<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T09:45:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/777083 KG ZA 25-834</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10334">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T09:43:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10334 Rechtbank Amsterdam , 11-12-2025 / C/13/777083 KG ZA 25-834</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10334:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding, deurwaardersrenvooi. Notariele akte van levering biedt geen executoriale titel voor een vordering uit hoofde van een overeenkomst waarin partijen afspraken hebben gemaakt over de financiering van een toekomstige belastingschuld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10334:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Amsterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht, voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/13/777083 / KG ZA 25-834 VVV/JD</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 11 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HUMAN DIAGNOSTICS GROUP B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Baarn,</para>
      <para>hierna te noemen: HDG ,</para>
      <para>advocaten: mr. G. van der Spek en mr. R.L. Gamali,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaten: mr. E.A. Brat en mr. M.M. Prins.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij proces-verbaal van 13 oktober 2025 hebben gerechtsdeurwaarders mr. J. S. Evers, gerechtsdeurwaarder te Amsterdam, en mr. B. de Veer, toegevoegd gerechtsdeurwaarder te Amsterdam, zich gewend tot de voorzieningenrechter op grond van artikel 438 lid 5 Wetboek van Rechtsvordering (Rv), het zogeheten deurwaardersrenvooi.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Deze procedure ziet op een opdracht die de gerechtsdeurwaarders hebben ontvangen van HDG om aan [gedaagde] te betekenen, met bevel tot betaling:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een grosse van een notariële akte van 9 november 2023 en de daarbij behorende overeenkomst van 22 juli 2023;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een akte van cessie van 17 september 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De gerechtsdeurwaarders hebben HDG en [gedaagde] bij exploten van 10 november 2025 opgeroepen voor de zitting van deze rechtbank van 27 november 2023. Tijdens die zitting waren aanwezig:</para>
        <para>aan de zijde van HDG :</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>mr. Van der Spek en mr. Gamali;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam] , [naam functie] van HDG ;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>aan de zijde van [gedaagde] :</para>
      <para>- mr. Brat en mr. Prins.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 22 juli 2023 hebben Hocrea Beheer B.V. (hierna: Hocrea) en [gedaagde] een schriftelijke overeenkomst gesloten (hierna ook: de koopovereenkomst), waarin (voor zover hier van belang) het volgende staat. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…)<?linebreak?><emphasis role="bold">1.	Inzake de overname door Hocrea Beheer BV van de door [gedaagde] gehouden aandelen Moor Beheer BV (…)</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para> Hocrea Beheer BV neemt alle nog door [gedaagde] gehouden aandelen Moor Beheer BV over tegen de koopsom van € 80.000<?linebreak?>(…)</para>
        <para> Mocht uit de aangiftes VpB/ BTW over de jaren 2021, 2022 en 2023 van zowel Moor Beheer BV als de Human Diagnostics Group BV een belasting-schuld blijken zijn zowel Hocrea Beheer BV als [gedaagde] er toe gehouden dat zij, indien nodig, ieder voor de helft zorg zullen dragen voor de financiering daarvan. </para>
        <para>(…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 9 november 2023 hebben [gedaagde] en Hocrea de afspraken met betrekking tot de verkoop aandelen in Moor B.V. doen vastleggen in een notariële akte, waarbij de aandelen ook zijn geleverd. In die akte staat – voor zover hier van belang – het volgende.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Verkoper heeft verkocht en levert hierbij aan koper die heeft gekocht en hierbij aanvaardt:<?linebreak?>twintig (20) gewone aandelen (…) in het geplaatste kapitaal van de Vennootschap [Moor Beheer, vzr.] (…) zulks blijkens een koopovereenkomst de dato tweeëntwintig juli tweeduizend drieëntwintig, waarvan een kopie aan onderhavige akte zal worden gehecht,. De in onderhavige akte geconstateerde levering van aandelen vindt plaats onder de bepalingen en bedingen als opgenomen in de koopovereenkomst, voor zover daarvan bij onderhavige akte niet wordt afgeweken, en welke bepalingen en bedingen worden geacht woordelijk deel uit te maken van onderhavige akte. (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 17 september 2025 hebben Hocrea en HDG een cessieovereenkomst gesloten en vastgelegd in een akte. Daarin staat (voor zover hier van belang) het volgende. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>      “(…)</para>
