<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:10023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T09:20:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 25/3775</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10023">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T09:19:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:10023 Rechtbank Amsterdam , 19-12-2025 / AMS 25/3775</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10023:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AOW-pensioen. Toekenning één jaar terugwerkende kracht. Geen bijzonder geval. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:10023:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 25/3775 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [plaats] (Curaçao), eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam] ).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <para>1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een AOW<footnote-ref linkend="_c9339435-e647-4804-b3e3-ccea7b695112" />-pensioen met terugwerkende kracht tot 1 april 2023. Volgens eiser had het AOW-pensioen vanaf<?linebreak?>1 april 2021 toegekend moeten worden. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder op goede gronden het AOW-pensioen heeft toegekend vanaf 1 april 2023. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <para>3. Eiser heeft op 23 april 2024 een aanvraag ingediend voor een AOW-pensioen. Verweerder heeft het AOW-pensioen met het besluit van 30 januari 2025 toegekend vanaf<?linebreak?>1 april 2023. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van<?linebreak?>6 mei 2025 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en de toekenning per<?linebreak?>1 april 2023 in stand gelaten.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.<footnote-ref linkend="_67291a45-bab1-4ec3-bf06-50e403a242b5" /></para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>5. Tussen partijen staat niet ter discussie dat eiser op [datum] 2021 de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Volgens eiser heeft hij daarom vanaf 1 april 2021 recht op een AOW-pensioen. Eiser heeft de aanvraag om het AOW-pensioen op 23 april 2024 ingediend. Hij heeft toegelicht dat dit komt omdat hij niet wist dat hij het AOW-pensioen zelf moest aanvragen. Toen hij daar achter kwam bleek dat hij een DigiD nodig had voor de aanvraag en die had hij niet meer. Vanwege Covid duurde het een aantal maanden voor eiser zijn DigiD ontving. Eiser woont op Curaçao en geeft aan dat hij voor de jaren die hij daar heeft gewerkt wel met terugwerkende kracht een AOW-pensioen heeft ontvangen. Eiser vindt dat verweerder twee jaar AOW-pensioen van hem gestolen heeft. Hij heeft 20 jaar zijn land gediend als militair en vindt het schandalig dat hij geen pensioen krijgt vanaf<?linebreak?>1 april 2021.</para>
    <para />
    <para>6. Deze beroepsgrond slaagt niet. Hierna licht de rechtbank dat toe. </para>
    <para />
    <para>7. Uit artikel 16, tweede lid, van de AOW volgt dat het AOW-pensioen niet vroeger kan ingaan dan de eerste dag van de twaalfde maand vóór de dag waarop de aanvraag werd ingediend. Nu de aanvraag op 23 april 2024 is ingediend, is dit dus op 1 april 2023. Verweerder kan hier alleen voor bijzondere gevallen van afwijken, blijkt uit de wet.</para>
    <para />
    <para>8. Voor de vraag of sprake is van een bijzonder geval heeft verweerder getoetst aan beleidsregel SB1403.<footnote-ref linkend="_1f82e22a-c0cb-4de1-a820-6d154ea35b55" />In die beleidsregels heeft verweerder vastgelegd dat zij in bijzondere gevallen met terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar een AOW-pensioen toekent vanaf het moment van de aanvraag. Verweerder beoordeelt aan de hand van de individuele feiten en omstandigheden of sprake is van een bijzonder geval. Daarbij kijkt verweerder naar alle omstandigheden in hun onderlinge samenhang. Verder heeft verweerder in deze beleidsregel een paar gevallen beschreven waarin in ieder geval sprake is van een bijzonder geval.</para>
    <para />
    <para>9. Volgens de in de rechtspraak<footnote-ref linkend="_b04734ef-4e19-4e78-9c17-f108c9594d9d" /> aanvaarde uitleg van verweerder is er sprake van een bijzonder geval:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>indien de belanghebbende door een niet aan hem toe te rekenen oorzaak niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen of te laten indienen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een uitkeringsgerechtigde aannemelijk maakt dat hij de aanvraag te laat heeft ingediend als gevolg van een geestelijke stoornis, een zware lichamelijke handicap of onvoldoende basisvaardigheden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>indien de belanghebbende onbekend was met zijn mogelijke recht op uitkering en deze onbekendheid verschoonbaar was.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een bijzonder geval op basis waarvan zij het AOW-pensioen met terugwerkende kracht tot 1 april 2021 had moeten toekennen. Niet is gebleken dat eiser vanwege een hem niet toe te rekenen oorzaak niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen. Dat eiser niet wist dat hij zijn AOW-pensioen zelf moest aanvragen, komt voor zijn eigen rekening en risico. Het feit dat eiser geen werkende DigiD gegevens had, die nodig zijn voor communicatie met de Nederlandse overheid, is volgens de rechtbank aan hemzelf toe te rekenen. De omstandigheid dat er in Curaçao kennelijk wel langer met terugwerkende kracht AOW-pensioen wordt toegekend, doet niet af aan de in Nederland geldende regels. Niet is gebleken van omstandigheden die maken dat eiser door omstandigheden die niet aan hem zijn toe te rekenen, onbekend was met zijn mogelijke recht op een AOW-pensioen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de wet op juiste wijze heeft toegepast.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de toekenning van het AOW-pensioen van eiser vanaf 1 april 2023 in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van<?linebreak?>mr.S.A. Adriaanse, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c9339435-e647-4804-b3e3-ccea7b695112" label="1">
    <para> Algemene ouderdomswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_67291a45-bab1-4ec3-bf06-50e403a242b5" label="2">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f82e22a-c0cb-4de1-a820-6d154ea35b55" label="3">
    <para> Te vinden via svb.nl/beleidsregels.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b04734ef-4e19-4e78-9c17-f108c9594d9d" label="4">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1588.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>