<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:8928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-12T14:58:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.142977.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-12T14:57:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:8928 Rechtbank Amsterdam , 28-04-2024 / 13.142977.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor bedreiging (met een terroristisch misdrijf) van medewerkers van ambassades of bewoners van een gemeente. Veroordeling voor bedreiging van personen bij de oude werkgever van verdachte en bedreiging van medewerkers van een politiebureau. Gevangenisstraf van 325 dagen met aftrek van voorarrest, tbs met voorwaarden, dadelijk uitvoerbaarheid en GVM-maatregel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="81a177cc-43f9-43b3-bb53-8109f898b136" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.142977.22 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 28 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens] 1995,</para>
      <para>thans ingeschreven in de basisregistratie personen en gedetineerd te: [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kramer, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E.A.C. Sandberg, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>bedreiging van medewerkers van het bedrijf [bedrijf] , waaronder [naam 1] en [naam 2] , in de periode van 31 januari 2022 tot en met 27 juni 2023;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bedreiging van medewerkers van het politiebureau [politiebureau] te Amsterdam op 14  juni 2022;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bedreiging met een terroristisch misdrijf door e-mails van dreigende aard te sturen naar meerdere ambassades in de periode van 5 januari 2023 tot en met 13 juni 2023 (primair). Dit is subsidiair ten laste gelegd als bedreiging van medewerkers van meerdere ambassades en inwoners van de gemeente Bloemendaal met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3. Waardering van het bewijs</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bedreigingen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman bepleit dat de onbegrijpelijkheid van de berichten wellicht angst opwekt, maar dat die onbegrijpelijkheid maakt dat er geen sprake is van bedreiging. De afzonderlijke berichten zijn niet naar hun aard of strekking dreigend. Dat het bloemstuk dat bij het bedrijf is bezorgd een rouwboeket is kan niet worden vastgesteld.  </para>
        <para>Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat de afbeelding geen dreigende context heeft. Het vuurwapen op de afbeelding is omhoog gericht en dus niet in de richting van het politiebureau. De foto lijkt bovendien tijdens sluitingsuren gemaakt te zijn. Gelet op de tekst bij de afbeelding is het wellicht een zieke grap, maar geen bedreiging. Het bericht was bovendien weggestopt op LinkedIn. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman bepleit dat in de tenlastelegging niet is opgenomen welke terroristische misdrijven verdachte op het oog zou hebben. De uitlatingen wijzen bovendien op een (onbehandelde) ernstige psychische stoornis, van een terroristische context is geen sprake. Daarnaast kan van geen van de uitlatingen worden gezegd dat die te beschouwen zijn als bedreigingen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Vrijspraak feit 3</emphasis>
          </para>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 ten laste gelegde bedreiging met een terroristisch misdrijf (primair) dan wel bedreiging van medewerkers van de ambassades of de bewoners van de gemeente Bloemendaal. Verdachte zal dan ook van zowel het primaire als het subsidiaire feit worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 3 primair </emphasis>
          </para>
          <para>Primair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met een terroristisch misdrijf door e-mails te sturen naar de Nederlandse ambassade in Ljubljana (Slovenië) en/of de ambassade van het Verenigd Koninkrijk in Nederland en/of ambassades in Nederland en/of het buitenland. Voor een bewezenverklaring is volgens de Hoge Raad vereist dat uit de bewijsvoering blijkt dat bij de bedreigde in redelijkheid vrees kon ontstaan dat het misdrijf ook zou worden uitgevoerd en dat dat misdrijf erop was gericht (i) de bevolking of deel van de bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen dan wel (ii) een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel (iii) fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of internationale organisatie ernstig te ontwrichten of vernietigen. Naar het oordeel