<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:8575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-28T13:35:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/164053-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8575">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-28T13:35:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:8575 Rechtbank Amsterdam , 17-12-2024 / 13/164053-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8575:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van en medeplichtigheid aan meerdere plofkraken en daarnaast aan de voorbereiding daarvan. Het handelen van verdachte en zijn mededaders komt op de rechtbank als georganiseerd en professioneel over. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de verkoop en het voorhanden hebben van hoeveelheden cocaïne. In beginsel zou een gevangenisstraf van 6,5 jaar het uitgangspunt zijn, maar de rechtbank houdt rekening met de gemaakte procesafspraken. De rechtbank vindt dat het voorstel voor de strafafdoening in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak. Opgelegde straf: gevangenisstraf van 50 maanden zoals vastgelegd in de procesafspraken. Vordering benadeelde partij hoofdelijk toegewezen. Schadevergoedingsmaatregel afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8575:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="31d4c0ef-511e-4d5c-a7f0-db338b3a5096" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>verkort vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/164053-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 17 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende op het adres [woonadres] , </para>
      <para>gedetineerd in [Penitentiaire Inrichting] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 december 2024.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. van de Venn, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.C. Reisinger, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de tussen het Openbaar Ministerie en verdachte op 17 december 2024 gesloten overeenkomst ten aanzien van de door hen gemaakte procesafspraken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] en van hetgeen mevrouw [naam] namens de benadeelde partij op de zitting naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte wordt na wijziging van de tenlastelegging – kort gezegd – ervan beschuldigd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:</para>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>diefstal door middel van braak en/of verbreking door twee of meer personen op 13 april 2020 in Amsterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen op 13 april 2020 in Amsterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>diefstal door middel van braak en/of verbreking door twee of meer personen op 30 maart 2020 in Kaatsheuvel. Subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid hieraan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen op 30 maart 2020 in Kaatsheuvel. Subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid hieraan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>poging tot diefstal door middel van braak en/of verbreking door twee of meer personen op 5 juli 2020 in Amsterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen op 5 juli 2020 in Amsterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>poging tot diefstal door middel van braak en/of verbreking door twee of meer personen in de periode van 11 april 2020 tot en met 23 april 2020 in Goslar en/of Herzogenrath in Duitsland. Subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid hieraan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen in de periode van 11 april 2020 tot en met 23 april 2020 in Goslar en/of Herzogenrath in Duitsland. Subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid hieraan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medeplegen van opzettelijk handelen in of aanwezig hebben van cocaïne en/of heroïne in de periode 27 maart 2020 tot en met 15 december 2020 in Amsterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>overdragen van wapens van categorie II en/of III, zijnde vuurwapens, geschikt om automatisch te vuren, in de periode van 29 maart 2020 tot en met 22 juli 2020 in Amsterdam. Subsidiair is dit ten laste gelegd als het zonder erkenning genoemde wapens vervaardigen, transformeren, ter beschikking stellen en/of verhandelen. Meer subsidiair is dit ten laste gelegd als het voorhanden hebben van deze wapens; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medeplegen van voorbereiding van medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen in de periode van 27 maart 2020 tot 11 december/20 juli 2020 in Amsterdam, Zevenaar, Beverwijk en/of Tegelen.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Procesafspraken en de beoordeling daarvan</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de tussen de officier van justitie en de verdediging gemaakte procesafspraken. De overeenkomst waarin deze procesafspraken zijn neergelegd is aan dit vonnis gehecht in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis>. De procesafspraken houden – kort gezegd en onder andere – in dat de officier van justitie zal rekwireren tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden. De verdediging zal volgens de overeenkomst geen onderzoekswensen indienen en geen bewijsverweren voeren. Beide partijen zijn daarnaast overeengekomen geen hoger beroep in te zullen stellen in het geval de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen partijen gemaakte afspraken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan alleen acht slaan op een door de officier van justitie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die<?linebreak?>artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang, als van een afdoeningsvoorstel deel uitmaakt dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.<footnote-ref linkend="_6b558cf4-4e54-4537-9b8a-05010934cf59" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesafspraken zijn op de zitting van 17 december 2024 besproken met verdachte, in aanwezigheid van zijn raadsman. Verdachte heeft verklaard dat hij volledig achter de gemaakte afspraken staat en dat hij begrijpt welke gevolgen de afspraken hebben wanneer de rechtbank daarin meegaat. De rechtbank heeft uit de verklaringen van verdachte begrepen dat hij zich vrij voelde om zelf te beslissen en zich niet onder druk gezet heeft gevoeld om de procesafspraken te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte, die gedurende zijn proces steeds is bijgestaan door zijn raadsman, vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie, en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De rechtbank heeft zich er bij de inhoudelijke behandeling van vergewist dat de verdachte nog altijd achter de gemaakte afspraken en het afdoeningsvoorstel staat. Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat zij acht kan slaan op de tussen de officier van justitie en de verdediging gemaakte procesafspraken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niettegenstaande hetgeen tussen de officier van justitie en de verdediging is overeengekomen, heeft de rechtbank een eigen verantwoordelijkheid om antwoord te geven op de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Zowel bij het onderzoek ter terechtzitting als in dit vonnis heeft de beantwoording van de vragen van artikel 348 en 350 Sv centraal gestaan. Bij het bepalen van de straf en de motivering daarvan zal de inhoud en doorwerking van de procesafspraken worden besproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich – overeenkomstig de procesafspraken – op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft – overeenkomstig de procesafspraken – geen bewijsverweren gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
          </para>
          <para>Het onderzoek Turbot is gestart naar aanleiding van bevindingen uit het onderzoek Argus en Lemont. Vanuit deze onderzoeken zijn datasets verstrekt, bestaande uit Sky-ECC-berichten respectievelijk EncroChat-berichten. Daardoor zijn berichten van de gebruiker van Sky-ID’s ‘ [gebruikersnaam 1] ’, ‘ [gebruikersnaam 2] ’ en ‘ [gebruikersnaam 3] ’ en van de gebruiker van het EncroChat-account ‘ [e-mailadres] ’ in beeld gekomen. Het onderzoek naar deze berichten heeft geleid tot verschillende zaakdossiers die onder andere betrekking hebben op plofkraken in Nederland en Duitsland.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Bewijs en procesafspraken</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en de hiernavolgende overwegingen. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Identificatie</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de accounts met Sky-ID’s ‘ [gebruikersnaam 1] ’, ‘ [gebruikersnaam 2] ’ en ‘ [gebruikersnaam 3] en het EncroChat-account ‘ [e-mailadres] ’ aan verdachte toegeschreven kunnen worden. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder 3 primair, 4 primair, 7 primair, en 8 primair ten laste gelegde <emphasis role="italic">medeplegen </emphasis>van de betreffende feiten, omdat de rol van verdachte bij deze feiten die uit de berichten naar voren is gekomen slechts als <emphasis role="italic">medeplichtige </emphasis>(subsidiair) kan worden aangemerkt. Ook spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onder 10 primair en subsidiair tenlastegelegde, omdat dit niet is bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.5.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Bewezenverklaring </emphasis>
          </para>
          <para>Op grond van de in het dossier aanwezige chatgesprekken die verdachte via de genoemde accounts heeft gevoerd en de overige bewijsmiddelen is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 5, 6, 7 subsidiair, 8 subsidiair, 9, 10 meer subsidiair en 11 tenlastegelegde. Dit is hierna in rubriek 5 weergegeven. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt daarbij ten aanzien van feit 10, waarbij zij tot een ander oordeel komt dan in de procesafspraken is overeengekomen, in het bijzonder als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsoverweging feit 10</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank spreekt verdachte gedeeltelijk vrij van het voorhanden hebben van de wapens van het merk ‘Scorpion’ en ‘Kalasjnikov’. Ook spreekt de rechtbank verdachte – anders dan is overeengekomen in de procesafspraken – gedeeltelijk vrij van het voorhanden hebben van het wapen van het merk ‘Beretta’. Op basis van de chatberichten in het dossier kan namelijk niet worden vastgesteld dat verdachte een wapen van het merk ‘Beretta’ voorhanden heeft gehad.  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht bewezen dat (verdachte)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">1:</emphasis>
