<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:7645</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-17T14:11:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/013073</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7645">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7645</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-11T14:07:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:7645 Rechtbank Amsterdam , 04-12-2024 / 24/013073</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7645:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking op het klaagschrift ex artikel 5.5.18 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. Het in Nederland gelegde beslag sluit niet aan bij het voorgenomen besluit van de Nederlandse officier van justitie – waartegen het klaagschrift zich richt  – welk voorgenomen besluit strekt ter uitvoering van de teruggavebeslissing van de Finse officier van justitie, en biedt daar dus geen grondslag voor.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7645:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>RK nummer: 24/013073</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum beschikking: 4 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het klaagschrift <emphasis role="bold">ex artikel 5.5.18 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering </emphasis>(Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1977,  </para>
      <para>wonende op het adres:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “klager”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is op 16 mei 2024 ingediend ter griffie van deze rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 10 juli 2024 het klaagschrift behandeld en de officier van justitie, mr. W.H.R. Hogewind, in openbare raadkamer gehoord. Klager is niet verschenen. Op 12 juli 2024 is een aanvulling op het klaagschrift ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenbeschikking van 24 juli 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen door de rechtbank geformuleerde vragen over het gelegde beslag te beantwoorden en een standpunt in te nemen over de grondslag van de overdracht van het geldbedrag aan de Finse autoriteiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het klaagschrift is voorgezet op 20 november 2024 en de officier van justitie, mr. A. Keulers, is in openbare raadkamer gehoord. Klager is wederom niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tussenbeschikking van 24 juli 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenbeschikking van 24 juli 2024<footnote-ref linkend="_711f44d5-e346-49a8-83a0-7838f05a8959" /> zijn weergegeven: de feiten en omstandigheden, de inhoud van het klaagschrift en het standpunt van klager, het standpunt van de officier van justitie en het oordeel van de rechtbank over de vraag waartegen het klaagschrift is gericht en over de ontvankelijkheid van klager. Deze punten en overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waartegen is het klaagschrift is gericht</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op de zitting van 20 november 2024 naar voren gebracht dat zij het (toch) eens is met het oordeel van de rechtbank zoals overwogen in de tussenbeschikking van 24 juli 2024, namelijk dat het klaagschrift zich niet richt op de inbeslagneming van het geldbedrag maar tegen het voorgenomen besluit van de Nederlandse officier van justitie van 13 mei 2024 om op grond van artikel 116, derde lid, Sv uitvoering te geven aan de teruggavebeslissing van de Finse officier van justitie door het bevroren geldbedrag aan de Finse autoriteiten over te dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Antwoorden op de vragen uit de tussenbeschikking van 24 juli 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslag </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenbeschikking is de volgende vraag voor de officier van justitie geformuleerd: <emphasis role="italic">had er in dit geval conservatoir beslag moeten worden gelegd nu het geldbedrag ter uitbetaling aan de benadeelde partij wordt gebruikt? Zo ja, is er beslag gelegd op grond van artikel 94a Sv, met machtiging van de rechter-commissaris?</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. In het bevriezingsbevel is verzocht om beslag te leggen op de tegoeden op de vermelde bankrekening met het oog op confiscatie. In de beschrijving van de feiten wordt vermeld dat de verdenking bestaat dat een geldbedrag frauduleus werd overgemaakt naar die rekening. Door middel van oplichting werd het slachtoffer ertoe bewogen om het geld naar de vermelde rekening over te maken, terwijl hij ten onrechte in de veronderstelling was dat die rekening aan de verkoper waarmee hij zaken deed toebehoorde. Het geldbedrag op de vermelde rekening kan dan ook worden beschouwd als de directe opbrengst van een misdrijf (oplichting) of het instrument waarmee het misdrijf is gepleegd (witwassen). Klager is rekeninghouder van de bewuste rekening. Daarmee is het voorwerp naar Nederlands recht vatbaar voor verbeurdverklaring en kon er 94 Sv beslag worden gelegd met het oog op die verbeurdverklaring. De officier van justitie heeft voorts opgemerkt dat niet werd gevraagd om 'slachtofferbeslag' te leggen (op basis van art. 94a waarvoor een machtiging van de rechter-commissaris nodig is). Daarvoor biedt noch het Kaderbesluit, noch de Confiscatieverordening een juridische basis. Ook in geen enkel verdrag wordt de mogelijkheid geboden om beslag te leggen op vermogen met het oog op de tenuitvoerlegging van een schadevergoedingsmaatregel. Beslaglegging kan in internationaal verband dus alleen met het oog op verbeurdverklaring of ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (beide afpakmogelijkheden vallen onder de internationale noemer 'confiscation').  