van de rechtbank is een dergelijke terroristische context uit het dossier niet gebleken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 3 subsidiair</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank overweegt voorts dat voor bewezenverklaring van bedreiging is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd is ook zou worden gepleegd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte op 13 juni 2023 naar de Nederlandse ambassade in Slovenië (gevestigd in Ljubljana) en de Britse ambassade in Nederland (gevestigd in Den Haag) een e-mail heeft gestuurd met als onderwerp “Ik pleeg over vijf minuten een aanslag in Bloemendeal”. Ook heeft hij een e-mail gestuurd met als onderwerp “EU ‘migrant’-deals” en met de tekst “First you suck empty afrika en then u suck empty Groningen!!!” Uit het dossier is echter niet gebleken dat deze e-mails ook personen/instanties in Bloemendaal en Groningen hebben bereikt zodat niet gezegd kan worden dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat er een misdrijf zou worden gepleegd waarbij hij dodelijk of met zwaar lichamelijk letsel getroffen zou worden. Daar komt bij dat de woorden “First you suck empty afrika en then u suck empty Groningen!!!” op zichzelf niet bedreigend van aard zijn. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft ook op 26 mei 2023 een e-mail gestuurd naar de Sloveense ambassade in Nederland en de Nederlandse ambassade in Slovenië met als onderwerp “Uw aan slag staat klaar!” Op 28 mei 2023 heeft verdachte een e-mail gestuurd naar de Nederlandse ambassade in Slovenië en Groot-Brittannië en naar de Sloveense ambassade in Nederland met de tekst: “Baby met sigaret in speen grappig!!! Schiet u neer!!!”.  </para>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank kon bij de desbetreffende ambassade niet op basis van een enkele e-mail en zonder enige verdere context de redelijke vrees ontstaan dat er een aanslag zou worden gepleegd dan wel personen zouden worden neergeschoten. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Bewezenverklaring feiten 1 en 2</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat op basis van de in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis> opgenomen bewijsmiddelen kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde bedreigingen. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft via e-mail en LinkedIn bedreigingen geuit naar medewerkers van zijn oude werkgever, het bedrijf [bedrijf] Er zijn ook berichten gericht aan en/of gestuurd naar twee medewerkers van het bedrijf, namelijk [naam 1] en [naam 2] . De bedreigingen die in de hierna onder 4. vermelde bewezenverklaring zijn opgenomen zijn van dien aard en onder zodanige omstandigheden geschied dat bij de medewerkers van het bedrijf de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd ook zou worden gepleegd. Het verweer van de raadsman dat deze afzonderlijke berichten niet bedreigend van aard zijn en verdachte daarom moet worden vrijgesproken, wordt verworpen. Alle berichten die in de bewezenverklaring staan hebben op zichzelf een bedreigend element in zich. Dit geldt temeer indien de berichten worden bezien in samenhang met elkaar. Daar komt bij dat het bekend was dat verdachte niet meer bij het bedrijf werkte omdat hij was ontslagen en – mede gelet op de onsamenhangende zinnen in de berichten – de indruk ontstaat dat verdachte boos, wraakzuchtig en verward was toen hij de berichten stuurde. </para>
          <para>Ten aanzien van het bloemstuk dat verdachte bij het bedrijf heeft laten bezorgen heeft de rechtbank op basis van de foto in het dossier waargenomen dat het alle kenmerken heeft van een rouwboeket. Verdachte heeft bovendien niet betwist dat het om een rouwboeket ging.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor zover in de tenlastelegging berichten zijn opgenomen die op zichzelf niet bedreigend van aard zijn, kan niet tot een bewezenverklaring van bedreiging worden gekomen. Van die onderdelen zal verdachte (partieel) worden vrijgesproken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft verklaard dat het klopt dat hij de bedreigingen heeft geuit maar dat het niet zijn bedoeling was dat de medewerkers van het bedrijf zich bedreigd zouden voelen. Echter, gelet op de inhoud en aard van de bedreigingen is de rechtbank van oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijk kans heeft aanvaard dat zijn berichten en het rouwboeket als bedreigend zouden worden opgevat zodat het (voorwaardelijk) opzet van verdachte kan worden vastgesteld. