<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:8475</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-22T10:55:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/286983-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8475">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8475</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-21T16:23:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:8475 Rechtbank Amsterdam , 10-12-2024 / 13/286983-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8475:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - artikel 12 OLW - overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8475:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/286983-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 10 december 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 13 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_c99066c5-b096-46a0-9292-500cf1b49768" /> Dit EAB is uitgevaardigd op 27 augustus 2024 door <emphasis role="italic">the District Court in Wrocław, </emphasis>Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats] (Polen)</para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [BRB-adres]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 31 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, </para>
      <para>mr. E.B. Jobse, advocaat in Rotterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_71c701cd-74bc-41d3-ad25-42c36d678eb0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak van 14 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting is heropend onder gelijktijdige schorsing voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank inzake </para>
      <para>artikel 12 OLW geformuleerde vragen aan de Poolse autoriteiten voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 26 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het EAB  met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 26 november 2024 in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie.  De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.B. Jobse en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak van 14 november 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 14 november 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:7131) beslissingen genomen over de grondslag van het EAB en over de strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht. Voorts heeft de rechtbank de gevoerde verweren inzake artikel 11 OLW en de evenredigheid verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betreffende overwegingen 3, 5, 6 en 7 van de voornoemde tussenuitspraak worden in deze uitspraak als herhaald en ingelast beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenuitspraak van 14 november 2024 heeft de rechtbank vastgesteld dat enkel de procedure in hoger beroep die heeft geleid tot het arrest van 28 maart 2022 met kenmerk <emphasis role="italic">IV Ka 1540/21</emphasis> aan artikel 12 OLW getoetst dient te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de rechtbank in deze tussenuitspraak vastgesteld dat zij meer informatie nodig heeft alvorens zij een beslissing kan nemen of voor wat betreft de procedure in hoger beroep is voldaan aan het vereiste van artikel 12 OLW. De rechtbank heeft hiertoe het onderzoek heropend en geschorst om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende vragen voor te leggen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="italic">Was de advocaat, die tijdens de procedure in hoger beroep (die heeft geleid tot het arrest met kenmerk IV Ka 1540/21) namens de opgeëiste persoon de verdediging heeft gevoerd, hiertoe door de opgeëiste persoon ook uitdrukkelijk gemachtigd? </emphasis></para>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="italic">Is de opgeëiste persoon, toen hij zijn adres doorgaf tijdens de ‘preparatory proceedings’, op de hoogte geraakt of gebracht van de concrete beschuldiging (op basis waarvan hij uiteindelijk ook veroordeeld is) en dat hij daarvoor strafrechtelijk zou (kunnen) worden vervolgd?</emphasis></para>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="italic">Is de opgeëiste persoon voor de procedure in hoger beroep (die heeft geleid tot het arrest met kenmerk IV Ka 1540/21) opgeroepen op het door hem in de ‘preparatory proceedings’ opgegeven adres ( [adres] ), en zo ja, op welke wijze heeft deze oproeping plaatsgevonden? </emphasis></para>
    <para />
    <para>4. <emphasis role="italic">Gold de aan de opgeëiste persoon tijdens de ‘preparatory proceedings’ gegeven adresinstructie (inhoudende dat hij elke adreswijziging door moest geven aan de Poolse autoriteiten, omdat berechting anders in zijn afwezigheid plaats zou kunnen vinden) ook voor de procedure in hoger beroep? Zo ja, is hij hier uitdrukkelijk op gewezen?</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mail van 15 november 2024 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit een reactie gestuurd op bovenstaande vragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt raadsman </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is van toepassing en op grond daarvan moet de overlevering  worden geweigerd. De situatie als bedoeld onder artikel 12 onder b OLW doet zich niet voor aangezien niet duidelijk is of de advocaat gedurende de procedure in hoger beroep is gemachtigd. Bovendien heeft deze advocaat een andere advocaat aangewezen om de opgeëiste persoon bij te staan en is er geen bewijs dat de opgeëiste persoon in zijn machtiging daartoe toestemming had gegeven. Daarnaast kan de rechtbank niet afzien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW aangezien de gegeven adresinstructie zich niet uitstrekt over de procedure in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zijn advocaat gemachtigd en deze machtiging gold ook voor de procedure in hoger beroep. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat het doorgeven van een machtiging aan een andere advocaat in beginsel de verdedigingsrechten niet schaadt. </para>
      <para>Primair stelt de officier van justitie zich dan ook op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich niet voordoet aangezien de situatie als bedoeld in artikel 12 onder b OLW van toepassing is. Subsidiair kan de rechtbank afzien van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW, aangezien blijkens de aanvullende informatie van de uitvaardigende autoriteit de aan de opgeëiste persoon gegeven adresinstructie zich ook uitstrekt over de  procedure in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de brief van 15 november 2024 verstrekken de Poolse autoriteiten onder meer de volgende informatie:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“The defense attorney of [opgeëiste persoon] , who appeared at the appeal hearing, was a substitute defense attorney appointed by the main defense attorney, i.e. attorney Konrad Pawiński , authorized to defend by Krzysztof Pawiński on 29.06.2020. The authorization  granted to attorney Konrad Pawiński  by [opgeëiste persoon] enabled him to appoint a substitute defense attorney. The appeal in the case was personally signed by attorney  Konrad Pawiński.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank leidt uit deze aanvullende informatie af  dat de opgeëiste persoon weliswaar niet zelf aanwezig was bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid, maar wel is vertegenwoordigd door een advocaat die daartoe door hem gemachtigd was. De rechtbank oordeelt dat daarmee zich de situatie voordoet als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. </para>
      <para>De omstandigheid dat de door de opgeëiste persoon gemachtigde advocaat tijdens de procedure in hoger beroep is waargenomen door een andere advocaat doet daar niet aan af nu uit de verstrekte informatie blijkt dat de door de opgeëiste persoon verstrekte machtiging hiertoe ruimte gaf. Tevens overweegt de rechtbank dat op basis van het vertrouwensbeginsel uitgegaan moet worden van de juistheid van de in het EAB en aanvullende berichten verstrekte informatie van de Poolse autoriteiten en een enkele ontkenning van de opgeëiste persoon niet volstaat om aan die informatie te twijfelen. </para>
      <para>De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is niet van toepassing. Het verweer wordt verworpen.<footnote-ref linkend="_3831fd94-d056-4cf1-b63f-fe2855d4f7c7" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Evenredigheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft de rechtbank wederom verzocht in het kader van de evenredigheid de overlevering te weigeren gezien de verantwoordelijkheid die de opgeëiste persoon heeft over de zorg voor zijn vrouw en zijn zoon en heeft daartoe aanvullende stukken overlegd aan de rechtbank. De rechtbank constateert dat dit verweer een herhaling betreft van het evenredigheidsverweer dat bij de tussenuitspraak van 14 november 2024 onder punt 7. reeds is afgewezen. De overlegde informatie betreft een vertaling van verscheidene medische stukken die de zoon betreffen van de opgeëiste persoon en waarvan de inhoud door de raadsman bij een eerdere zitting reeds mondeling was toegelicht. De rechtbank ziet in de aanvullende stukken geen aanleiding om haar oordeel te herzien dat geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden en wijst het verweer wederom af.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court in Wrocław </emphasis>(Polen) voor het feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.P.W. Helmonds,	voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.B. Oreel en M. Westerman, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, 	griffier.</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 december 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c99066c5-b096-46a0-9292-500cf1b49768" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_71c701cd-74bc-41d3-ad25-42c36d678eb0" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3831fd94-d056-4cf1-b63f-fe2855d4f7c7" label="3">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2022:7441</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>