      </para>
      <para>op 13 april 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen € 8.045,- dat aan de [benadeelde partij] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, door de sealbagautomaat van die [benadeelde partij] op te blazen met een explosief; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">2:</emphasis>
      </para>
      <para>op 13 april 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief af te laten gaan/tot ontploffing te brengen tegen/in/op de sealbagautomaat van de [benadeelde partij] op het [adres] te Amsterdam, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd gebouw en naastgelegen woningen aan het [adres] te Amsterdam, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="underline">3 subsidiair:</bridgehead>
    <parablock>
      <para>personen op 30 maart 2020 te Kaatsheuvel tezamen en in vereniging met anderen € 61.000,- dat aan de [benadeelde partij] toebehoorde hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die personen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, door de sealbagautomaat van die [benadeelde partij] op te blazen met een explosief </para>
      <para>bij en tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 30 maart 2020 te Kaatsheuvel en Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen en inlichtingen heeft verschaft, door </para>
    </parablock>
    <para>- een persoon te regelen die op de uitkijk kan staan, </para>
    <para>- instructies te geven (met betrekking tot het pakken van de beoogde buit) en</para>
    <para>- het regelen van het gebruikte voertuig (motor);</para>
    <para />
    <bridgehead role="underline">4 subsidiair:</bridgehead>
    <parablock>
      <para>personen op 30 maart 2020 te Kaatsheuvel tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht door een explosief af te laten gaan/tot ontploffing te brengen tegen/in/op de sealbagautomaat van de [benadeelde partij] op het [adres] te Kaatsheuvel, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd gebouw en naastgelegen woningen aan het [adres] te Kaatsheuvel, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was </para>
      <para>bij en tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 30 maart 2020 te Kaatsheuvel en/of Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen en inlichtingen heeft verschaft, door </para>
    </parablock>
    <para>- een persoon te regelen die op de uitkijk kan staan, </para>
    <para>- instructies te geven (met betrekking tot het pakken van de beoogde buit en) en</para>
    <para>- het regelen van het gebruikte voertuig (motor);</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">5: </emphasis>
      </para>
      <para>op 5 juli 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een geldbedrag dat aan de ING-bank toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat weg te nemen goed onder hun bereik te brengen door middel van braak, door met dat opzet, een explosief af te laten gaan/tot ontploffing te brengen tegen/op/in de afstortkluis van de ING-bank, gevestigd aan de [adres] te Amsterdam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">6:</emphasis>
      </para>
      <para>op 5 juli 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief af te laten gaan/tot ontploffing te brengen tegen/in/op de afstortkluis van de ING op de [adres] te Amsterdam, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd gebouw en naastgelegen woningen aan de [adres] te Amsterdam, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="underline">7 subsidiair:</bridgehead>
    <parablock>
      <para>personen omstreeks de periode van 11 april 2020 tot en met 23 april 2020 te Goslar en Herzogenrath tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door die personen voorgenomen misdrijf om een geldbedrag dat aan de Sparkasse toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat weg te nemen goed onder hun bereik te brengen door middel van braak, door met dat opzet, een explosief af te laten gaan/tot ontploffing te brengen tegen/op/in de afstortkluizen van de Sparkasse, gevestigd aan de [adres] in Goslar en de [adres] in Herzogenrath, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, </para>
      <para>bij en tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 10 april 2020 tot en met 23 april 2020 in Duitsland en/of Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk, middelen en inlichtingen heeft verschaft, door </para>
    </parablock>
    <para>- instructies te geven (over dat een derde persoon een explosief, batterijen en lampen mee moet nemen) en/of het aansturen van één of meer personen, </para>
    <para>- het verzorgen van voorwerpen tbv het feit (te weten een explosief, batterijen, en lampen), </para>
    <para>- het verzorgen van vervoer voor één of meer van de betrokken personen en/of </para>
    <para>- het versturen van één foto van een betaalautomaat;</para>
    <para />
    <bridgehead role="underline">8 subsidiair:</bridgehead>
    <parablock>
