<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-19T16:51:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-331595-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:846">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-19T16:32:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:846 Rechtbank Amsterdam , 15-02-2024 / 13-331595-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:846:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak in Executie-EAB uit Roemenië. Aanvullende vragen gesteld in het kader van artikel 12 OLW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:846:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/331595-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 15 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN- UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 18 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_800385dc-07ba-48ec-a690-9f940cc3140a" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 6 november 2023 door <emphasis role="italic">Judecătoria Cluj-Napoca</emphasis>, Roemenië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1987, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 februari 2024, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_db5988e7-727e-4b03-ae19-92e433ac8186" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">sentence number 196 of 23rd of February 2023, final on 27th of October 2023 according to penal decision 1584/27th of October 2023 of Curtea de Apel Cluj (Cluj Appellate Court), criminal file reference number 102/211/2023.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en tien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar en tien maanden, waarvan de periode die de opgeëiste persoon in voorarrest heeft doorgebracht in de periode van 30 december 2022 tot 23 februari 2023 wordt afgetrokken. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_e244dc2b-e497-4e34-9aab-dda4035f4355" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens de aanvullende informatie van 11 januari 2024 en 26 januari 2024 wordt de overlevering ook verzocht voor <emphasis role="italic">sentence 1252/25th November 2022 of the Cluj-Napoca Court of First Instance, delivered in case number 13737/211/2022. </emphasis>Bij deze beslissing is aanvankelijk een vrijheidsstraf van één jaar in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de beslissing van 27 oktober 2023, waarin in hoger beroep is beslist in de zaak waarin op 23 februari 2023 in eerste aanleg uitspraak is gedaan, is ook de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf van één jaar bevolen. De reden hiervoor was gelegen in een nieuw strafbaar feit, zijnde het feit waarvoor de opgeëiste persoon in eerste aanleg op 23 februari 2023 is veroordeeld. Bij de uitspraak in hoger beroep van 27 oktober 2023 is verder de straf waarvan de tenuitvoerlegging is bevolen samengevoegd met de vrijheidsstraf van één jaar en zes maanden die aan de opgeëiste persoon is opgelegd bij de beslissing van 23 februari 2023, welke straf in hoger beroep is bevestigd. De vrijheidsstraf van één jaar waarvan de tenuitvoerlegging werd bevolen en de in hoger beroep bevestigde vrijheidsstraf van één jaar en zes maanden zijn samengevoegd tot een vrijheidsstraf van één jaar en tien maanden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_5cf52065-ec68-4e56-801d-5a7e235a230c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens het dossier en het verhandelde op zitting is de opgeëiste persoon in persoon verschenen bij het proces dat tot de beslissing van 27 oktober 2023 heeft geleid. Uit de aanvullende informatie volgt dat in die procedure de zaak, waarin in eerste aanleg op 23 februari 2023 uitspraak is gedaan, definitief ten gronde is afgedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aanvullende informatie lijkt de rechtbank te kunnen afleiden dat de zaak met zaaknummer <emphasis role="italic">13737/211/2022 </emphasis>definitief ten gronde is afgedaan bij uitspraak van 25 november 2022, en dat ten aanzien van deze zaak bij uitspraak van 27 oktober 2023 slechts de tenuitvoerlegging is bevolen en deze straf is samengevoegd met de andere bij deze uitspraak opgelegde vrijheidsstraf. De aanvullende informatie vermeldt niet of de opgeëiste persoon in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van 25 november 2022 gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de rechtbank niet kan vaststellen of de overlevering van de opgeëiste persoon geen schending van zijn verdedigingsrechten inhoudt en de beslistermijn nog niet is verstreken,</para>
        <para>ziet zij ruimte om hierover nadere vragen te stellen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de behandeling van de zaak aanhouden om de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid te stellen de rechtbank te informeren over de vraag of de zaak met zaaknummer <emphasis role="italic">13737/211/2022</emphasis> definitief ten gronde is afgedaan met het vonnis van 25 november 2022 en, zo ja, sectie d) van het EAB in te vullen ten aanzien van de beslissing van 25 november 2022. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> het onderzoek ter zitting onder gelijktijdige schorsing, teneinde de officier van justitie in gelegenheid te stellen het hiervoor onder 3.1 genoemde voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT</emphasis> dat de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland uiterlijk 14 dagen voor</para>
      <para>11 maart 2024, het einde van de verlengde beslistermijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsman tegen voornoemd tijdstip;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Roemeense taal tegen voornoemd tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.K. Glerum en A.W.T. Klappe,   					   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland,	                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_800385dc-07ba-48ec-a690-9f940cc3140a" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_db5988e7-727e-4b03-ae19-92e433ac8186" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e244dc2b-e497-4e34-9aab-dda4035f4355" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5cf52065-ec68-4e56-801d-5a7e235a230c" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>