<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:8880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-16T07:17:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 24/2065</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8880">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-08T14:54:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:8880 Rechtbank Amsterdam , 12-11-2024 / AWB 24/2065</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8880:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep gegrond, afwijzing bruikleenauto, het college mocht de afwijzing niet op het medische advies baseren, bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid, Het college moet een nieuw medisch advies vragen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8880:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 24/2065 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Verheij),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam </title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.C. Smit).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een bruikleenauto op grond van de Wmo.<footnote-ref linkend="_4f948587-7477-4307-a3f8-c3ab6d8e90bf" /> Met het besluit van 12 juli 2023 heeft het college de aanvraag afgewezen op de grond dat het verstrekken van een bruikleenauto medisch gezien niet noodzakelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 26 februari 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft op 15 juli 2024 een medisch rapport overgelegd van het Huntingtoncentrum Amsterdam. Het college heeft in een aanvullend verweerschrift gereageerd op dit rapport.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 10 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de ouders van eiser, [de persoon] (vriend van de familie) en de gemachtigde van het college. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van een bruikleenauto. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de aanleiding voor deze rechtszaak?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser is 35 jaar oud en heeft de ziekte van Huntington waardoor hij zonder goede en intensieve zorg en begeleiding niet goed kan functioneren. Eiser wordt, door zijn ziekte, bij mensen die hij niet kent snel geïrriteerd en agressief. Om eiser te kunnen vervoeren hebben zijn ouders eerder gebruik gemaakt van aanvullend openbaar vervoer (AOV). Doordat eiser niet op de begane grond woonde, moest daarbij ook een tilservice worden ingezet. Dit is meerdere malen mis gegaan. Eiser raakte in paniek van de medewerkers van de tilservice en de chauffeurs. De ouders van eiser hebben daarom een bruikleenauto aangevraagd zodat zij eiser zelf kunnen vervoeren. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het college heeft de aanvraag afgewezen. Aan de afwijzing ligt een advies van deskundigen van Argonaut Advies B.V. (Argonaut) van 6 juli 2023 ten grondslag. In dat advies is geoordeeld dat er geen sprake is van medische noodzaak voor een bruikleenauto en dat aan eiser reeds verstrekte AOV in medische zin een adequate voorziening is. Eiser heeft immers AOV, van kamer tot kamer plus alleen reizend en met begeleider verplicht. Dit is volgens het college de goedkoopst adequate oplossing voor het vervoersprobleem. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het college heeft in de bezwaarfase Argonaut opnieuw om advies gevraagd. In dit advies van 15 februari 2024, komt Argonaut niet tot een andere conclusie. Het college heeft vervolgens besloten om de afwijzing in bezwaar te handhaven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt eiser</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de afwijzing van een bruikleenauto niet in stand kan blijven omdat de aangevoerde medische klachten, bezwaren en argumenten door de medewerkers van Argonaut, zowel in de primaire besluitvorming als in de bezwaarprocedure, onvoldoende zijn meegewogen. Volgens eiser heeft het college in bezwaar de afwijzing niet volledig heroverwogen. Het college heeft hierdoor het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden en ten opzichte van eiser onzorgvuldig en onevenredig gehandeld. Ook stelt eiser dat het onderzoek door Argonaut onzorgvuldig is geweest omdat de arts eiser thuis, in zijn veilige omgeving, heeft gezien en hieraan zijn conclusies heeft verbonden. Door het onderzoek te baseren op alleen een huisbezoek is het onderzoek gebrekkig geweest en mocht het college zich daar niet op baseren bij beoordeling van de aanvraag. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt college</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Het college stelt zich op het standpunt dat het advies van de medisch deskundige bij Argonaut zorgvuldig, objectief, inzichtelijk en onpartijdig tot stand is gekomen. Het advies is tot stand gekomen na dossieronderzoek waarbij kennis is genomen van de casemanagement rapportage van Reade, 3 brieven van de huisarts van eiser en meerdere adviesrapportages van Indicatie Adviesbureau (IAB). Ook heeft de arts over de situatie van eiser op anonieme basis collegiaal overleg gevoerd met een medisch adviseur. Daarnaast heeft de arts die in bezwaar om heradvies is gevraagd eiser in zijn woning bezocht en gezien. Zijn bevindingen heeft hij ook betrokken bij zijn advies over de vraag of er sprake is van medische noodzaak van een bruikleenauto. Nu het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, mocht het college volgens de vaste rechtspraak in het kader van haar besluitvorming op het advies afgaan en is er voor het college geen aanleiding om dat niet op te volgen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) mag een bestuursorgaan alleen op een medisch advies afgaan als dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is en begrijpelijk is gemotiveerd.<footnote-ref linkend="_6271c695-f9ed-469b-a2a8-2edd452cf166" /> Het is vervolgens aan de aanvrager om door middel van medische stukken aannemelijk te maken dat het advies niet klopt.