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft op LinkedIn een afbeelding geplaatst waarop een loop van een vuurwapen zichtbaar is met op de achtergrond politievoertuigen en het politiebureau [politiebureau] te Amsterdam. Bij de afbeelding stond de volgende tekst: “Politie Eenheid Amsterdam Dear gestapo, my pipi bigger NS Do I get bonuskorting op vertoon van my jodenster?” Dit bericht heeft de medewerkers van het politiebureau ook daadwerkelijk bereikt. </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat het plaatsen van deze afbeelding met tekst van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de medewerkers van het politiebureau [politiebureau] de redelijke vrees kon ontstaan dat een misdrijf zou worden gepleegd dat de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zou hebben. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode van 31 januari 2022 tot en met 4 juni 2023 in Nederland en/of Frankrijk en/of Slovenië en/of Spanje en/of het Verenigd Koninkrijk [naam 1] , [naam 2] en medewerkers van het bedrijf genaamd [bedrijf] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>a. op 31 januari 2022 een e-mailbericht te zenden naar voornoemde [naam 1] met daarin (onder andere) de navolgende teksten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Alhoewel het einde van onze samenwerking bijzonder ongelukkig heeft uitgepakt (voor mij), wil ik dat je weet dat ik geen enkel wrok koester. Ik had mijzelf bijzonder vijandig opgesteld. Ik denk dat wij beiden in een rotatie van de strijd of uitdaging opzoeken zitten, ik tenminste. De PostNL bezorger had eergisteren de lift nodig en ik stond daar met mijn wapentas en motorhelm, witheet vetrokken van de woede in totale kalmte” </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Mocht je van mening zijn dat ik een kanker mongool ben, dan zul je blij zijn met het nieuws dat dit de laatste communiqué over past business is”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>b. op 17 mei 2022 een rouwboeket bestaande uit rode rozen gestoken in een bolvorm te laten bezorgen bij het kantoor van voornoemd bedrijf [bedrijf] gericht aan die [naam 1] , met daaraan een kaartje met de navolgende tekst:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“To [naam 1] en BSA GSO Thank you”, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op diezelfde dag, 17 mei 2022, op zijn, verdachtes, LinkedIn pagina een bericht te plaatsen betreffende een video waarin een persoon met een bivakmuts en een (vuur)wapen zichtbaar is, met daarboven de navolgende tekst: “Jij trut, enjoy your flowers” , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>c. in voornoemde periode op zijn, verdachtes, LinkedIn pagina een bericht te plaatsen bestemd voor/gericht aan (onder meer) voornoemd bedrijf [bedrijf] betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een afbeelding van een bed waarbij middels tape een vuurwapen is vastgebonden aan de zijkant van het matras, met daarbij de navolgende tekst(en): “I be mass murderin” en/of “We do bad things to bad people”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>d. op 4 juni 2023 via LinkedIn een bericht te zenden naar voornoemde [naam 1] met als afzender de naam “ [afzender] ” met daaronder de zinsnede “Jack off all traits Total SLOPI€S” en/of de zinsnede “Cipher Rifle SackSea” met daarin de navolgende tekst: "Hi [naam 1] , just wanted to say Hi. ..And ... in formation age (risky business retail &amp; farming)", </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>f. op 4 juni 2023 via LinkedIn een bericht te zenden naar voornoemde [naam 2] met als afzender de naam “ [afzender] ” met daaronder de zinsnede “Jack off all traits Total SLOPI€S” en/of de zinsnede “Cipher Rifle SackSea” met daarin de navolgende tekst: "Hi [naam 2] , already said Hi ....</para>
      <para>
        [naam 1] has already received the following playing chip; Privacy concerns; information age (farmers produce and the shelves)";</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 14 juni 2022 in Nederland of Kroatië medewerkers van de Nationale Politie, Eenheid Amsterdam en aanwezige personen in het politiebureau [politiebureau] te Amsterdam heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op zijn, verdachtes, LinkedIn pagina een bericht te plaatsen gericht aan de Nationale Politie, Eenheid Amsterdam, betreffende een afbeelding waarop een loop van een vuurwapen met op de achtergrond politievoertuigen en het politiebureau [politiebureau] te Amsterdam zichtbaar is, met daarbij de navolgende tekst(en): “Politie Eenheid Amsterdam Dear gestapo, my pipi bigger NS Do I get bonuskorting op vertoon van my jodenster?”