<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-31T15:08:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-260658-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10140">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-31T14:13:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10140 Rechtbank Amsterdam , 17-12-2025 / 13-260658-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10140:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB uit Polen. Tussenbeslissing. Heropening en schorsing van het onderzoek  om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het dossier aan te vullen met informatie over de vraag of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10140:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-260658-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 december 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>op de vordering van 6 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_0aa40332-6223-4a65-95fb-22fa9c281f4c" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 6 april 2017 door <emphasis role="italic">Sąd Okręgowy w Legnicy - III Wydzial Karny (District Court of Legnica - III Criminal Department</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [de opgeëiste persoon] 1975 te [geboorteplaats] (Polen), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>nu gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_520c1e68-649b-4469-bf91-4ac999e491aa" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.  	Grondslag en inhoud van het EAB</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een<emphasis role="italic"> judicial decision of the Regional Court [Polish: Sad Rejonowy] of Legnica of 21st February 2017 on institution of seeking by wanted notice, case file No. II K 909/11 </emphasis>en een  <emphasis role="italic">final verdict: Judgement of the Regional Court of Legnica of 6th June 2012 in case file No. II K 909/11 (date of becoming final: 14 th June 2012)</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, acht maanden en tweeëntwintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis van 6 juni 2012 (het vonnis).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_301539eb-ee58-42f0-946f-b7b39ab22e6e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft geen beroep gedaan op de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich niet voordoet. De opgeëiste persoon was aanwezig bij de procedure die heeft geleid tot het vonnis en waarbij hem een voorwaardelijke straf is opgelegd. Bij de omzetting is de aard of mate van de straf niet gewijzigd zodat deze beslissing niet valt onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. Blijkens de door de Poolse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie is de reden van omzetting gelegen in het schenden van de voorwaarden, waaronder het niet onderhouden van contact met de reclassering en de twee veroordelingen in Duitsland. Deze Duitse veroordelingen zouden kunnen worden gezien als triggerende vonnissen en dat zou maken dat deze veroordelingen zouden moeten worden getoetst aan artikel 12 OLW. De officier van justitie leest de aanvullende informatie echter zo, dat ook zonder deze veroordelingen zou zijn overgegaan tot omzetting, omdat de opgeëiste persoon zich niet heeft gehouden aan meerdere voorwaarden. Om die reden hoeven de Duitse veroordelingen niet aan artikel 12 OLW te worden getoetst.</para>
      <para>Subsidiair verzoekt de officier van justitie de behandeling van de zaak aan te houden om de Poolse autoriteiten te vragen of ook zonder de Duitse veroordelingen tot omzetting van de voorwaardelijke straf zou zijn overgegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Blijkens onderdeel d) van het EAB is de opgeëiste persoon in persoon verschenen op de zitting die tot het vonnis heeft geleid. Dat betekent dat artikel 12 OLW niet van toepassing is op dit vonnis. De vrijheidsstraf is bij deze beslissing aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. </para>
      <para>Bij beslissing van <emphasis role="italic">the Regional Court of Legnica</emphasis> van 14 november 2016 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing tot tenuitvoerlegging van 14 november 2016 zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_6e6c6f6f-02a7-418a-a943-5c57317df314" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) van 23 maart 2023 volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit dat ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de aanvullende informatie van 7 november 2025 van de uitvaardigende justitiële autoriteit zijn de Duitse veroordelingen van 17 december 2014 (case ref. 7Cs170Js42176/14) en 28 mei 2025 (case ref. 14Cs 170Js12077/15), mede aanleiding geweest voor de beslissing tot tenuitvoerlegging van 14 november 2016. Naar het oordeel van de rechtbank vallen deze Duitse veroordelingen dan ook onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. De rechtbank beschikt echter niet over de voor deze toets benodigde informatie, zodat op dit moment niet kan worden beoordeeld of de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in deze procedures in acht zijn genomen. De rechtbank volgt niet het standpunt van de officier van justitie dat deze informatie niet nodig is, omdat de opgeëiste persoon ook andere voorwaarden heeft overtreden waardoor de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf is bevolen. Vast staat immers dat ook de Duitse veroordelingen hebben geleid tot de tenuitvoerleggingsbeslissing, zodat ingevolge het arrest van het HvJ die veroordelingen getoetst moeten worden aan artikel 12 OLW. De door de officier van justitie opgeworpen vraag of zonder die Duitse veroordelingen eveneens tot tenuitvoerlegging zou zijn overgegaan acht de rechtbank dan ook niet relevant. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal op grond van het vorenstaande het onderzoek heropenen en gelijk schorsen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het dossier aan te vullen met informatie over de vraag of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	racketeering en afpersing.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT en SCHORST</emphasis> het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het dossier aan te vullen met informatie over de vraag of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT</emphasis> dat de zaak uiterlijk 3 januari 2026 en bij voorkeur op 31 december 2025 opnieuw op zitting moet worden aangebracht.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van de opgeëiste persoon tegen de nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. de Rooij en D.L.S. Ceulen,              						   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos,			                         	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0aa40332-6223-4a65-95fb-22fa9c281f4c" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW.	</para>
  </footnote>
  <footnote id="_520c1e68-649b-4469-bf91-4ac999e491aa" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
    <para>ÁG213123827483.È </para>
    <para>G213123827483</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_301539eb-ee58-42f0-946f-b7b39ab22e6e" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e6c6f6f-02a7-418a-a943-5c57317df314" label="4">
    <para>5 HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>