<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:8770</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-10T16:42:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11259315 WM VERZ 24-6145</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8770">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8770</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-10T16:41:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:8770 Rechtbank Amsterdam , 19-12-2024 / 11259315 WM VERZ 24-6145</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8770:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv Mulder. Geslotenverklaring [locatie]. Tekstkar en waarschuwingsperiode.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8770:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7b097e71-0571-4d44-802f-c9a415ae944c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="deab2917-9a14-46b6-bd6d-848c2677efdc" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kantonrechter: mr. B. Brokkaar</para>
      <para>zaaknummer: 11259315 WM VERZ 24-6145</para>
      <para>beslissing van: 19 december 2024</para>
      <para>func.: 40546</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 19 december 2024 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [adres]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>verder: betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 14 januari 2024 en is gericht tegen de beslissing van 7 december 2023 van de <emphasis role="bold">officier van justitie</emphasis> (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">CJIB-nummer: [nummer]</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is bij beschikking van 14 oktober 2023 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 19 december 2024. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
    <para>1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, een weg is gebruikt in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12). Deze gedraging is door middel van camerahandhaving geconstateerd op 3 oktober 2023 om 12:42 uur op de [locatie 1] . </para>
    <para />
    <para>2. Het beroep is tijdig ingesteld.<?linebreak?></para>
    <para>3. Betrokkene voert tegen de beslissing van verweerder aan dat hij geen borden heeft gezien. Betrokkene reed voor het eerst op de pleeglocatie en heeft geen waarschuwingsperiode gezien of daarover een brief ontvangen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts voert betrokkene, kort gezegd, aan dat de verkeerssituatie op de pleeglocatie onduidelijk en misleidend is. Betrokkene verwijst in dit verband onder meer naar een overgelegde foto van een matrixunit waarop volgens betrokkene onjuiste informatie staat weergegeven. Daarnaast voldoen de borden op de pleeglocatie volgens betrokkene niet aan de wettelijke vereisten. De borden zijn namelijk te klein en niet goed zichtbaar. Verder voldoet de gemeente niet aan de voorwaarden die horen bij de digitale handhaving geslotenverklaringen. Betrokkene was onbekend op de pleeglocatie en heeft de aankondigingsborden niet kunnen zien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een aanvulling op het beroepschrift d.d. 15 december 2024 stelt betrokkene nog dat de informatie op het matrixbord, waarvan een foto in het geding is gebracht, aangaf dat de situatie per 1 november gewijzigd zou zijn. Op deze manier is betrokkene toch min of meer misleid en waren de feitelijke omstandigheden verwarrend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het beroep ongegrond is. De tekstkar heeft er gestaan nadat betrokkene de onderhavige gedraging heeft begaan. De tekstkar kan in dit geval dus niet voor verwarring hebben gezorgd. </para>
    <para>Daarnaast merkt verweerder op dat de waarschuwingsperiode op 3 oktober 2023 al voorbij was. Deze was immers van 1 juli 2023 tot en met 31 augustus 2023.</para>
    <para />
    <para>5. Het volgende wordt overwogen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gedraging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Op grond van de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht, die in dit geval wordt ondersteund met fotografisch materiaal, staat voldoende vast dat de aan betrokkene verweten gedraging is verricht. Er is geen aanleiding om aan de juistheid van deze stukken te twijfelen, zodat de sanctie terecht aan betrokkene is opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bebording</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Uit artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) volgt dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt of de verkeerstekens al dan niet met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke voorschriften zijn geplaatst. Het staat niet ter beoordeling van de individuele weggebruiker of een verkeersbord wel of niet overeenkomstig de voorschriften is geplaatst.  </para>
    <para />
    <para>8. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de overtreding langs de elektronische weg is geconstateerd en op digitale foto’s is vastgelegd door een camera die enkele meters na het bord C12 is geplaatst. De camera heeft vastgelegd dat het voornoemde voertuig kwam uit de oostelijke richting van het [locatie 2] en reed in westelijke richting naar de [locatie 3] .</para>
    <para />
    <para>9. In het dossier bevinden zich twee schouwrapporten van de bebording, daterend van 30 september 2023 en 10 oktober 2023 en hieruit blijkt dat de bebording op beide momenten ter plaatse aanwezig was en conform de wet en regelgeving was geplaatst. De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd door een boa.</para>
    <para />
    <para>10. Wat betreft het verweer dat de matrixunit onjuiste informatie weergaf overweegt de kantonrechter het volgende. De [locatie 1] is aan de<emphasis role="bold"> westzijde</emphasis> met ingang van 1 juli 2023 afgesloten voor verkeer met uitzondering van lijnbussen. In de periode van 16 oktober tot en met 1 november heeft er op de [locatie 1] een tekstkar gestaan met de mededeling dat vanaf 1 november 2023 de weg niet zou mogen worden ingereden. Dit betrof een andere weg, maar heeft wel tot een onduidelijke situatie geleid in die periode. Nu de onderhavige gedraging dateert van 3 oktober 2024, was er geen sprake van een verwarrende situatie als gevolg van deze matrixunit. De gedraging valt immers buiten de voornoemde periode. Dit verweer faalt derhalve. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarschuwingsperiode</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. Betrokkene voert aan dat hij niet eerst is gewaarschuwd. Een daartoe bevoegde verbalisant heeft bij het opleggen van een sanctie in de zin van een Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) een zekere discretionaire bevoegdheid. De verbalisant kan afhankelijk van omstandigheden van het geval afzien van het opleggen van een administratieve sanctie. In dit geval is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de verbalisant had moeten afzien van het opleggen van de sanctie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts blijkt uit een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 augustus 2023, vindplaats ECLI:NL:GHARL:2023:6933, onder meer dat een verbalisant niet slechts van zijn bevoegdheid tot oplegging van een boete gebruik mag maken indien een waarschuwingsperiode in acht is genomen. Ook is het vanuit de Wahv niet vereist dat er een waarschuwingsperiode moet worden gehanteerd of dat slechts nadat een waarschuwing gegeven is, een boete mag worden opgelegd. Óf er een waarschuwingsperiode van kracht is geweest en of de boete binnen of buiten deze periode is opgelegd, is daarom niet relevant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorwaarden digitale handhaving geslotenverklaringen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. Betrokkene heeft aangevoerd dat de gemeente Amsterdam niet heeft voldaan aan de voorwaarden die horen bij de digitale handhaving geslotenverklaringen. De kantonrechter gaat hierin niet mee en overweegt daartoe als volgt. Gelet op de beslissing van de officier van justitie en het algemeen <emphasis role="italic">“Proces-verbaal alle motorvoertuigen [locatie 1] ”</emphasis> van 1 september 2023 is voldaan aan de vereisten betreffende de publicatie en bekendmaking van de inwerkingtreding van deze geslotenverklaring.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onbekend op de pleeglocatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>13. In het algemeen mag van een weggebruiker worden verwacht dat hij anticipeert op naderende verkeerssituaties en zijn snelheid en rijgedrag zodanig aanpast dat daarop tijdig kan worden gereageerd. Ook mag van kentekenhouders worden verwacht dat zij zich inspannen om zichzelf op de hoogte te stellen en op de hoogte te blijven van de voor hen geldende regelgeving, en dat zij daarnaar handelen. Dat betrokkene onbekend was op de pleeglocatie doet aan het voorgaande niet af. </para>
    <para />
    <para>14. Daarom wordt beslist als volgt.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier 							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum verzending</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7e677a95-3f59-438a-b742-e905be1434b2" depth="1" width="170" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u <emphasis role="bold">binnen zes weken</emphasis> na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, <emphasis role="bold">tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>