gedaagde] heeft dit weliswaar gedaan, maar hij heeft vervolgens niet de instructies van de medewerker opgevolgd. Het standpunt van [gedaagde] dat de instructie van Q-Park om het dagtarief te betalen geen goede oplossing was, volgt de kantonrechter niet. Q-Park biedt immers de mogelijkheid om achteraf het teveel betaalde parkeergeld gerestitueerd te krijgen. Daarmee had [gedaagde] dus nooit meer hoeven betalen dan wat hij werkelijk verschuldigd was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan het verweer van [gedaagde] . Dit betekent dat de vorderingen van Q-Park tot betaling van het verschuldigd parkeergeld van € 22,00 en de schadevergoeding van € 382,41 toewijsbaar zijn. Omdat [gedaagde] deze bedragen niet op tijd heeft betaald en hij de hoogte hiervan niet heeft betwist, is ook de gevorderde wettelijke rente over deze bedragen toewijsbaar vanaf de datum van de gedraging (28 maart 2025).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Q-Park vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Omdat [gedaagde] een consument is moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Q-Park heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 60,66 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat Q-Park niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>120,78</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>164,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 82,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>41,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>460,78</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 404,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 60,66 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 3 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 460,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>57327</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>