<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:8112</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-22T10:59:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/6475 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8112">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8112</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-15T08:17:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:8112 Rechtbank Amsterdam , 09-12-2024 / 23/6475 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8112:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak, verzet (beroep niet tijdig beslissen) ongegrond. Geen aanvraag en voor beroep vatbaar besluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8112:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 23/6475 V</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2024 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. <?linebreak?>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<?linebreak?><emphasis role="bold">Horatio Audit &amp; Assurance B.V.</emphasis>, </para>
    <para>Gevestigd te Amstelveen en</para>
    <para>2. <emphasis role="bold">[opposant] , </emphasis>uit de Hoef, </para>
    <para>opposanten<footnote-ref linkend="_4e44da3e-1c96-4c87-9c53-47c5424ea5ea" />,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank van 29 mei 2024 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opposanten</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Financiën, Directie Juridische Zaken, de minister.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak op het verzet van opposanten gaat over de uitspraak van de rechtbank van 12 september 2023 waarin de rechtbank het beroep van opposanten niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzet op 9 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: [naam] (opposant 2). Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 29 mei 2024 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel<footnote-ref linkend="_3911bc04-f9ac-40a9-a662-5f6e4dbfcdf2" /> is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Met een brief van 15 mei 2023 hebben opposanten aan de minister laten weten dat de verstrekking van vergunningen aan accountants op grond van de Wta<footnote-ref linkend="_3e119296-acd3-4c1a-9f0c-0d47e304d3da" /> in strijd met de Grondwet is. Zij hebben daarbij verwezen naar een uitspraak van het Europese Hof voor de rechten van de Mens (EHRM) van 26 juni 1986<footnote-ref linkend="_8897cb2a-75f2-4ec7-9a77-e3908c332011" />. Opposanten verzoeken de minister binnen zes weken te reageren. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De afdeling voorlichting van het ministerie van Financiën heeft op 24 mei en 17 juli 2023 gereageerd. Op 31 augustus 2023 heeft een gesprek met opposanten plaatsgevonden. Opposanten is – kort gezegd – geadviseerd zich met het voorstel tot de Tweede Kamer te wenden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Opposanten hebben op 12 september 2023 (door de rechtbank ontvangen op 9 november 2023) beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">De uitspraak van 29 mei 2024</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat niet is komen vast te staan dat de minister niet tijdig een besluit heeft genomen. Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank merkt daarnaast op dat ook voor het overige niet is gebleken van een voor beroep vatbaar besluit. <?linebreak?></para>
      <para>5. Opposanten voeren in verzet aan dat de rechtbank op geen enkele wijze aangeeft op grond waarvan geen sprake is van een impliciete weigering van de minister tot het nemen van een besluit. De minister heeft volgens opposanten in strijd met de grondwet gehandeld bij de voorbereiding tot besluitvorming over de Wta. De uitspraken van het EHRM<footnote-ref linkend="_d12919a1-6a52-4166-b880-07d402ed5c6d" /> zijn daarbij genegeerd. <?linebreak?><emphasis role="underline">Beoordeling door de verzetrechter</emphasis></para>
      <para>6. De rechtbank stelt vast dat uit de stukken is gebleken dat datgene wat opposanten van verweerder hebben gevraagd geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Immers, zij vragen een wijziging van een wet in formele zin, zoals vastgesteld door de wetgever (niet: een bestuursorgaan). Daarom is het inleidende verzoek van opposanten geen aanvraag in de zin van de Awb. Het niet-besluiten op het verzoek van opposanten is daarom niet een met een besluit gelijk te stellen niet-tijdig nemen van een besluit, als bedoeld in artikel 6:2 van de Awb. Derhalve is het beroep van opposanten tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing reeds op grond daarvan niet-ontvankelijk. Dit nog daargelaten dat ook overigens niet is voldaan aan de formele vereisten van artikel 6:12, derde lid, van de Awb nu niet is gebleken dat een beslistermijn is overschreden, en niet is gebleken van een ingebrekestelling. </para>
      <para>7. De rechtbank heeft aldus in haar uitspraak van 29 mei 2024 terecht geconludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>8. Het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 12 september 2023. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.<?linebreak?></para>
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. L.L. Nijhoff, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4e44da3e-1c96-4c87-9c53-47c5424ea5ea" label="1">
    <para> Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3911bc04-f9ac-40a9-a662-5f6e4dbfcdf2" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e119296-acd3-4c1a-9f0c-0d47e304d3da" label="3">
    <para> Wet toezicht accountantsorganisaties. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8897cb2a-75f2-4ec7-9a77-e3908c332011" label="4">
    <para> Het arrest Van Marle e.a. tegen Nederland. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d12919a1-6a52-4166-b880-07d402ed5c6d" label="5">
    <para> Waaronder het arrest Van Marle van 26 juni 1986. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>