<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:7540</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-09T13:48:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10107099 \ CV EXPL  22-12208</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7540">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7540</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-06T16:08:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:7540 Rechtbank Amsterdam , 26-11-2024 / 10107099 \ CV EXPL  22-12208</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7540:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Ambtshalve toetsing. Warmteleveringsovereenkomst Eteck. Prijsbeding is niet transparant, want niet alle beschikbare informatie over de prijs wordt voor het sluiten van de overeenkomst verstrekt. Maar niet oneerlijk, want Eteck is monopolist en is gebonden aan de maximumtarieven van de ACM. Vordering tot achterstallig betaling toegewezen, ontbinding en afsluiting afgewezen omdat niet is voldaan aan de verplichtingen van de Warmteregeling over schuldhulp. Oneerlijk incassokostenbeding. Incassokosten afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7540:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10107099 \ CV EXPL  22-12208</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ETECK WARMTE EEKHOORN B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Waddinxveen,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Eteck,</para>
      <para>gemachtigde: mr. O.J. Boeder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het tussenvonnis van 23 juli 2024,<?linebreak?>- de akte van Eteck.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eteck is in voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de transparantie en (on)eerlijkheid van het prijsbeding en over de gevolgen van eventuele vernietiging daarvan. Eteck is ook in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden te vernietigen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Prijsbeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eteck licht in haar akte toe, kort gezegd, dat de ACM maximumtarieven vaststelt, zodat de tarieven zelf alleen al om die reden niet als onredelijk kunnen worden beschouwd. Eteck kan de consument vooraf niet meer informatie geven dan het bedrag per Gigajoule (Gj), omdat de maandelijkse kosten volledig afhankelijk zijn van het verbruik. Eteck heeft daar geen zicht op. Eteck is niet bekend met de samenstelling van het huishouden en het stookgedrag of warmwaterverbruik van de nieuwe bewoner(s). Een voorafgaande opgave van gemiddelden of het historische verbruik door een vorige afnemer of van aansluitingen van vergelijkbare woningen zou er juist toe kunnen leiden dat de consument onjuist wordt geïnformeerd of verkeerde verwachtingen krijgt. Eteck verstrekt een afnemer gedurende de looptijd van de overeenkomst inzage in het verbruik en de daarmee samenhangende kosten, door middel van een online platform en een gratis app voor op de smartphone. Daarmee wordt de afnemer in de gelegenheid gesteld de kostenontwikkeling te monitoren en te beheersen. In dat opzicht verschilt de zaak van het in het tussenvonnis aangehaalde advocatendeclaratie-arrest van het Europese Hof van Justitie. Het prijsbeding is volgens Eteck dan ook voldoende transparant en kan daarom niet op oneerlijkheid worden getoetst, aldus steeds Eteck.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit het overzicht dat als productie E2 bij de dagvaarding is overgelegd blijkt echter dat al in de eerste maand van de overeenkomst een voorschotbedrag in rekening is gebracht en dat dit voorschotbedrag tot aan de jaarnota (eindafrekening) hetzelfde is gebleven. Nu het voorschotbedrag vrijwel direct na het sluiten van de overeenkomst door Eteck is vastgesteld en daarna lange tijd niet wordt gewijzigd, wordt geconcludeerd dat dit voorschot niet is gebaseerd op het verbruik van de nieuwe afnemer, maar op andere gegevens die Eteck kennelijk ter beschikking staan. Niet valt dan ook in te zien dat Eteck deze informatie niet vóórafgaande aan het sluiten van de overeenkomst met de consument had kunnen delen. Had Eteck dat wel gedaan, dan had de consument zich daarmee, in combinatie met het tarievenblad, een beeld kunnen vormen van het maandelijkse voorschot en de jaarlijkse kosten, ook al is dat bij benadering en uiteindelijk afhankelijk van het daadwerkelijke verbruik. Eteck wordt dan ook niet gevolgd in haar stelling dat zij niet meer informatie kan geven dan de prijs per Gj.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In het licht van het voorgaande geeft de toelichting van Eteck geen aanleiding terug te komen op het voorshands uitgesproken oordeel in het tussenvonnis dat het prijsbeding niet transparant is, omdat Eteck niet alle beschikbare informatie aan de consument verstrekt, met als gevolg dat de economische gevolgen van het sluiten van de overeenkomst niet goed kunnen worden ingeschat. Het prijsbeding moet dan ook vanwege de intransparantie worden getoetst op oneerlijkheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een contractueel beding waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, dient de rechter, in het licht van alle omstandigheden van het geval, na te gaan, in de eerste plaats, of het vereiste van goede trouw is nageleefd, dus of de verkoper, door op eerlijke en billijke wijze te onderhandelen met de consument, redelijkerwijs ervan kon uitgaan dat deze laatste een dergelijk beding zou aanvaarden indien daarover afzonderlijk was onderhandeld en, in de tweede plaats, of er sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht ten nadele van de consument in de zin van die bepaling, waarbij met name rekening moet worden gehouden met de toepasselijke regels van het nationale recht wanneer partijen op dit punt geen regeling hebben getroffen, om te beoordelen of, en in voorkomend geval in welke mate, de overeenkomst de consument in een juridisch minder gunstige positie brengt dan die welke het geldende nationale recht bepaalt (Europese Hof van Justitie, 3 oktober 2019, C-621/17, ECLI:EU:C:2019:820 en 13 juli 2023, C-265/22, ECLI:EU:C:2023:578).