<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-26T16:02:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/123222-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:900">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-26T14:04:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:900 Rechtbank Amsterdam , 31-01-2024 / 13/123222-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:900:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - artikel 12 OLW; triggerend feit - toestaan overlevering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:900:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/123222-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 januari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 27 november 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_ce8f6356-d31d-4af7-869b-b93f06731446" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 14 april 2023 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Lomza, Second Penal Division (Polen)</emphasis> en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
        <?linebreak?>geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1980<?linebreak?>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres]
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 januari 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Koopman, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Lomza </emphasis>van 23 april, 2007 (effective May 1, 2007), case reference numbers: <emphasis role="italic">II K 92/07</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_f6d46787-01e0-4945-9fb5-61f20839f2d4" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De weigeringsgrond van artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering dient te worden geweigerd aangezien de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. Immers, de Poolse autoriteiten weigeren informatie te verstrekken die nodig is voor de toetsing aan artikel 12 OLW van de aan het verzamelvonnis II K 92/07 ten grondslag liggende vonnissen II K 949/10 en II K 963/10. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering dient op grond van artikel 12 OLW te worden geweigerd aangezien de Poolse autoriteiten weigeren informatie te verschaffen over de twee onderliggende vonnissen </para>
      <para>II K 949/10 en II K 963/10. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB onder d) staat vermeld dat de opgeëiste persoon is verschenen bij de zitting die tot het vonnis II K 92/07 van <emphasis role="italic">the District Court in Lomza </emphasis>van 23 april 2007 heeft geleid. </para>
      <para>Onder f) van het EAB staat vermeld dat bij beslissing met kenmerk II Ko 2818/10 van <emphasis role="italic">the District Court in Lomza</emphasis> van 11 februari 2011 de in het vonnis II K 92/07 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar is omgezet naar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten van de als bijlage bij de e-mail van 4 januari 2024 gehechte <emphasis role="italic">ordonnantie</emphasis> van 3 januari 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon in de proeftijd van de in vonnis II K 92/07 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf twee misdrijven heeft gepleegd waarvoor hij in de zaken II K 949/10 en II K 963/10 is veroordeeld. De rechtbank begrijpt de aanvullende informatie aldus dat het plegen van deze nieuwe strafbare feiten de aanleiding is geweest voor de beslissing tot omzetting met kenmerk II Ko 2818/10.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 23 maart 2023 in de zaak LU (C-514/21) en PH (C-515/21), (ECLI:EU:C:2023:235), valt een veroordeling voor het <emphasis role="italic">triggerende strafbare feit,</emphasis> dat wil zeggen een veroordeling die de reden vormt voor de beslissing tot de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, onder de reikwijdte van artikel 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ, voor zover deze veroordeling bij verstek is gewezen<footnote-ref linkend="_5fee209e-fa3b-4b4a-9846-5a91f8d7160d" />. Het proces dat heeft geleid tot de uitspraak waarbij de opgeëiste persoon is veroordeeld voor dat nieuwe triggerende strafbare feit moet op grond van voormeld arrest van het HvJ EU getoetst worden aan artikel 12 OLW.</para>
      <para>Nu de Poolse autoriteiten over de processen die hebben geleid tot de veroordelingen in de zaken II K 949/10 en II K 963/10 - na twee verzoeken hiertoe van het Openbaar Ministerie - geen informatie hebben verschaft, is het voor de rechtbank niet mogelijk om deze veroordelingen te toetsen aan artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan aldus niet vaststellen of overlevering van de opgeëiste persoon geen schending van zijn verdedigingsrechten inhoudt aangezien niet uit de stukken volgt of de opgeëiste persoon daadwerkelijk bekend was met de procedures met betrekking tot de triggerende strafbare feiten en daarom ook niet of hij al dan niet stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten. De rechtbank ziet geen ruimte om hierover nadere vragen te stellen, omdat de beslistermijn is verstreken en zij zal gelet op het voorgaande niet afzien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikel 2, 5, 7 en artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court of Lomza (Polen)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.G. Vegter,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. P. Sloot en B. Kuppens,                         				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mrs. P. Sloot en B. Kuppens zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ce8f6356-d31d-4af7-869b-b93f06731446" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f6d46787-01e0-4945-9fb5-61f20839f2d4" label="2">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5fee209e-fa3b-4b4a-9846-5a91f8d7160d" label="3">
    <para>Zie ro. 62-63, ECLI:EU:C:2023:235.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>