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straf en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest, en dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering wordt opgelegd. Daaraan moet worden toegevoegd een contactverbod met [naam 1] en [naam 2] . De officier van justitie heeft verzocht om de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden te bevelen en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbenemende maatregel (hierna: GVM) op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft bepleit dat bij het bepalen van de op te leggen straf en/of maatregel rekening moet worden gehouden met de duur van het voorarrest van verdachte in Nederland en (voor de feiten 1 en 2) met de overleveringsdetentie van verdachte in Slovenië, de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en het blanco strafblad. Ook moet er in het voordeel van verdachte rekening mee worden gehouden dat bij verdachte sprake is van erkenning van en inzicht in zijn problematiek en verdachte een gebrekkig ontwikkelingsniveau heeft. De verdediging heeft verzocht om ambtshalve een zorgmachtiging af te geven en om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf overeenkomstig de duur van het totale voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Volgens de raadsman is niet voldaan aan de eisen voor het opleggen van tbs met voorwaarden of een GVM. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft via verschillende kanalen (e-mail, LinkedIn en via de post) zich schuldig gemaakt aan bedreiging van personen werkzaam bij zijn oude werkgever, door onder andere dreigende berichten en een foto van een wapen te sturen. Ook heeft verdachte een rouwboeket bij zijn voormalige werkgever laten bezorgen, bestemd voor verdachtes ex-collega. </para>
        <para>Daarnaast heeft verdachte medewerkers van een politiebureau bedreigd, door op LinkedIn een bericht met dreigende tekst gericht aan de Nationale Politie te plaatsen met daarbij een afbeelding waarop de loop van een vuurwapen, politievoertuigen en het politiebureau [politiebureau] te zien zijn. </para>
        <para>Verdachte heeft met deze bedreigingen gevoelens van angst en onveiligheid bij de medewerkers van zijn oude werkgever en het politiebureau [politiebureau] teweeggebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Straf/maatregel </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de rechtbank onder meer kennisgenomen van de volgende stukken:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte d.d. 27 februari 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een Pro Justitia rapportage d.d. 16 december 2023, inhoudende een psychiatrisch onderzoek van verdachte door M.N. Heilmann, arts in opleiding tot specialist, onder supervisie van de psychiater J. Marx;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een Pro Justitia rapportage d.d. 21 december 2023, inhoudende een psychologisch onderzoek van verdachte door de psycholoog R.A. Sterk;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een medische verklaring ten behoeve van de voorbereiding van een Zorgmachtiging d.d. 12 februari 2024, opgemaakt door de psychiater J.M.C. van Dam; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een reclasseringsadvies d.d. 1 maart 2024, opgemaakt door J. Gijselman.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De psycholoog en psychiater hebben in de Pro Justitia rapportages – kort gezegd – gerapporteerd dat betrokkene lijdt aan een bipolaire I stoornis en een ongespecificeerde alcoholgerelateerde stoornis. Van deze psychische problematiek was sprake ten tijde van de geuite bedreigingen. </para>
        <para>Ten tijde van het tenlastegelegde was betrokkene manisch psychotisch gedecompenseerd, waarbij hij waanvoorstellingen had en de realiteit verstoord ervaarde. De mate van manische en psychotische ontregeling lijkt wat te hebben gewisseld ten tijde van de verschillende strafbare feiten, die zich over een langere periode hebben voorgedaan. Betrokkene heeft aangegeven dat er tijdens feit 2 sprake was van alcoholgebruik, maar dat hij dat niet meer zeker weet. Hoewel niet precies de [naam 1] van de manie en de psychose valt vast te stellen en in hoeverre alcoholgebruik een rol heeft gespeeld ten tijde van elk grensoverschrijdend tenlastegelegd feit, lijken deze aspecten alle in meer of mindere mate een rol tijdens de tenlastegelegde feiten te hebben gespeeld. De deskundigen concluderen dat er sprake is van doorwerking van de psychische problematiek op de gedragingen van betrokkene en adviseren het bewezenverklaarde in verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt deze conclusie en dit advies over. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten in verminderde mate aan betrokkene dienen te worden toegerekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien betrokkene niet wordt behandeld voor zijn bipolaire I stoornis wordt de kans op herhaling van agressief gedrag als matig verhoogd ingeschat door de deskundigen. Met behandeling en voldoende begeleiding zal buiten een detentiesetting sprake zijn van een laag tot matig risico op herhaling. </para>
