<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:7880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-15T16:14:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 24/939</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7880">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-01T14:53:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:7880 Rechtbank Amsterdam , 12-12-2024 / AMS 24/939</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7880:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank is onbevoegd, want brief waartegen beroep is ingesteld, is niet op rechtsgevolg gericht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7880:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 24/939 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de meervoudige kamer van 12 december 2024 in de zaak tussen</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">Leadiant Biosciences Ltd. en Leadiant GmbH</emphasis>, uit Windsor (Verenigd Koninkrijk), respectievelijk München (Duitsland), eiseres</para>
      <para>(gemachtigde: mr. K. van Lessen Kloeke),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Amsterdam UMC, als rechtsopvolger van het openbare academisch ziekenhuis bij de Universiteit van Amsterdam, het </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">Academisch Medisch Centrum (hierna: ‘het AMC’)</emphasis>
      </para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.J.H.W.M. Versteeg).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de brief van 27 december 2023 van de raad van bestuur van het AMC (hierna: het AMC).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft een verzoek op grond van de Woo<footnote-ref linkend="_19191fa4-602b-4ddf-b45d-5de163184b28" /> gedaan aan het AMC. Met het besluit van 27 februari 2023 heeft het AMC het verzoek buiten behandeling gelaten op grond van artikel 4.6 van de Woo, de antimisbruikbepaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eiseres heeft hiertegen pro forma bezwaar gemaakt op 7 april 2023. Na overleg met de gemachtigde van eiseres heeft het AMC op 1 november 2023 alsnog een eerste van zes deelbesluiten genomen. Eiseres heeft vervolgens hiertegen ook pro forma bezwaar gemaakt op 13 december 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het AMC heeft met een brief van 27 december 2023 gereageerd op het pro forma bezwaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen deze brief. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 28 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder vergezeld door mr. L.M.E. de Knijff, jurist bij verweerder. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De bestuursrechter kan een beroep alleen inhoudelijk beoordelen, als zij daartoe bevoegd is. Daarvoor is vereist dat beroep is ingesteld tegen een besluit.<footnote-ref linkend="_757efa2e-dc1c-449b-a500-40368a21c4a6" /> Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.<footnote-ref linkend="_55528753-acfa-4102-9a1d-3b5b291dd93e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het onderwerp van de brief van 27 december 2023 ‘reactie op uw brief van 13 december 2023’ is. In de brief wordt de ontvangst van het pro forma bezwaar van 13 december 2023 bevestigd. Het AMC wijst er vervolgens op dat op 1 januari 2024 een Wijzigingswet<footnote-ref linkend="_b1fd0de4-ea6f-4fd6-b6a0-f473f3591ddf" /> in werking treedt. Hiermee worden het AMC en het VUMC samengevoegd in de privaatrechtelijke rechtspersoon Stichting Amsterdam UMC. Dit leidt er volgens de brief toe dat de publiekrechtelijke rechtspersoon het AMC dan ophoudt te bestaan en per 1 januari 2024 geen bestuursorgaan meer is dat beslissingen kan nemen op de bezwaarschriften van eiseres. Wel wordt in de brief gesteld dat de nieuwe stichting Amsterdam UMC voornemens is om binnen een civielrechtelijke context de toepassing van de Woo gestand te doen en de gemaakte afspraken na te komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat het AMC op het moment van schrijven van de brief van 27 december 2023 nog een bestuursorgaan was, maar de rechtbank is van oordeel dat de brief informatief van aard is en geen publiekrechtelijke rechtshandeling bevat. De rechtbank overweegt daartoe eerst dat er geen rechtsgevolgen gecreëerd worden door te noemen dat het AMC per 1 januari 2024 niet langer een bestuursorgaan zal zijn. Er wordt slechts gerefereerd aan wat in de Wijzigingswet is bepaald. De brief zelf is dus niet gericht op rechtsgevolg. De rechtbank overweegt verder dat de toezegging om de gemaakte afspraken na te komen, geen wijziging in de wereld van het recht brengt, maar deze hoogstens in het vooruitzicht stelt.<footnote-ref linkend="_468f48ef-206e-456e-a22c-7cb7ff60fa34" /> De rechtbank overweegt tot slot dat met de brief van 27 december 2023 niet beslist wordt op het bezwaarschrift van eiseres. Als dit wel het geval was geweest, had de brief wel rechtsgevolgen gehad, omdat het beslissen op een bezwaarschrift altijd rechtsgevolgen heeft.<footnote-ref linkend="_257281b0-3d8b-46ad-a5a5-4960c9bc865f" /> Het AMC bevestigt in de brief slechts de ontvangst van het pro forma bezwaarschrift. Het pro forma bezwaarschrift bevat, anders dan eiseres suggereert, niet de gronden van het bezwaar. Het AMC verbindt in de brief van 27 december 2023 geen consequenties aan het ontbreken van gronden in het pro forma bezwaarschrift. Daarover hadden partijen immers al afgesproken dat eiseres die pas na het nemen van het laatste deelbesluit zou indienen. De brief kan dan ook niet als een beslissing op het bezwaar worden aangemerkt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit de conclusie dat de brief van 23 december 2023 niet op rechtsgevolg is gericht, volgt dat de brief geen besluit is. Daarom stond er geen beroep open bij de bestuursrechter.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. De rechtbank is onbevoegd. Zij mag de zaak dus niet behandelen. Eiseres kan haar geschil met verweerder uitsluitend aan de burgerlijke rechter voorleggen. Daarom krijgt eiseres geen vergoeding van haar proceskosten en krijgt zij het griffierecht niet terug.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, voorzitter, en mr. L. Dolfing en mr. J.A.C.M. Nielen, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_19191fa4-602b-4ddf-b45d-5de163184b28" label="1">
    <para> Wet open overheid.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_757efa2e-dc1c-449b-a500-40368a21c4a6" label="2">
    <para> Zie artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55528753-acfa-4102-9a1d-3b5b291dd93e" label="3">
    <para> Zie artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b1fd0de4-ea6f-4fd6-b6a0-f473f3591ddf" label="4">
    <para> Wet van 7 juni 2023, houdende wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_468f48ef-206e-456e-a22c-7cb7ff60fa34" label="5">
    <para> Zie de conclusie van staatsraad advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven van 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:86, onder 3.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_257281b0-3d8b-46ad-a5a5-4960c9bc865f" label="6">
    <para> Zie de uitspraak van de ABRvS van 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2407.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>