<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:7413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T09:54:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-242515-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7413">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-16T16:25:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:7413 Rechtbank Amsterdam , 21-11-2024 / 13-242515-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7413:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Frankrijk, executie-EAB met verzetgarantie, overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7413:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-242515-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 21 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 31 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_9e8deb3a-53de-4da9-9527-af473f93b7d0" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 23 april 2024 door de procureur van de republiek te Metz in Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[BRP adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 19 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 19 september 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.H.J. Kortz, advocaat te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_f9f25fb5-2a11-4c19-870c-3c8f1b0b0ea2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 3 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 3 oktober 2024 het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit vragen te stellen over de detentieomstandigheden in de gevangenis van Metz. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 7 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het EAB – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 7 november 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door bovengenoemde raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een bij verstek uitgesproken vonnis van de rechtbank Metz van 17 april 2024, met kenmerk 759/2024<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_35dbe069-0eb9-4b39-a8b4-c43c47adb9c1" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Tussenuitspraak 3 oktober 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 3 oktober 2024 geoordeeld dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW (een verzetgarantie), dat een lijstfeit is aangekruist en dat de aan de opgeëiste persoon verstrekte terugkeergarantie voldoet. De overwegingen onder 3.1, 4 en 5 in de tussenuitspraak dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.<footnote-ref linkend="_1c033009-8e8f-402e-9f3d-ab972d0cb1fc" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat er mogelijk voldoende materiaal is om het Franse onderzoek aan Nederland over te dragen aangezien de opgeëiste persoon ook al een keer in Nederland is gehoord en het onderzoek daarmee deels in Nederland heeft plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het onderzoek vindt plaats in Frankrijk,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de medeverdachten bevinden zich in Frankrijk,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er is al een vonnis gewezen in Frankrijk,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdovende middelen zijn in Frankrijk ingevoerd en aangetroffen, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Nederlandse openbaar ministerie is niet voornemens de vervolging in te stellen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn. De gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dat licht en op de door de officier van justitie genoemde gronden, vormt het gegeven dat de feiten worden geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden Frankrijk  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst allereerst naar haar tussenuitspraak van 3 oktober 2024. Deze overwegingen moeten als herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft daarin een algemeen reëel gevaar aangenomen dat gedetineerden in de detentie-instelling van Metz zullen worden blootgesteld aan een onmenselijke of vernederende behandeling en zij heeft het onderzoek heropend en de officier van justitie opdracht gegeven vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit in het kader van het onderzoek naar een individueel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de uitvaardigende justitiële autoriteit is op 22 oktober 2024 de volgende individuele garantie verstrekt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“The men's adult remand section includes:</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">296 cells, each with a surface area of 8 to 9 m2 and a capacity of one place;</emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">24 cells, each with a surface area of 14 to 19 m2 and a capacity of three places, including one for a juvenile;</emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">2 cells adapted for individuals with reduced mobility, with a surface area of 19 to 24 m2 and a capacity of one place.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">The capacity of each cell is determined by the circular of March 16, 1988, based on the floor area of the room. The surface area of the sanitary facilities is included in the total room area, with the size of the sanitary area varying between 1.4 and 1.8 m2 depending on technical constraints. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Based on the layout of these facilities, if detainees are placed in a two-bed cell, they will each have between 3.1 and 3.6 m2 of personal space. If placed in a three-bed cell, they will each have between 3 and 4.3 m2. In any case, no detainee is housed with less than 3 m2 of living space.