      <para>personen omstreeks de periode van 11 april 2020 tot en met 23 april 2020 te Goslar en Herzogenrath tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht door een explosief af te laten gaan/tot ontploffing te brengen tegen/in/op de afstortkluizen van de Sparkasse aan de [adres] in Goslar en de [adres] in Herzogenrath, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde gebouwen en naastgelegen woningen aan de [adres] in Goslar en de [adres] in Herzogenrath, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was </para>
      <para>bij en tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 10 april 2020 tot en met 23 april 2020 in Duitsland en/of Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen en inlichtingen heeft verschaft, door </para>
    </parablock>
    <para>- instructies te geven (over dat een derde persoon een explosief, batterijen en lampen mee moet nemen) en/of het aansturen van één of meer personen, </para>
    <para>- het verzorgen van voorwerpen tbv het feit (te weten een explosief, batterijen, en lampen) </para>
    <para>- het verzorgen van vervoer voor één of meer van de betrokken personen en/of </para>
    <para>- het versturen van één foto van een betaalautomaat;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">9:</emphasis>
      </para>
      <para>omstreeks 27 maart 2020 tot en met 15 december 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen meermalen opzettelijk heeft verkocht en opzettelijk aanwezig heeft gehad meerdere blokken van een materiaal bevattende cocaïne;</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="underline">10 meer subsidiair:</bridgehead>
    <para>omstreeks de periode van 29 maart 2020 tot en met 22 juli 2020 in Nederland, een wapen van categorie II, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een Walther, zijnde een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">11:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode van 27 maart 2020 tot 20 juli 2020 te Amsterdam en Zevenaar en Beverwijk en Tegelen tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (ex artikel 157 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk </para>
    </parablock>
    <para>- heeft deelgenomen aan het plannen van een of meer plofkraken in Nederland door te spreken en afspraken te maken over de locatie van de pinautomaten en afstortkluizen en benodigde personen voor het uitvoeren van de plofkraken en/of </para>
    <para>- een voertuig heeft geregeld ten behoeve van de plofkraken en/of </para>
    <para>- explosieve pakketje(s) in bezit heeft gehad en aldus goederen en/of stoffen kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van de feiten</title>
    <para>De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 50 maanden met aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft gewezen op de gemaakte procesafspraken en heeft geen strafmaatverweer gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>8.3.1.</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Rechtbank volgt de procesafspraken qua strafmaat</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft zich beraden over de procesafspraken en haar eigen afweging gemaakt bij de bepaling van de op te leggen straf. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze naar voren zijn gekomen tijdens het onderzoek ter terechtzitting. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van en medeplichtigheid aan meerdere plofkraken en daarnaast aan de voorbereiding daarvan, zoals hiervoor bewezen is verklaard. Plofkraken leiden tot veel maatschappelijke onrust, er wordt doorgaans een grote ravage aangericht – iets waarvan in de bewezen verklaarde plofkraken ook het geval was – en bij een geslaagde profkraak wordt meestal een aanzienlijk geldbedrag weggenomen. Het handelen van verdachte en zijn mededaders komt op de rechtbank als georganiseerd en professioneel over. </para>
          <para>Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Vuurwapens vormen een groot gevaar voor de samenleving. Het onbevoegd voorhanden hebben daarvan maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Met het voorhanden hebben van een vuurwapen heeft verdachte een potentieel gevaarlijke situatie gecreëerd, omdat het bezit daarvan maar al te vaak leidt tot het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de verkoop en het voorhanden hebben van hoeveelheden cocaïne. Cocaïnehandel heeft een grote ontwrichtende invloed op de samenleving, zowel op het gebied van gezondheid en welzijn als op de veiligheid en het financiële stelsel. Drugs zijn immers schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers ervan en gaan ook veelvuldig gepaard met diverse vormen van (zware) criminaliteit, met veel geweld, schade en overlast als gevolg. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij hieraan heeft bijgedragen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht op grond van het voorgaande alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Persoon van verdachte </emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 25 juni 2024. Hieruit komt naar voren dat verdachte bij een niet onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 november 2022 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk vanwege zijn betrokkenheid bij het voorbereiden van een ontploffing. Omdat de bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden voorafgaand aan deze veroordeling, is artikel 63 Sr van toepassing. