<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:8056</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-22T09:44:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 24/1886</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8056">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8056</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-14T16:20:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:8056 Rechtbank Amsterdam , 20-12-2024 / AMS 24/1886</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8056:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet WIA. Ongegrond. Geschikt voor maatgevende arbeid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:8056:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 24/1886</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 november 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], te [woonplaats] (België), eiseres</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.B.A. van Grinsven)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 5 juli 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres per <?linebreak?>7 augustus 2023 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 27 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2024. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat aan deze procedure voorafging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres is laatstelijk werkzaam geweest als psycholoog voor 24 uur per week. Na het einde van de contractperiode komt eiseres per 30 april 2020 in de Werkloosheidswet (WW) terecht. Vanuit de WW heeft eiseres zich op 9 augustus 2021 ziekgemeld. Op 19 april 2023 vraagt eiseres vervolgens een WIA-uitkering aan.</para>
    <para />
    <para>2. Met het primaire besluit heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat zij per </para>
    <para>7 augustus 2023 geen WIA-uitkering toegekend krijgt, omdat eiseres niet aan alle voorwaarden voldoet. Een van de voorwaarden is dat eiseres door ziekte haar werk als psycholoog gedurende een periode van 104 weken niet (volledig) kan doen. Dit is volgens verweerder niet het geval bij eiseres, nu zij vóór het einde van deze periode is hersteld. Verweerder heeft aan dit besluit de rapportage van de verzekeringsarts van 22 juni 2023 ten grondslag gelegd.</para>
    <para>3. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft aan dit besluit de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 20 februari 2024 ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep is van mening dat eiseres benutbare mogelijkheden heeft en arbeidsgeschikt is voor de maatgevende arbeid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep licht toe dat er geen aperte tekenen zijn waargenomen van ernstige psychische, cognitieve of lichamelijke beperkingen bij het onderzoek. Ook blijkt dat niet uit de overgelegde medische gegevens. Een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) kan niet worden gemaakt, want alle items in de rubrieken 1 tot en met 5 wijken niet af van de norm. Eiseres kan alle bezigheden thuis goed verrichten, volgt een intensieve opleiding, heeft hobby's en normale sociale contacten. Verder voldoet eiseres niet aan één van de voorwaarden voor het aannemen van een urenbeperking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van eiseres</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiseres is van mening dat er twee tegenstrijdige beoordelingen zijn van het Uwv, namelijk in het Plan van Aanpak in het kader van de re-integratie en door de verzekeringsarts in het kader van de WIA. Daarbij stelt eiseres dat het onmogelijk is dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep op basis van één gesprek tot een oordeel van haar belastbaarheid heeft kunnen komen. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij meer beperkt is dan door verweerder is aangenomen. Eiseres is van mening dat een urenbeperking aangenomen had moeten worden. Daarbij voert eiseres aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de diagnose sarcoïdose niet in de beoordeling heeft meegenomen. Eiseres meent dat terugkeer in het werk als psycholoog te belastend voor haar is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. In geschil is de vraag of verweerder op goede gronden eiseres per 7 augustus 2023 een WIA-uitkering heeft geweigerd.</para>
    <para />
    <para>6. Volgens vaste rechtspraak mag verweerder zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundige onderzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht en voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De primaire verzekeringsarts heeft eiseres op<?linebreak?>20 juni 2023 onderzocht op een spreekuur. Naar aanleiding van de door eiseres ingediende bezwaren heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep het medische oordeel van de primaire verzekeringsarts getoetst aan de hand van dossierstudie, bestudering van het bezwaarschrift van eiseres en de in bezwaar verkregen aanvullende informatie van behandelaren. De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de naar voren gebrachte klachten op een zorgvuldige en duidelijke manier heeft betrokken bij de medische beoordeling. Dat geldt ook voor de in het dossier aanwezige informatie van de behandelaren. Naar het oordeel van de rechtbank zijn alle medische gegevens op een deugdelijke en kenbare wijze betrokken bij de medische beoordeling en is het onderzoek zorgvuldig geweest.</para>
    <para />
    <para>8. Eiseres uit haar twijfels omtrent de zorgvuldigheid van de beoordeling die volgt uit (slechts) één gesprek. Verweerder meent echter dat het de specifieke deskundigheid van de verzekeringsarts is om op basis van medisch objectiveerbare klachten beperkingen vast te stellen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep baseert zich hierbij niet alleen op één gesprek maar ook op de medische informatie van de behandelaren, het dagverhaal, het onderzoek van de primaire verzekeringsarts en eigen dossieronderzoek. De rechtbank vindt het standpunt van verweerder navolgbaar en vindt dat de verzekeringsartsen op basis van al deze informatie in samenhang gelezen tot een onderbouwd medisch oordeel hebben kunnen komen.</para>