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Access to cultural, sports, social, reintegration, educational, or work activities is granted upon the detainee's request and following approval for their enrollment. Detainees may participate in sports activities in a gym or outdoor sports field, receive educational instruction suited to their level provided by National Education personnel working within the facility, or engage in distance learning through the CNED and access the facility's library. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Provided they are enrolled for work, detainees may also participate in remunerated activities within the facility's workshops or general services. Each facility also offers cultural activities based on an evolving annual program. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">All of these activities are conducted from 7:30 AM to 12:00 PM and from 1:30 PM to 6:30 PM, with an aim of providing each detainee with 5 hours of supervised activities. However, these situations vary depending on the detainees' level of engagement. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Even if a detainee does not request or respond to any of the staff's activity proposals, they will still have the opportunity to access an outdoor exercise yard for a minimum of one hour each day.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging stelt dat is voldaan aan de vereisten, nu de opgeëiste persoon minimaal 3 m2 persoonlijke ruimte zal hebben, ongeacht de hoeveelheid personen op een cel, en er verschillende activiteiten beschikbaar zijn voor gedetineerden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de overlevering kan worden toegestaan omdat bovenstaande garantie het algemene gevaar van onmenselijke en vernederende behandeling in het concrete geval van de opgeëiste persoon wegneemt.</para>
      <para>Als uitgegaan wordt van een bezettingsgraad van 123,8% zal de opgeëiste persoon, afhankelijk van de cel waarin hij wordt geplaatst, in bepaalde gevallen meer dan 4 m2 persoonlijke ruimte tot zijn beschikking hebben, maar in ieder geval tussen de 3 en 4 m2 persoonlijke ruimte, exclusief sanitair. In het laatste geval is relevant dat er blijkens de aanvullende informatie voldoende activiteiten buiten de cel zijn. Er wordt gestreefd naar vijf uur begeleide activiteiten buiten de cel per dag, waarbij gedetineerden toegang hebben tot sport- en culturele activiteiten, arbeid en minimaal één uur per dag buiten lopen. De officier van justitie verwijst naar een volgens hem vergelijkbare zaak, waarin de penitentiaire inrichting Parijs la Santé is besproken, en de rechtbank de overlevering heeft toegestaan (ECLI:NL:RBAMS:2024:5742).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_e3ed162d-bdf5-4f10-b657-cc6a78400861" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op basis daarvan vast dat de opgeëiste persoon bij een bezettingsgraad van 123,8 % in het slechtste geval – de kleinste cel met de grootste sanitaire voorzieningen – tussen de 3 en 4 m2 persoonlijke ruimte tot zijn beschikking zal hebben, en in het gunstigste geval (aanzienlijk) meer dan 4 m2. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geval hij tussen de 3 en 4 m2 persoonlijke ruimte heeft, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een schending van het in artikel 4 Handvest bedoelde grondrecht indien het gebrek aan ruimte gepaard gaat met andere slechte materiële detentieomstandigheden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de individuele garantie van 22 oktober 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon in de penitentiaire inrichting in Metz tot vijf uur per dag aan activiteiten kan deelnemen, waaronder  culturele activiteiten, sport, onderwijs en toegang tot een bibliotheek. Daarnaast mag hij één uur per dag op een <emphasis role="italic">outdoor exercise yard</emphasis> wandelen. In totaal heeft de opgeëiste persoon de mogelijkheid om zes uur per dag buiten de cel te verblijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er - gelet op de verstrekte garanties - geen reëel gevaar dat de opgeëiste persoon in de detentie-instelling in Metz onderworpen zal worden aan een onmenselijke of vernederende behandeling. Gelet op het voorgaande is voor de opgeëiste persoon geen sprake van een reëel gevaar dat zijn door het Handvest gewaarborgde grondrechten na overlevering zullen worden geschonden in detentie in Frankrijk. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de procureur van de republiek te Metz in Frankrijk voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.E.M. James-Pater,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.B. Oreel en D.A. Segbedzi,                         					   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.E. Poel,		                         		    	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9e8deb3a-53de-4da9-9527-af473f93b7d0" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9f25fb5-2a11-4c19-870c-3c8f1b0b0ea2" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_35dbe069-0eb9-4b39-a8b4-c43c47adb9c1" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c033009-8e8f-402e-9f3d-ab972d0cb1fc" label="4">
    <para> Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e3ed162d-bdf5-4f10-b657-cc6a78400861" label="5">
    <para> HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>