<footnote-ref linkend="_9e33050c-2986-4d27-95dd-1d2ac017f04e" /> Dit betekent dat duidelijk moet zijn op grond van welke vormen van onderzoek en op basis van welke gegevens de adviseur tot zijn bevindingen is gekomen. Op het moment dat hieraan wordt voldaan dan mag het college daar in beginsel op vertrouwen bij haar besluitvorming.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het advies van Argonaut niet aan voornoemde voorwaarden voldoet. In bezwaar heeft de familie van eiser aangevoerd dat naast de tilservice ook een probleem is dat eiser met het AOV vervoerd wordt door een onbekende chauffeur. In het advies van 15 februari 2024 stelt de adviseur van Argonaut dat het vervoer door een onbekende chauffeur echter goed mogelijk is omdat geen direct fysiek contact met de chauffeur nodig is. Eiser zou namelijk op korte termijn verhuizen naar een rolstoelvriendelijke woning op de begane grond, waardoor geen gebruik meer hoeft te worden gemaakt van de tilservice. De rechtbank volgt deze conclusie van de adviseur niet. Uit het advies blijkt namelijk ook dat het niet duidelijk is waardoor eiser van slag raakt en welke factoren hierbij naast de tilservice mogelijk nog meer een rol spelen. De familie van eiser heeft meermaals benadrukt dat alleen al de aanwezigheid van vreemden bij zijn vervoer problematisch is voor eiser. Op de zitting hebben zij dit verder toegelicht en uitgelegd dat alleen de vader van eiser hem mag rijden. Zelfs de vriend van de familie, die eiser dus goed kent, mag (en kan) hem niet rijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>De stellingen van de familie worden onderbouwd door de verklaring van het Huntingtoncentrum, waar eiser in behandeling is. Uit deze verklaring blijkt dat zijn behandelaars het AOV ook geen adequate oplossing vinden voor eiser en van mening zijn dat de specifieke symptomen en behoeften van eiser om een eigen aangepaste auto vragen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de adviseur van Argonaut onvoldoende heeft gemotiveerd dat het vervoer door een onbekende chauffeur niet tot onoverkomelijke problemen leidt. Zoals de adviseur ook zelf al in het advies aangeeft, is deze conclusie wat eenvoudig geschetst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>De rechtbank acht hierbij tevens van belang dat de adviseur in zijn conclusie meeneemt dat hij verbetering verwacht in het (psychisch) functioneren als hier specifiek aandacht aan wordt besteed en als de ouders hierin worden meegenomen. Dit staat haaks op de verwachting dat de beperkingen zullen toenemen, zoals de adviseur eerder in het advies vaststelt. Dat het gedragscomponent kan worden verbeterd is ook niet aannemelijk gelet op de progressieve hersenaandoening die eiser heeft, waarbij hij zowel fysiek als psychisch achteruit gaat. Ook op dit punt is het advies niet begrijpelijk gemotiveerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>Het college meent tenslotte dat eiser kan worden tegengeworpen dat vervoer met het AOV niet meer is geprobeerd sinds de verhuizing naar een rolstoelvriendelijke woning. Er zijn namelijk geen AOV-ritten meer geboekt. De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat dit van eiser kan worden verwacht. De rechtbank acht hierbij van belang dat de familie van eiser op de zitting heeft toegelicht dat zij na de verhuizing nog hebben geprobeerd om eiser te vervoeren door de vriend van de familie, maar zelfs dit niet is gelukt. Verder hebben zij toegelicht dat vervoer in het AOV, of door iemand anders dan eisers vader, veel stress oplevert waarvan eiser lange tijd, meerdere dagen tot enkele weken, moet bijkomen. De stellingen van eiser worden onderbouwd door de verklaring van de behandelaars van eiser van het Huntingtoncentrum, die de ouders van eiser ook afraden om eiser in de stressvolle situatie te plaatsen door het uitproberen van AOV.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college de afwijzing van een bruikleenauto niet op het medisch advies van Argonaut van 15 februari 2024 mocht baseren. Het college heeft naar het oordeel van de rechtbank het bestreden besluit dan ook in strijd met artikel 3:2 van de Awb<footnote-ref linkend="_5ae026e0-04c0-4357-a373-afba0ac0edd4" /> niet zorgvuldig voorbereid en in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb  ondeugdelijk gemotiveerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen over de vraag of eiser in aanmerking komt voor een bruikleenauto. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Dit betekent dat het college een nieuw medisch advies dient te vragen, waarbij ook de nadere verklaring van het Huntingtoncentrum Amsterdam moet worden betrokken. De rechtbank geeft het college hiervoor zes weken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.750,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het besluit van 26 februari 2024;</para>
    <para>- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;</para>
    <para>- bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt het college tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiser.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, rechter, in aanwezigheid van A. Duijf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4f948587-7477-4307-a3f8-c3ab6d8e90bf" label="1">
    <para> Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6271c695-f9ed-469b-a2a8-2edd452cf166" label="2">
    <para>CRvB 22 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1124<emphasis role="bold">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e33050c-2986-4d27-95dd-1d2ac017f04e" label="3">
    <para> CRvB 21 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2195, CRvB 16 mei 2015, CRVB:2015:3266, CRvB 8 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:33.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_5ae026e0-04c0-4357-a373-afba0ac0edd4" label="4">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>