        <para>Vanuit forensisch oogpunt is volgens de deskundigen behandeling dan ook geïndiceerd. De behandeling dient zich te richten op met name medicamenteuze behandeling. Ook dient in de behandeling aandacht besteed te worden aan psycho-educatie met betrekking tot de bipolaire I stoornis en aan het middelengebruik van betrokkene. Tevens is het voor het kunnen terugkeren in het maatschappelijk leven van belang dat hij hulp krijgt aangeboden bij het regelen van diverse zaken zoals een woning, financiën en dagbesteding. Betrokkene  is in het [instelling 1] al voldoende gestabiliseerd wat met zich meebrengt dat een klinische behandeling niet meer nodig is. Hij zou behandeling aangeboden kunnen krijgen door een (forensisch) fact team.  </para>
        <para>Het is van belang dat betrokkene goed afgestemde zorg krijgt aangeboden en dat hij zijn maatschappelijk leven weer op de rails kan zetten teneinde de kans op herhaling te minimaliseren. Om een succesvolle behandeling zoveel mogelijk te waarborgen lijkt vooral de mogelijkheid van een verplichte behandeling en medicatietoediening van belang. Dit zou volgens de psychiater en psycholoog goed kunnen binnen een zorgmachtiging. Betrokkene  is momenteel goed in zorg en toont motivatie voor behandeling. Hierdoor voldoet hij mogelijk niet meer aan de voorwaarden voor een zorgmachtiging. Dit zou volgens de deskundigen echter ondervangen kunnen worden door het laten opmaken van een zelfbindingsverklaring waarbij betrokkene  aangeeft verplichte behandeling te willen ontvangen wanneer het ziektebeeld opleeft. Tevens wordt het door de deskundigen zinvol geacht om vanuit het strafrecht toezicht te houden op de behandeling en overige voorwaarden zoals afspraken rondom huisvesting, bijvoorbeeld begeleid wonen, dagbesteding en financiën. Dit zou kunnen binnen het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel.   </para>
        <para>De aard en ernst van de geconstateerde psychische problematiek en het minimaliseren van de kans op herhaling brengen volgens de deskundigen met zich mee dat een verdergaand kader zoals een maatregel tbs momenteel niet nodig is.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door psychiater Van Dam is in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging geconcludeerd dat de zorgmachtiging een te beperkt middel is om aan verdachte passende behandeling te kunnen bieden en het recidiverisico te verminderen. </para>
        <para>Zij heeft in haar rapport toegelicht dat betrokkene nu matig functioneert binnen de strakke structuur van het [instelling 1] . Betrokkene heeft geen huis, geen opleiding naar zijn niveau, geen werk en een beperkte vriendenkring. Dit zal allemaal moeten worden opgebouwd zodat er een stevige structuur bestaat, waarbij hij stabiel kan blijven. Tevens zal er diagnostiek naar een autisme spectrum stoornis en ADHD moeten plaatsvinden. Er is bij betrokkene ziektebesef, maar er is geen sprake van doorleefde reflectie op alles wat er is gebeurd. Gezien de zeer instabiele situatie is een zorgmachtiging een te beperkt middel om al deze zaken uit te voeren en vervolgens een stabiel gestructureerd leven op te bouwen. Met een zorgmachtiging wordt het risico op delictrecidive onvoldoende afgewend, omdat de duur te kort is om sociaal-maatschappelijk ingebed te raken en een stevige structuur met wonen, dagbesteding en behandeling op te bouwen.</para>
        <para>De officier van justitie heeft daarom geen verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de rechtbank ingediend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering heeft met verdachte gesproken en is van mening dat een tbs-maatregel met voorwaarden uitvoerbaar is. De reclassering heeft het volgende gerapporteerd. Betrokkene oogt stabiel, ziet het belang van het blijvend innemen van medicatie in en hij wil meewerken aan hulpverlening. Het borgen van een behandeling in het kader van een voorwaardelijke veroordeling baart de reclassering zorgen. Wanneer betrokkene besluit geen medicatie meer te nemen en terugvalt in middelengebruik zal dit de aanwezige bipolaire stoornis doen laten floreren. De behandeling zal dan stagneren. Of een zelfbindingsverklaring – zoals door de gedragsdeskundigen is geadviseerd – dan voldoende borging voor behandeling kan bieden, is voor de reclassering niet helder. Een eerdere zelfbindingsverklaring is niet tot stand gekomen daar betrokkene zich aan behandeling onttrok en niet meer bereikbaar was voor zijn behandelaren. Het kader van een tbs-maatregel met voorwaarden geeft daarentegen wel borging van behandeling, immers indien betrokkene zich niet aan voorwaarden houdt is de mogelijkheid van een omzetting naar dwang een optie. Om het traject van een tbs-maatregel met voorwaarden te starten is de reclassering van mening dat een klinische behandeling gericht op psycho-educatie binnen een instelling met een laag beveiligingsniveau gepast is. Hierna zou uitstroom naar een begeleide woonvorm gerealiseerd kunnen worden. Ook kan nog gedacht worden aan het inzetten van een GVM.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering adviseert tbs met voorwaarden aan verdachte op te leggen. De reclassering adviseert daarbij de volgende voorwaarden: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>geen strafbaar feit plegen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>meewerken aan reclasseringstoezicht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>meewerken aan time-out door opname in een forensisch klinische setting;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>niet naar het buitenland gaan;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>zich laten opnemen in een zorginstelling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>zich ambulant laten behandelen door een forensisch polikliniek;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>verblijven in een in stelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>drugsverbod;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>alcoholverbod;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vinden en behouden van dagbesteding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>De reclassering adviseert dadelijk uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden en het opleggen van een GVM.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De bovenvermelde rapporteurs zijn gehoord op de terechtzitting van 14 maart 2024. Zij hebben allemaal hun advies herhaald. </para>
        <para>De heer Gijselman heeft in het bijzonder verklaard dat de reclassering de intake bij [instelling 2] al in gang heeft gezet maar dat de wachttijd nog 6 á 10 weken is. De reclassering acht het van belang dat betrokkene vanuit het [instelling 1] rechtstreeks zal doorstromen naar een [instelling 2] . Er is voor  betrokkene nog geen plek gevonden waar hij ter overbrugging kan verblijven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Tbs met voorwaarden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat er bij verdachte sprake is van een lange psychiatrische voorgeschiedenis, met meerdere klinische en ambulante behandelingen. Vanaf 2010 hebben zich meerdere instabiele periodes van ontregeling voorgedaan. Verdachte heeft zich in het verleden onttrokken aan behandeling en ook is hij verschillende keren gestopt met zijn medicatie omdat hij daar naar eigen zeggen depressief van zou worden. Eind 2021 is verdachte voor het laatst met de voorgeschreven antipsychotica gestopt, waarna hij langdurig manisch-psychotisch ontregeld is geraakt, tot aan zijn aanhouding op 27 juni 2023. In deze periode hebben onderhavige strafbare feiten plaatsgevonden. </para>
        <para>Verdachte verblijft thans al ruim 8 maanden in het [instelling 1] , waar zijn psychisch toestandsbeeld  door de inzet van dwangmedicatie langzaamaan is gestabiliseerd. Momenteel is er sprake van ziekte-besef en enig ziekte-inzicht. Verdachte neemt zijn medicatie weer in en maakt tijdens de terechtzitting een heldere en stabiele indruk op de rechtbank. Hij lijkt het belang van het blijvend innemen van medicatie in te zien. Ook heeft hij aangegeven mee te willen werken aan hulpverlening. </para>