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Procesafspraken</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de procesafspraken blijkt dat volgens de officier van justitie zonder procesafspraken een gevangenisstraf van 6,5 jaar passend en geboden zou zijn. De rechtbank is van oordeel dat deze gevangenisstraf niet onredelijk is om als uitgangspunt te nemen. Verder is de rechtbank van oordeel dat het voorstel om in plaats daarvan 50 maanden gevangenisstraf aan verdachte op te leggen, in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak, mede gelet op de straf(proces)rechtelijke en maatschappelijke voordelen die behaald worden met een afdoening middels procesafspraken. Het maken van procesafspraken dient niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling van de zaak, maar ook een effectieve afdoening daarvan. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.3.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Alles afwegende volgt de rechtbank het afdoeningsvoorstel uit de procesafspraken en legt zij aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden met aftrek van voorarrest op.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Beslag</title>
    <para>Onder verdachte zijn een Samsung-telefoon, een Apple-iPhone, een Rolex-horloge, twee elektronische apparaten (onntrack portable pr), een lamp en een sleutel in beslag genomen.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie en de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beslag op de telefoons moet worden afgedaan conform de procesafspraken. Over de overige voorwerpen waarover in de procesafspraken niets is overeengekomen, is het standpunt dat deze teruggegeven kunnen worden aan de rechthebbende. Ten aanzien van het horloge kan het klassiek beslag worden opgeheven. Het horloge gaat echter niet terug naar verdachte, omdat hier ook conservatoir beslag op rust. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het beslag op de telefoons moet worden afgedaan conform de vordering van de officier van justitie. Ten aanzien van de overige voorwerpen is het standpunt van de raadsman dat het klassieke beslag kan worden opgeheven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal over de Samsung-telefoon geen beslissing nemen, omdat verdachte door ondertekening van de procesafspraken hiervan afstand heeft gedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de overige voorwerpen zal de rechtbank teruggave gelasten aan degene bij wie de voorwerpen in beslag zijn genomen. Op het horloge rust naast klassiek beslag ook conservatoir beslag. Hierdoor kan het horloge niet feitelijk aan verdachte worden teruggegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para>De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 81.044,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering maakt geen deel uit van de procesafspraken.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie en de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen, omdat de vordering voldoende is onderbouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij voor een deel in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat verdachte niet medeverantwoordelijk is voor een deel van de geleden schade. Er is een medeverdachte en er zijn twee uitvoerders. In dit geval zou uitgezocht moeten worden of sprake is van groepsaansprakelijkheid, zeker omdat de door het explosief toegebrachte schade blijkens de chatberichten van het EncroChat-account ‘ [e-mailadres] ’, dat aan verdachte is toegeschreven, niet door verdachte is voorzien. Het explosief is namelijk op een andere wijze dan afgesproken tot ontploffing gebracht. Een onderzoek naar de groepsaansprakelijkheid vormt echter in dit stadium een te grote belasting. Om die reden bepleit de raadsman dat de kosten, die verband houden met het herstel van de schade aan het gebouw van de [benadeelde partij], worden afgetrokken van het gevorderde schadebedrag. Ten aanzien van het resterende deel van de vordering is het standpunt van de raadsman dat verdachte en zijn mededaders niet hoofdelijk, maar ieder voor gelijke delen aansprakelijk zijn. Dit deel van de vordering moet daarom door vier worden gedeeld en kan voor een vierde deel worden toegewezen. Subsidiair is het standpunt van de raadsman dat vanwege de aansprakelijkheid voor gelijke delen de volledige vordering door vier moet worden gedeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder is het standpunt van de raadsman dat de schadevergoedingsmaatregel niet opgelegd moet worden, omdat de benadeelde partij een professionele partij is die in staat is de vordering te innen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat vaststaat dat aan de benadeelde partij door het onder 1 en 2 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering zal daarom worden toegewezen. Ten aanzien van het verweer van de raadsman en de vordering om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Groepsaansprakelijkheid en hoofdelijkheid</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat sprake is van groepsaansprakelijkheid in de zin van artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek. Verdachte heeft het onder 1 en 2 bewezenverklaarde met anderen gepleegd. Er is namelijk steeds sprake geweest van deelname aan gedragingen in groepsverband en tussen die gedragingen en de gevorderde schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank een duidelijke samenhang. Daarbij brengt het ontsteken van een explosief de kans met zich dat schade wordt toegebracht aan het gebouw waartegen het explosief wordt geplaatst. Deze te verwachten kans op schade had de daders ervan moeten weerhouden om het explosief te ontsteken of hieraan op een andere wijze een bijdrage te leveren. Verdachte heeft die kans op schade door zijn bijdrage aanvaard. Het voorgaande brengt met zich dat iedere betrokkene hoofdelijk aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan geleden schade. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De schadevergoedingsmaatregel is een zelfstandige strafrechtelijk maatregel die beoogt een door een strafbaar feit benadeelde partij te versterken in zijn positie tot herstel van de rechtmatige toestand. Hieraan ligt de gedachte ten grondslag de benadeelde partij de inspanningen om dat herstel te bereiken zoveel mogelijk uit handen te nemen. Die inspanningen worden door het opleggen van de maatregel in handen gelegd van het Openbaar Ministerie als onderdeel van de Staat. De benadeelde partij in deze zaak, zijnde de [benadeelde partij], is een professioneel bedrijf dat goed in staat kan worden geacht zelf de incasso van de toegewezen vordering ter hand te nemen. Om die reden zal de rechtbank niet tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel overgaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank concludeert dat de vordering tot schadevergoeding van € 81.044,- zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 april 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening. Het bedrag zal hoofdelijk, met de medeverdachten, worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder wordt verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 45, 46, 47, 48, 49, 55, 57, 63, 157 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 3 primair, 4 primair, 7 primair, 8 primair en 10 primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 5, 6, 7 subsidiair, 8 subsidiair, 9, 10 meer subsidiair en 11 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="underline">1 en 5:</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="bold italic">telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak</emphasis></para>
    <para />
    <bridgehead role="underline">2 en 6:</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="bold italic">telkens: medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is</emphasis></para>
    <para />
    <bridgehead role="underline">3 subsidiair en 7 subsidiair:</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="bold italic">telkens: medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak</emphasis></para>
    <para />
    <bridgehead role="underline">4 subsidiair en 8 subsidiair:</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="bold italic">telkens: medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">9:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">eendaadse samenloop van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B, van de Opiumwet gegeven verbod </emphasis></para>
    <bridgehead role="bold italic">en</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="bold italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</emphasis></para>
    <para />
    <bridgehead role="underline">10 meer subsidiair:</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="bold italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">11:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold italic">medeplegen van voorbereiding van medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte] ,</emphasis> daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">50 (vijftig) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan de rechthebbende van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>1 STK Horloge (Omschrijving: goednr. [goednr.] , Blauwe band en wijzerplaat, Rolex); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK Elektronica (Omschrijving: goednr. [goednr.] , Onntrack Portable Pr);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK Elektronica (Omschrijving: [goednr.] , Onntrack portable Pr);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK Lamp (Omschrijving: goednr. [goednr.] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK Sleutel (Omschrijving: goednr. [goednr.] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK Telefoon (Omschrijving: goednr. [goednr.] , type Apple iPhone).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde partij], toe tot een bedrag van € 81.044,- (eenentachtigduizend vierenveertig euro) aan vergoeding van materiële schade</emphasis>, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade van 13 april 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M.R.J. van Wel, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en M.C.H. Broesterhuizen, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. G. Brokkelkamp, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6b558cf4-4e54-4537-9b8a-05010934cf59" label="1">
    <para> Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>