<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:7846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-18T15:04:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-314963-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7846">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-18T14:02:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:7846 Rechtbank Amsterdam , 10-12-2024 / 13-314963-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7846:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hongaars EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - artikel 12 OLW; heropening van het onderzoek om nadere vragen te stellen over de hongaarse punishment order - tussenuitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7846:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-314963-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 10 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 16 oktober 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_f9b04ec4-675d-4aa0-a047-005b3982d289" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 20 maart 2024 door de <emphasis role="italic">Györ Regional Court</emphasis>, Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1993</para>
      <para>             zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland</para>
      <para>gedetineerd in het [detentiegegevens]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 november 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Stegerhoek, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Judgment  No.  B.451/2022/16  of  the  Györ  District  Court,  Judgment  No.</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">43.Bf.61/2023/25 of the Györ Regional Court, final effect: 15 November 2023; </bridgehead>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Punishment order No. Bpk.1055/2021/3 of the Györ District Court, final effect: 23 November 2021 (ordered).</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van 2 jaar en 6 maanden (<emphasis role="italic">judgment</emphasis>) en 6 maanden (<emphasis role="italic">punishment order</emphasis>), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde <emphasis role="italic">judgment </emphasis>en <emphasis role="italic">punishment order</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze <emphasis role="italic">judgment</emphasis> en <emphasis role="italic">punishment order </emphasis>betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_362df871-2b8e-4548-a8fc-eb2900f6710e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis No.  B.451/2022/16 / 43.Bf.61/2023/25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest, te weten een <emphasis role="italic">judgment NO. 43.Bf61/2023/25 of the Györ Regional Court </emphasis>terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt in het EAB in onderdeel d):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“3.4. the person was not personally served with the decision No. 3.Bf.61/2023/25</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">of the Györ Regional Court, but</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- the person will be personally served with this decision without delay after the surrender; and</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- when served with the decision, the person will be expressly informed of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be re-examined, and which may lead to the original decision being reversed; and</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- the person will be informed of the timeframe within which he or she has to request a retrial or appeal, which will be 1 month from the service of the judgment.”</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zowel in het origineel EAB als in de vertaling wordt verwezen naar <emphasis role="italic">No. 3.Bf.61/2023/25</emphasis>. De rechtbank gaat uit van een kennelijke verschrijving bij het opstellen van de tekst van het EAB en leest dit verbeterd als <emphasis role="italic">No. 43.Bf.61/2023/25. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Punishment order No. Bpk.1055/2021/3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is niet van toepassing aangezien de <emphasis role="italic">punishment order </emphasis>schriftelijk is genomen en in persoon is uitgereikt aan de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft de <emphasis role="italic">punishment order</emphasis> is er onvoldoende informatie voorhanden om te kunnen beoordelen of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de in het EAB gegeven informatie leidt de rechtbank af dat de<emphasis role="italic"> Györ District Court</emphasis> aan </para>
      <para>de opgeëiste persoon een <emphasis role="italic">punishment order </emphasis>(hierna: strafbeschikking) No. Bpk 10155/2021/3 heeft opgelegd zonder dat daar een zitting aan vooraf is gegaan. Bij deze strafbeschikking is aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden opgelegd. Een afschrift van de strafbeschikking is aan de opgeëiste persoon in persoon betekend. Uit de beschikbare informatie blijkt niet of de opgeëiste persoon bezwaar of beroep kon instellen tegen deze strafbeschikking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook blijkt niet of er voor de opgeëiste persoon op enig moment de mogelijkheid is geweest om te verzoeken om een mondelinge behandeling, waarbij hij zijn verdediging zou kunnen voeren. De rechtbank beschikt daarom over onvoldoende informatie om te beoordelen of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarom het onderzoek ter zitting heropenen en de officier van justitie in de gelegenheid stellen de volgende vragen aan de Poolse autoriteiten voor te leggen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">1. Heeft de opgeëiste persoon de mogelijkheid gehad om te verzoeken om een behandeling ter zitting of om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen de strafbeschikking met referentienummer No. Bpk.1055/2021/3?</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="italic">2. Zo ja, is hij bij de betekening van de strafbeschikking of op enig ander moment gewezen op deze mogelijkheid van bezwaar, beroep, en/of verzoek om een behandeling ter zitting, alsmede op de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit dient te geschieden?</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="italic">3. Zou er in het geval van een (tijdig) bezwaar of beroep alsnog een zitting hebben plaatsgevonden waarop de opgeëiste persoon gehoord kon worden?</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit<footnote-ref linkend="_763096cd-8340-4b3e-8e04-c789ccc2135a" /><emphasis role="italic">het opgeven van de naam van zijn broer aan de politie</emphasis> aan als feit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">            van betaalmiddelen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten niet omschreven als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- diefstal; </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven                    </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">         verbod;</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">       - overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, tweemaal   </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">         gepleegd;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">       - overtreding van artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">      - laster.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> het onderzoek ter zitting onder gelijktijdige schorsing voor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 4 vermelde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT </emphasis>de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste lid OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, derde lid, OLW met 30 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT</emphasis> dat de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland 2 weken voor het verstrijken van de beslistermijn op <emphasis role="underline">12 januari 2025;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen de nader te bepalen datum en het nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Hongaarse taal tegen het nader te bepalen tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.P.W. Helmonds,	voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.B. Oreel en M. Westerman, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, 	griffier.</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 december 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f9b04ec4-675d-4aa0-a047-005b3982d289" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_362df871-2b8e-4548-a8fc-eb2900f6710e" label="2">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_763096cd-8340-4b3e-8e04-c789ccc2135a" label="3">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Onder feitsomschrijving 4. </emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>