        <para>De rechtbank vindt deze ontwikkeling weliswaar positief maar ook nog erg pril en broos, waarbij verdachte de ernst van de problematiek en zijn kwetsbaarheid voor ontregeling nog niet ten volle lijkt in te zien. Mede gelet op zijn wisselende bereidheid tot het innemen van medicatie in het (recente) verleden heeft de rechtbank niet voldoende vertrouwen gekregen dat een minder streng kader dan tbs met voorwaarden voldoende zou zijn om het recidiverisico in te kunnen perken. De consequenties van het niet opvolgen van de voorwaarden zijn groter dan het geval is bij bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke straf. Daarbij komt dat bij een tbs met voorwaarden - anders dan bij een voorwaardelijk strafdeel als bedoeld in artikel 14a e.v. van het Wetboek van Strafrecht (Sr) - de behandeling van verdachtes stoornis is gegarandeerd, omdat verdachte bij het niet meewerken aan de voorwaarden bij wijze van time-out klinisch kan worden geplaatst en de maatregel in een uiterst geval kan worden omgezet in tbs met dwangverpleging, zoals hierna zal worden overwogen. Bovendien is in het verleden gebleken dat het opstellen van een zelfbindingsverklaring in het kader van een zorgmachtiging niet gelukt is, zodat de rechtbank het opleggen van een zorgmachtiging geen afdoende kader vindt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van tbs met voorwaarden is voldaan: bedreiging is een misdrijf dat wordt genoemd in artikel 37a lid 1 sub 2 Sr en tijdens het begaan van de bedreigingen bestond bij verdachte een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Gelet op de inhoud van de rapportages van de gedragsdeskundigen en het advies van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, de oplegging van deze maatregel vereist. Concluderend zal de rechtbank tbs met voorwaarden opleggen met de voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Contactverbod</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank ziet aanleiding om – conform de eis van de officier van justitie – een contactverbod op te leggen ten aanzien van de slachtoffers van de onder 1 bewezen verklaarde bedreiging, te weten [naam 1] en [naam 2] . Dit contactverbod zal worden opgelegd in het kader van de tbs met voorwaarden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ongemaximeerde tbs-maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank kan, op vordering van het Openbaar Ministerie, bevelen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd indien de voorwaarden niet worden nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist. De rechtbank beschouwt de bewezenverklaarde bedreigingen als misdrijven die gericht zijn tegen dan wel gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.</para>
        <para>De onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten zijn immers bedreigingen met misdrijven tegen het leven gericht, verdachte had – gelet op afbeeldingen waarop een vuurwapen te zien is – de beschikking over een vuurwapen en kampt al sinds zijn pubertijd met psychische problematiek. De termijn van een eventuele TBS met dwangverpleging is dan ook niet beperkt tot vier jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dadelijk uitvoerbaarheid</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de problematiek bij verdachte en de noodzaak tot behandeling, acht de rechtbank het onwenselijk dat er een toezichtloze periode ontstaat tussen de beëindiging van de voorlopige hechtenis en de start van de tbs met voorwaarden. De rechtbank vindt het dan ook van groot belang dat de behandeling in een [instelling 2] aansluit op de voorlopige hechtenis. De rechtbank vindt het daarom ook noodzakelijk dat verdachte vanuit het [instelling 1] naar de betreffende [instelling 2] vervoerd zal worden. </para>
        <para>Gelet op het bepaalde in artikel 38 lid 6 Sr beveelt de rechtbank daarom dat de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Gevangenisstraf</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van een oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 325 dagen, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is. De rechtbank gaat daarbij uit van het in deze zaak ondergane voorarrest in Nederland. De duur van het voorarrest is 276 dagen op de dag van de uitspraak. Dat verdachte in het kader van onderhavige zaak in Slovenië in overleveringsdetentie heeft gezeten blijkt niet uit het dossier noch uit de stukken die de raadsman aan zijn pleitnota heeft gehecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">GVM</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat voldaan is aan de voorwaarden voor het opleggen van een GVM-maatregel. Verdachte wordt namelijk ter beschikking gesteld als bedoeld in de artikelen 37a en 38 van het Wetboek van Strafrecht. Ook is het ter bescherming van de algemene veiligheid van anderen nodig dat gedragsbeïnvloedende en/of vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden, zodat er na de tbs-maatregel zicht kan worden gehouden op verdachte en voorwaarden kunnen worden opgesteld waaraan hij zich dient te houden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 37a, 38, 38a, 38e, 38z, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> Verklaart het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ten aanzien van feiten 1 en 2: <emphasis role="italic">telkens, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">325 (driehonderd vijfentwintig) dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip     </para>