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Warmteleveringsovereenkomsten als de onderhavige zijn onderworpen aan bijzondere wetgeving en daarop gebaseerde regelingen. Nu de consument geen keuze heeft in warmteleveranciers aangezien Eteck monopolist is, is zijn positie niet anders dan wanneer hij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst van Eteck wel had kunnen onderhandelen en daarbij een inschatting had gekregen van de te verwachten kosten per jaar of maand. Daarbij geldt dat Eteck gebonden is aan de maximumtarieven die de ACM vaststelt, waarbij mag worden aangenomen dat de ACM ook de belangen van de consument bij die vaststelling heeft betrokken en dat Eteck zich hieraan houdt. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat het vereiste van goede trouw niet is nageleefd, noch het evenwicht tussen partijen ten nadele van de consument aanzienlijk is verstoord. Van oneerlijkheid is daarom geen sprake. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter gaat echter ervan uit dat Eteck haar handelswijze naar aanleiding van dit vonnis zal aanpassen en voorafgaande aan de overeenkomst de consument voortaan zal informeren over het te hanteren maandelijkse voorschotbedrag. Als zij dat niet doet, zal daarin, anders dan in het tussenvonnis van 23 juli 2024 is overwogen, aanleiding kunnen worden gezien om in het vervolg te oordelen dat niet is voldaan aan de essentiële informatieplicht met betrekking tot de prijs (6:230m lid 1 onder e BW) en ingevolge de landelijke Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten een passende sanctie toe te passen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Incassokostenbeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Over het incassokostenbeding stelt Eteck dat het beding niet oneerlijk is, omdat het beding niet bepaalt dat incassokosten in rekening kunnen worden gebracht als geen vruchteloze aanmaning is gestuurd. Anders gezegd, het beding beoogt niet af te wijken van de wettelijke regeling, meer in het bijzonder ten aanzien van de vruchteloze aanmaning. Eteck refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij het oordeel dat het incassokostenbeding oneerlijk is, omdat geen vruchteloze aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW als vereiste wordt gesteld om incassokosten verschuldigd te laten worden. Op het moment dat de consument in verzuim is, kunnen op grond van het beding al incassokosten in rekening worden gebracht. Dat wijkt af van de wettelijke regeling. Dat dit niet is beoogd of in de praktijk de wettelijke regeling wordt aangehouden, is niet relevant voor de beoordeling van het oneerlijke karakter van het beding. Het gaat erom dat Eteck, doordat het beding op deze manier is geformuleerd, voor zichzelf de mogelijkheid heeft gecreëerd om van de wettelijke regeling af te kunnen wijken, door direct bij verzuim incassokosten in rekening te kunnen brengen, zonder een vruchteloze aanmaning te hoeven versturen. Nu het beding ten nadele van de consument afwijkt van de wettelijke regeling, die van dwingend recht is, is het beding oneerlijk. Dat heeft tot gevolg dat het beding buiten toepassing moet blijven en Eteck geen aanspraak meer kan maken op incassokosten op grond van de wet (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198 (Kinderopvang)).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Met inachtneming van het voorgaande, is de gevorderde hoofdsom toewijsbaar, evenals de gevorderde rente. De incassokosten worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Eteck vordert ook ontbinding van de overeenkomst en afsluiting van de leverantie, met daarmee samenhangende nevenvorderingen. Deze vorderingen worden afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat volledig is voldaan aan het bepaalde in artikel 5 van de Warmteregeling. In dat geval vindt ingevolge die regeling geen afsluiting plaats. Weliswaar stelt Eteck dat zij aan deze bepalingen heeft voldaan, maar die stellingen vinden geen steun in de ter onderbouwing overgelegde aanmaningen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Op grond van de overgelegde aanmaningen kan uitsluitend worden vastgesteld dat Eteck heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 5 lid 3 onder b van de Warmteregeling. Niet gebleken is dat zij ook heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 5 lid 3 onder a, c en d, lid 4 en lid 5 van de Warmteregeling. Eteck had bij de herinnering onder meer moeten aanbieden om met schriftelijke toestemming van [gedaagde] de contactgegevens van [gedaagde] , diens klantnummer en informatie over de hoogte van diens schuld aan een schuldhulpverleningsinstantie te verstrekken. Als [gedaagde] niet zou reageren op dat aanbod, had Eteck voornoemde gegevens aan een schuldhulpverleningsinstantie moeten verstrekken. Daarnaast had Eteck zich moeten inspannen in persoonlijk contact te treden met [gedaagde] om hem te wijzen op de mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en beëindigen. Ook had Eteck [gedaagde] moeten informeren over de mogelijkheid tot het treffen van een betalingsregeling en daarover in contact te treden, wat niet is gebeurd. Tot slot had Eteck aan [gedaagde] moeten melden dat [gedaagde] niet zou worden afgesloten als de artikelen 5 lid 1, 5b of 6 lid 2 van de Warmteregeling van toepassing zijn. Dit alles is niet gebeurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eteck worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>107,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>322,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1 punt × € 135,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>67,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>631,72</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Eteck te betalen een bedrag van € 500,92, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 497,34 vanaf 14 september 2022 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 631,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024 in aanwezigheid van mr. S. Homringhausen, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>991</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>