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Grondslag voor het voorgenomen besluit van 13 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenbeschikking is ook aan de officier van justitie voorgelegd dat het Kaderbesluit 2003/577 en het WvSv (oud) niet leken te voorzien in de mogelijkheid dat de officier van justitie op grond van artikel 116 Sv een beslissing tot teruggave kan nemen ter uitvoering van een buitenlandse beslissing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier heeft in dit kader het volgende naar voren gebracht.  </para>
      <para>De stelling van de rechtbank is juist dat de Confiscatie Verordening 2018/1805 in deze zaak niet van toepassing is. Het beslag is op basis van het oudere Kaderbesluit gelegd, dus vóór de inwerkingtreding van de Verordening. In het Finse besluit wordt dus ten onrechte een beroep gedaan op/verwezen naar de vermelde Verordening. Echter, de rechtbank miskent dat in de EU rechtshulpovereenkomst (Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie), waarop in het onderhavige geval nog steeds een beroep kan worden gedaan (het gaat immers niet om bewijsvergaring, zodat in dit geval de EU rechtshulp overeenkomst niet door de richtlijn EOB opzij wordt gezet), in artikel 8 de mogelijkheid van teruggave van in beslaggenomen voorwerpen aan rechthebbenden is opgenomen. De verzoekende staat kan dus op grond van dit artikel aan de andere staat vragen om het voorwerp ter beschikking te stellen ter teruggave aan de rechthebbende. Daarbij moeten wel rechten van derden te goeder trouw in acht worden genomen. Klager heeft in dit geval niet aangetoond dat hij te goeder trouw is. Zowel Finland als Nederland zijn partij bij deze Overeenkomst, die in dit geval als vangnet dient in het kader van de grondslag voor het voorgenomen besluit van 13 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst opnieuw naar haar uitspraak van 17 augustus 2023<footnote-ref linkend="_771f07fa-636d-4250-b923-769d41d07ce2" /> en naar het feit dat in Nederland beslag is gelegd <emphasis role="italic">ter verbeurdverklaring.</emphasis> Met de beslissing van de Finse officier van justitie tot teruggave van het geldbedrag aan de benadeelde partij, is het doel van beslag echter niet de verbeurdverklaring, maar het veilig stellen van het geldbedrag ten behoeve van de Finse benadeelde partij. De rechtbank constateert dus dat het in Nederland gelegde beslag ter verbeurdverklaring, niet aansluit op het doel van de beslaglegging (teruggave aan de benadeelde partij). Het in Nederland gelegde beslag sluit daarmee dus ook niet aan bij het voorgenomen besluit van de Nederlandse officier van justitie van 13 mei 2024 – waartegen onderhavig klaagschrift zich richt – welk voorgenomen besluit strekt ter uitvoering van de teruggavebeslissing van de Finse officier van justitie, en biedt daar dus geen grondslag voor. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 8 van de EU rechtshulpovereenkomst biedt – voor zover van toepassing – evenmin een dergelijke grondslag, omdat uit het toelichtend rapport bij deze overeenkomst<footnote-ref linkend="_86055340-d238-48b3-9b59-5e5275d1e16b" /> volgt dat dit artikel slechts van toepassing is als <emphasis role="italic">er geen twijfel bestaat over de rechtmatige eigenaar</emphasis>. Die conclusie kan de rechtbank echter op basis van het huidige dossier niet trekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit leidt tot het oordeel dat het klaagschrift in zoverre gegrond is, dat onder deze omstandigheden het bevroren geldbedrag niet aan de Finse autoriteiten kan worden overgedragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten overvloede en uitsluitend ter verduidelijking aan klager merkt de rechtbank daarbij op dat dit niet betekent dat het beslag komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart het beklag, gericht </emphasis>tegen het voorgenomen besluit van de Nederlandse officier van justitie van 13 mei 2024 om uitvoering te geven aan de teruggavebeslissing van de Finse officier van justitie door het bevroren geldbedrag aan de Finse autoriteiten over te dragen<emphasis role="bold">, GEGROND. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 4 december 2024 in het openbaar uitgesproken door: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. J.G. Vegter,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mr. B.M. Vroom-Cramer en mr. A.L. op ‘t Hoog,                         			   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster en mr. Ç.H. Dede,		               griffiers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_711f44d5-e346-49a8-83a0-7838f05a8959" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:4619.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_771f07fa-636d-4250-b923-769d41d07ce2" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2023:5995.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_86055340-d238-48b3-9b59-5e5275d1e16b" label="3">
    <para> Toelichtend Rapport bij de Overeenkomst van 29 mei 2000 betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>