      <para> waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde  </para>
      <para> vrijheidsstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> Gelast dat verdachte <emphasis role="bold">ter beschikking zal worden gesteld</emphasis> en stelt daarbij de volgende <emphasis role="bold">voorwaarden</emphasis>:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geen strafbaar feit plegen </emphasis>
      </para>
      <para>	Veroordeelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Meewerken aan reclasseringstoezicht </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:  </para>
      <para>o Veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is. </para>
      <para>o Veroordeelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van veroordeelde vast te stellen. </para>
      <para>o Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden. </para>
      <para>o Veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn/haar gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid. </para>
      <para>o Veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken. </para>
      <para>o Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners. </para>
      <para>o Veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering. </para>
      <para>o Veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Opname in een zorginstelling </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde laat zich opnemen in Forensische Psychiatrische Kliniek (FPK) of Forensische Psychiatrische Afdeling ( [instelling 2] ), te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de behandelaar/reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Meewerken aan time-out </emphasis>
      </para>
      <para>Indien de veroordeelde gestelde een opgelegde voorwaarde niet naleeft of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat vereist, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een time-out van de ter beschikking gestelde in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een time-out indiceert zal, nadat deze time-out op vordering van het openbaar ministerie door de rechter-commissaris is bevolen, de veroordeelde zich laten opnemen. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Niet naar het buitenland </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ambulante behandeling </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde laat zich behandelen door een forensische polikliniek, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de behandelaar en reclassering dat nodig vindt. </para>
      <para>Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Begeleid wonen of maatschappelijke opvang </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. </para>
      <para>Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Drugsverbod </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Alcoholverbod </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Dagbesteding </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van dagbesteding met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Financiën </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde werkt, indien geïndiceerd, mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn/haar financiën en schulden. Indien geïndiceerd aanvaard hij ondersteuning van de Materiële Juridische Dienstverlening (MJD) op het gebied van zijn financiën.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Contactverbod</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde zal op geen enkele wijze - direct of indirect - <emphasis role="underline">contact</emphasis> opnemen, zoeken of hebben met [naam 1] en [naam 2]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft opdracht aan reclassering Fivoor de terbeschikkinggestelde bij de naleving van die voorwaarden hulp en steun te verlenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>     	   Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar</emphasis> is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> Legt aan verdachte op <emphasis role="bold">de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking</emphasis> als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. A.H.E. van der Pol, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. G.M. Beunk en E.M. de Bie, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. S.D. Riggelink en R.L.M. Meulman, 	griffiers,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>