<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10071</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-19T15:23:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-288454-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10071">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10071</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-19T14:41:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10071 Rechtbank Amsterdam , 04-12-2025 / 13-288454-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10071:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak. Vervolgings-EAB Italie. Nadere informatie opgevraagd ten aanzien van de genoegzaamheid van het EAB.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10071:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-288454-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 4 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN-UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 16 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_d19e020e-4c77-42a0-82e9-aa091d54936d" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2024 door de Rechtbank van Palermo, Italië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1994, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [BRP-adres],</para>
      <para>gedetineerd in [Penitentiaire Inrichting],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Raza, advocaat in Rotterdam, en door een tolk in de Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_08ae6d44-6fb0-4a1b-83a2-572bf3c7a2e1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB in samenhang gelezenmet het A-formulier vermeldt een bevel tot toepassing van de voorlopige hechtenismaatregel uitgevaardigd door <emphasis role="italic">the Court of Palermo </emphasis>op 29 april 2024 met referentienummer Proc. nr. 3593/2021 RGNR nr. 4365/2023 r.g. g.i.p. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Italiaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_d1a7aac8-8640-4349-b861-b0195dbc1f4e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Genoegzaamheid  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd omdat het EAB niet genoegzaam is. Zo wordt in het EAB bij de beschrijving van de feiten een andere naam dan die van de opgeëiste persoon genoemd. Ook moet worden gegist naar het doel van de criminele organisatie waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht lid te zijn geweest. </para>
        <para>De Engelse vertaling van de aanvullende informatie van 20 november 2025 is op meerdere punten taalkundig onduidelijk. Ook bevat de aanvullende informatie inhoudelijke onduidelijkheden. Zo is de datum met <emphasis role="italic">‘permanently’ </emphasis>onbepaald, waardoor de pleegperiode niet duidelijk is, en zijn ten aanzien van <emphasis role="italic">‘head 8’</emphasis> en <emphasis role="italic">‘head 26’</emphasis> de pleegplaatsen onbekend. Op grond van het EAB en de aanvullende informatie kan het specialiteitsbeginsel dan ook niet worden gewaarborgd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. Het EAB ziet op vier feiten waaronder één keer deelname aan een criminele organisatie en drie feiten van witwassen, gepleegd vanaf 2020 in verschillende plaatsen en landen, met als rol die van mededader. De officier van justitie heeft er - onder verwijzing naar jurisprudentie – op gewezen dat een ruime pleegperiode is toegestaan,<footnote-ref linkend="_3e41d03e-f1ea-4fc8-bd41-05b4edf70c63" /> dat een land als pleegplaats voldoende is<footnote-ref linkend="_bce1f202-cd82-439f-8231-219d87933bc9" /> en dat het ontbreken van twee pleegplaatsen geen ongenoegzaamheid oplevert nu de feiten in onderling verband en samenhang moeten worden bezien. Ook is bij een feit dat op het wereldwijde web plaatsvindt het ontbreken van een pleegplaats eerder toegestaan.<footnote-ref linkend="_69a2dbce-d389-47e1-aec1-69fb99a04ead" /> Tot slot is het vaste jurisprudentie dat bij een vervolgings-EAB het onderzoek nog gaande is, waarbij de pleegplaats en pleegperiode kunnen worden aangevuld.<footnote-ref linkend="_75f73f6d-0468-404a-b305-630dfe2f025c" /> Ten aanzien van de taalkundige onduidelijkheden in de Engelse vertaling van de aanvullende informatie heeft de officier van justitie opgemerkt dat deze worden weggenomen door een vertaling van de oorspronkelijke, Italiaanse, tekst met Google translate. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de raadsman constateert de rechtbank dat in het EAB in de feitsomschrijving een andere naam dan die van de opgeëiste persoon wordt genoemd, zodat onduidelijk is in hoeverre de feitsomschrijving in het EAB van toepassing is op de opgeëiste persoon. Daarnaast vermeldt het EAB geen pleegdatum of pleegperiode en ook geen pleegplaats. Hoewel dat wel geldt voor het A-formulier en de aanvullende informatie, is die informatie op verschillende punten tegenstrijdig, bijvoorbeeld ten aanzien van de daarin genoemde data. Met de raadsman is de rechtbank verder van oordeel dat de aanvullende informatie is voorzien van een vertaling in de Engelse taal die op punten onbegrijpelijk is. Met name de feiten 2 tot en met 4 zijn naar het oordeel van de rechtbank in de huidige vertaling niet genoegzaam omschreven. Deze feiten worden gekwalificeerd als witwassen, maar zijn omschreven als:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Head 8) Selled in an unknown place in November 16, 2020</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Head 25) Selled in Palermo, between December 21-24, 2020</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Head 26) selled in an unknown place on October 16, 2021”	</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel de officier van justitie op zitting heeft gezegd dat uit een eigen vertaling van de Italiaanse tekst (met Google translate) wel duidelijk zou blijken waar de verdenking op ziet, merkt de rechtbank op dat de officiële talen in de overleveringsprocedure Nederlands en Engels zijn. De rechtbank kan daarom niet uitgaan van de aanvullende informatie in de Italiaanse taal, of een eigen, informele, vertaling daarvan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek heropenen en schorsen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit te verzoeken om een omschrijving van de strafbare feiten te verschaffen met, in ieder geval, informatie over het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorwaardelijk schorsingsverzoek</emphasis>
        </para>
        <para>Voor het geval dat de rechtbank aanleiding zou zien om de behandeling van de zaak aan te houden om nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen, heeft de raadsman verzocht het bevel gevangenhouding te schorsen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich verzet tegen schorsing van het bevel gevangenhouding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van het bevel gevangenhouding af. Het wettelijk systeem van de OLW is zo ingericht dat de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon dient ter voorkoming van vluchtgevaar. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval de opgeëiste persoon onvoldoende binding met Nederland heeft om dit vluchtgevaar met schorsingsvoorwaarden te ondervangen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT en SCHORST</emphasis> het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in gelegenheid te stellen de hiervoor onder 3.1 genoemde vraag voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT</emphasis> dat de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland <emphasis role="bold underline">uiterlijk 10 dagen voor 30 december 2025</emphasis>, zijnde het einde van de verlengde beslistermijn;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de <emphasis role="bold">oproeping van de opgeëiste persoon</emphasis> tegen een nader te bepalen datum en</para>
      <para>tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn <emphasis role="bold">raadsman</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Engelse taal tegen de voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.K. Glerum,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven,                         			   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d19e020e-4c77-42a0-82e9-aa091d54936d" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08ae6d44-6fb0-4a1b-83a2-572bf3c7a2e1" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d1a7aac8-8640-4349-b861-b0195dbc1f4e" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e41d03e-f1ea-4fc8-bd41-05b4edf70c63" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:3481.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bce1f202-cd82-439f-8231-219d87933bc9" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2020:6087.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_69a2dbce-d389-47e1-aec1-69fb99a04ead" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2018:109.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_75f73f6d-0468-404a-b305-630dfe2f025c" label="7">
    <para>HvJ EU 1 december 2008, C-388/08 PPU, ECLI:EU:C:2008:669 (Leymann en Pustovarov).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>