    <para />
    <para>9. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat er twee tegenstrijdige beoordelingen zijn van het Uwv, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt vast dat in het Plan van Aanpak van 6 maart 2023 wordt gezegd dat eiseres na het volgen van een opleiding zou kunnen gaan werken als WMO-consulent. Gezien de beperkingen van eiseres achten de arbeidsdeskundige en de sociaal medisch verpleegkundige deze functie geschikt. Daarnaast spreekt de re-integratiebegeleider [naam] de verwachting uit dat eiseres </para>
    <para>niet meer het werk kan gaan doen wat zij voorheen deed maar dat zij wel kan werken als WMO-consulent. De rechtbank overweegt dat de re-integratiebegeleider dat op eigen titel heeft gezegd, zonder overleg met de arbeidsdeskundige of de sociaal medisch verpleegkundige. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de opmerking is gedaan in het kader van de re-integratie, om de kansen op werk tijdens ziekte te vergroten en de noodzaak van de te volgen opleiding tot WMO-consulent te onderbouwen. Er heeft niet een beoordeling plaats gevonden in het kader van de WIA-aanvraag. Het gaat dus om een ander beoordelingskader en ook om een andere beoordelingsdatum. De beroepsgrond slaagt daarom niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Diagnose sarcoïdose</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>10. Eiseres voert aan dat de diagnose sarcoïdose in de beslissing op bezwaar niet is meegenomen door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Van deze aandoening is bekend dat het een grillig verloop heeft, waarbij ernstige vermoeidheid de grootste klacht is.</para>
    <para />
    <para>11. De rechtbank stelt vast dat in de brieven van 4 september 2023 van S. Verhaegen en 28 september 2023 van N. Mollet de diagnose sarcoïdose bewezen wordt verklaard. Verweerder geeft aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep beide brieven in de rapportage heeft benoemd en daarom kan ervan worden uitgegaan dat de diagnose sarcoïdose is meegenomen in de beoordeling. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat zij contact heeft opgenomen met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Daarin is aangegeven dat het vaststellen van de diagnose niet maakt dat er meer beperkingen moeten worden aangenomen. Met de vermoeidheidsklachten die al vele jaren spelen bij eiseres, en blijkbaar voortvloeien uit sarcoïdose, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep al rekening gehouden. De enkele vaststelling van deze diagnose betekent niet dat de ervaren klachten van eiseres erger waren dan al bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep bekend waren en in de rapporten zijn beschreven. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan het standpunt van verweerder. Omdat ervan wordt uitgegaan dat de sarcoïdose al jaren speelt bij eiseres, is ook het gestelde grillige verloop van de aandoening meegenomen in de klachten zoals eiseres die heeft beschreven in de rapporten van de verzekeringsartsen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Urenbeperking</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>12. Eiseres is van mening dat er sprake is van een zeer ernstige energetische aandoening, waardoor een urenbeperking had moeten worden aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep deelt dit standpunt niet. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoet eiseres niet aan één van de voorwaarden voor een urenbeperking die vermeld staan in de standaard "Duurbelastbaarheid in arbeid”. Er is geen sprake van een zodanig ernstige aandoening met een stoornis in de energiehuishouding dat vaststaat dat er beduidende recuperatie nodig is. Er is ook geen aandoening waarvan bekend is dat ziekteverschijnselen kunnen optreden of verergeren bij een toenemende duurbelasting. Daarnaast is er geen sprake van verminderde beschikbaarheid. Verweerder merkt ter zitting nog op dat de maatgevende arbeid van eiseres het werk als psycholoog voor 24 uur per week behelst. Gelet op de omvang van 24 uur per week is er voor eiseres al voldoende ruimte voor recuperatie.</para>
    <para />
    <para>13. De rechtbank overweegt dat uit het dagverhaal van eiseres, zoals opgenomen in het rapport van de primaire verzekeringsarts, blijkt dat eiseres alle bezigheden thuis goed kan verrichten, dat zij op dat moment daarnaast een opleiding volgde, hobby’s uitvoert en normale sociale contacten heeft. Daarmee blijkt uit het dagverhaal dat eiseres fysiek belastbaar is conform de referentiewaarden van de FML. Bovendien werpen de medische gegevens uit de curatieve sector geen ander licht op de belastbaarheid. De rechtbank begrijpt dat eiseres ervaart dat zij minder kan functioneren dan voorheen, echter dient verweerder uit te gaan van de referentiewaarden in de FML. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende en inzichtelijk gemotiveerd waarom geen urenbeperkingen wordt aangenomen en daarbij de standaard "Duurbelastbaarheid in arbeid” juist toegepast. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder eiseres terecht geschikt heeft geacht voor de maatgevende arbeid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>14. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om een WIA-uitkering per </para>
    <para>7 augustus 2023 terecht afgewezen.</para>
    <para />
    <para>15. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat zij geen gelijk krijgt. Omdat eiseres in beroep geen gelijk krijgt, worden de door haar gemaakte proceskosten of het betaalde griffierecht niet vergoed.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, rechter, in aanwezigheid van<?linebreak?>mr. H.M. Dost, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>