        <para> Hocrea en (…) [gedaagde] hebben op 22 juli 2023 een overeenkomst gesloten (…) waarbij onder meer is bepaald dat, indien uit de belastingaangiftes VpB en BTW over de jaren 2021, 2022 en 2023 van HDG een belastingschuld blijkt, [gedaagde] voor de helft zal zorgdragen van de financiering daarvan. </para>
        <para>(…)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Artikel 1 - Cessie</emphasis>
        </para>
        <para>Cedent [Hocrea, vzr.] draagt hierbij deze vordering(en) op [gedaagde] over aan Cessionaris [ HGD , vzr.], die hierbij de cessie aanvaardt.</para>
        <para>(…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij exploot van 1 oktober 2025 heeft HDG een grosse van de notariële akte (zie 2.2.) en een afschrift van de akte van cessie (zie 2.3.) doen betekenen aan [gedaagde] en bevel gedaan tot betaling van € 1.462.740,80 binnen twee dagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mail van dezelfde dag heeft (de advocaat van) [gedaagde] (voor zover hier van belang) als volgt gereageerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…) HDG beschikt <emphasis role="underline">niet</emphasis> over een executoriale titel en ik houd Groot &amp; Evers hierbij namens cliënt aansprakelijk voor alle door cliënt te lijden schade als Groot &amp; Evers de onrechtmatige executie desondanks zou voortzetten. Het in het exploot genoemde bedrag komt zowel niet in de voormelde notariële akte als in de Overeenkomst voor. Ten overvloede, de Overeenkomst levert g<emphasis role="underline">een</emphasis> executoriale titel op. (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>HDG heeft de gerechtsdeurwaarders opdracht gegeven tot het leggen van beslag ten laste van [gedaagde] uit krachte van de notariële akte. Bij de gerechtsdeurwaarders is, mede gelet op het door [gedaagde] gevoerde verweer, gerede twijfel ontstaan of zij hun ministerie moeten verlenen.  Zij verzoeken de voorzieningenrechter te verduidelijken of sprake is van een executoriale titel en of zij de opgedragen executie dienen te staken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>HDG stelt (samengevat) dat Hocrea en [gedaagde] een derdenbeding zijn overeengekomen, inhoudende dat [gedaagde] zich heeft verbonden om de helft van de verschuldigde belasting (Vpb / BTW) van Moor Beheer/ HDG voor de jaren 2021, 2022, 2023 te financieren. Op het moment dat HDG financiering van de belastingschuld aanvaardde ontstond jegens [gedaagde] een opeisbare vordering op grond van artikel 6:256 Burgerlijk Wetboek (BW). Daarnaast heeft Hocrea haar vordering(en) op [gedaagde] gecedeerd aan HDG . In de notariële akte van 9 november 2023 wordt uitdrukkelijk verwezen naar de overeenkomst en is bepaald dat de daarin opgenomen bepalingen woordelijk deel uitmaken van de akte. Een notariële (authentieke) akte kan op grond van artikel 430 Rv ten uitvoer worden gelegd zonder rechterlijke tussenkomst. Dit maakt dat HDG gerechtigd is om te executeren en de gerechtsdeurwaarder dient daartoe zijn ministerie te verlenen, aldus steeds HDG .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist het bestaan van een opeisbare vordering en van een executoriale titel daarvoor. Hij heeft (samengevat) allereerst aangevoerd dat HDG de gevorderde betaling van een geldsom niet kan baseren op de koopovereenkomst. Partijen hebben destijds afgesproken dat, indien nodig, een financieringsovereenkomst zou worden gesloten onder nader te bepalen voorwaarden. HDG zou enkel recht daarop hebben indien zou blijken dat sprake is van een belastingschuld bij zowel Moor Beheer als bij HDG . Dat dit het geval is heeft HDG niet aangetoond. Ook als HDG haar vordering zou kunnen baseren op de overeenkomst, dan geldt dat de notariële akte daarvoor geen executoriale titel biedt. De akte bevat slechts een standaardbepaling die er op ziet dat de overeenkomst de titel vormt van de levering van de aandelen. Een dergelijke algemene verwijzing is onvoldoende om de gehele overeenkomst executoriale kracht te verlenen. De notariële akte biedt ook geen executoriale titel voor de vordering van HDG op grond van de overeenkomst, omdat deze vordering op het moment van het verlijden van de akte nog niet bestond, en ook niet is vast te stellen volgens een duidelijk stappenplan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In dit deurwaardersrenvooi staat de vraag centraal of de notariële akte van 9 november 2023 geldt als executoriale titel voor de door HDG gepretendeerde vordering op [gedaagde] tot betaling van € 1.462.740,80. Geoordeeld wordt dat dit niet het geval is om de hierna uiteengezette redenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De verplichting tot betaling van de geldsom van € 1.462.740,80 staat niet in de notariële akte zelf. HDG wijst in dat verband op een bepaling in de koopovereenkomst op grond waarvan zij stelt dat op [gedaagde] een verplichting rust tot financiering van de helft van de belastingschuld van HDG (naar de voorzieningenrechter begrijpt: vennootschapsbelasting 2021). HDG stelt dat deze verplichting ook onderdeel uitmaakt van de notariële akte, nu daarin wordt verwezen naar de koopovereenkomst. HDG beroept zich daarbij op de volgende bepaling van de notariële akte:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…) De in onderhavige akte geconstateerde levering van aandelen vindt plaats onder de bepalingen en bedingen als opgenomen in de koopovereenkomst, voor zover daarvan bij onderhavige akte niet wordt afgeweken, en welke bepalingen en bedingen worden geacht woordelijk deel uit te maken van onderhavige akte. (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat in deze bepaling niet staat dat alle bepalingen en bedingen van de koopovereenkomst zonder meer woordelijk deel uitmaken van de notariële akte. In plaats daarvan is in deze bepaling de bedoeling van partijen tot uitdrukking gebracht, om de levering van aandelen te effectueren op basis van de bepalingen en bedingen uit de koopovereenkomst. De overeengekomen (voorwaardelijke) financiering van de helft van belastingschuld(en) van HDG valt buiten dit kader. Die bepaling uit de koopovereenkomst schept een zelfstandige rechtsverhouding die losstaat van de levering van de aandelen. Reeds om die reden ontbeert de bepaling uit de koopovereenkomst executoriale kracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ten overvloede wordt het volgende overwogen. Ook als ervan zou worden uitgegaan dat de bewuste bepaling uit de koopovereenkomst wél onderdeel zou uitmaken van de notariële akte, dan nog zou dit niet leiden tot een voor executie vatbare vordering tot betaling van € 1.462.740,80. Partijen zijn immers overeengekomen dat [gedaagde] (indien nodig) “zorg zal dragen” voor “financiering” van de helft van bepaalde eventuele belastingschuld(en). De verplichting tot het zorgdragen voor financiering vereist nadere overeenstemming tussen partijen over de voorwaarden waaronder die financiering wordt verstrekt. Partijen dienen zich in dat kader over en weer te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.  [gedaagde] heeft op 9 september 2025 voorwaarden uiteengezet waaronder hij bereid is tot financiering van de door HDG gestelde belastingschuld. Dit kan als vertrekpunt worden genomen voor het maken van nadere afspraken. Voor het passeren van deze benodigde nadere onderhandelingen, door ten laste van [gedaagde] beslag te leggen voor het bedrag waarvan HDG financiering verlangt, biedt de notariële akte geen rechtsgrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Conclusie is dat de notariële akte geen executoriale titel biedt voor de vordering van betaling door [gedaagde] aan HDG van een bedrag van € 1.462.740,80, en de gerechtsdeurwaarders mogen de opgedragen executie van de notariële akte dan ook niet voortzetten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>HDG is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>331,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.107,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.616,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>beantwoordt de vraag van de gerechtsdeurwaarders (zie 3.1) zoals hiervoor onder 4.5 weergegeven,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt HDG in de proceskosten van € 1.616,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. Dekker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Coll:MV </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>