<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:7089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-26T09:16:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-164614-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7089">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-22T14:49:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:7089 Rechtbank Amsterdam , 20-11-2024 / 13-164614-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7089:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak vervolgings-EAB uit Polen. Individueel gevaar voor de opgeëiste persoon niet weggenomen. Termijn van 30 dagen gesteld om te zien of een wijziging in de omstandigheden optreedt, voordat geen gevolg aan het EAB zal worden gegeven en de officier van justitie niet-ontvankelijk zal worden verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:7089:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-164614-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 20 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN-UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 17 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_1935a289-e927-4d4d-8898-69e3ac241df3" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 27 januari 2011 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Warsaw</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1981, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 9 juli 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 juli 2024, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. K. van der Vlies, advocaat in Purmerend en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_f02c814c-a7ff-4335-88e0-48ce3d2430f8" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding  bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 23 juli 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij uitspraak van 23 juli 2024<footnote-ref linkend="_17cc87eb-9078-4c0f-85a6-f33c59c94316" /> het onderzoek heropend en geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand</emphasis> regime in Polen terechtkomen. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd, om de uitvaardigende justitiële autoriteit de vraag te laten beantwoorden</para>
      <para>of, indachtig de omstandigheden op grond waarvan een algemeen gevaar voor het <emphasis role="italic">remand</emphasis></para>
      <para>regime is aangenomen, dit gevaar - al dan niet met een individuele detentiegarantie - voor de</para>
      <para>opgeëiste persoon kan worden weggenomen en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om de in de tussenuitspraak genoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en</para>
      <para>derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW verlengd met</para>
    </parablock>
    <para>30 dagen. Ook heeft de rechtbank de gevangenhouding van de opgeëiste persoon op grond</para>
    <para>van artikel 27, derde lid, OLW verlengd met 30 dagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Raadkamer 4 september 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De raadkamer heeft op 4 september 2024 de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW verlengd met 30 dagen. Ook heeft de raadkamer de gevangenhouding van de opgeëiste persoon op grond van artikel 27, derde lid, OLW verlengd met 30 dagen en het schorsingsverzoek afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Raadkamer 4 oktober 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De raadkamer heeft op 4 oktober 2024 de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW verlengd met 30 dagen. Ook heeft de raadkamer de gevangenhouding van de opgeëiste persoon op grond van artikel 27, derde lid, OLW verlengd met 30 dagen en het schorsingsverzoek afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 6 november 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voortgezet op de zitting van 6 november 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. K. van der Vlies, advocaat in Purmerend en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en</para>
      <para>derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW verlengd met</para>
    </parablock>
    <para>30 dagen. Ook heeft de rechtbank de gevangenhouding van de opgeëiste persoon op grond</para>
    <para>van artikel 27, derde lid, OLW verlengd met 30 dagen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 23 juli 2024 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid, het gelijkstellingsverweer en over artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Hetgeen de rechtbank in deze tussenuitspraak heeft overwogen kan als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelijkstellingsverweer</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft ten behoeve van een beroep op gelijkstelling van de opgeëiste persoon met een Nederlander de rechtbank aanvullende stukken doen toekomen en op de zitting van 6 november 2024 wederom een beroep op gelijkstelling gedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt ten aanzien van de nieuw overgelegde stukken dat ook deze geen objectieve gegevens bevatten ter onderbouwing van de rechtmatigheid van het verblijf; stukken zoals (bijvoorbeeld) belastingaanslagen ontbreken nog steeds. De rechtbank is daarom (opnieuw) van oordeel dat de opgeëiste persoon niet heeft aangetoond dat hij ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft. Het beroep op artikel 6 OLW slaagt dus niet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 11 OLW: Poolse detentieomstandigheden  <?linebreak?></title>
    <para>De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 6 van de tussenuitspraak van 23 juli 2024. De rechtbank heeft in die tussenuitspraak overwogen dat sprake is van een algemeen gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand regime </emphasis>in Polen terechtkomen. De overwegingen uit voornoemde uitspraken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vaststelling van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis>, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het kader van dit nadere onderzoek heeft de rechtbank bij tussenuitspraak van 23 juli 2024 de volgende nadere vragen gesteld aan de Poolse autoriteiten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“1) De rechtbank begrijpt uit het CPT-rapport dat voorlopig gehechten minimaal 3 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel ter beschikking hebben. Kan, tegen de achtergrond van het arrest Dorobantu (ECLI:EU:C:2019:857, punten 75-76), voor de opgeëiste persoon worden gegarandeerd dat hij minimaal 4 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel zal krijgen in het Huis van Bewaring waar hij terecht komt? Of zal hij slechts tussen de 3 en 4 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel krijgen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2) Kan de opgeëiste persoon deelnemen aan activiteiten in het betreffende Huis van Bewaring?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3) Indien hij ervoor kiest deel te nemen aan alle aangeboden activiteiten, hoeveel uur per dag zou hij dan minimaal buiten zijn cel verblijven?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4) Geldt voor de opgeëiste persoon dat hij, indien hij contact met de buitenwereld wil hebben door gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek, voorafgaand aan ieder bezoek of telefoongebruik altijd toestemming zal moeten vragen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5) Zo ja, hoe lang duurt de procedure (inclusief het rechtsmiddel) om toestemming te         krijgen voor het gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek?”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 oktober 2024 hebben de Poolse autoriteiten deze vragen voor zover relevant als volgt beantwoord:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“ (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Pursuant to the Regulation No 34/2023 of the Head of the Prison Services in Warsaw of 14th September, 2023 regarding detailed zoning of putting under arrest of persons convicted and punished at custodies and prisons regarding their participation in the procedural actions, a man arrested and remaining in temporary custody at the disposal of District Prosecutor’s Office Warszawa-Wola in Warsaw shall be remanded in Custody Warszawa-Służewiec. It means that assuming that [opgeëiste persoon] is surrendered to the Polish party, it is highly probable that he will be put under arrest in the aforementioned penitentiary unit.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">According to information of the Head of the Custody Warszawa-Służewiec, while remanding in custody, persons jailed can participate in cultural and educational activities organised in the ward they have been accommodated in. There are organised some competitions and common activities according to the schedule of the activities prepared by a particular ward. The persons jailed can use the common-room of the ward, inter alia, they can play table-tennis, use gymnastic equipment and recreation appliances. The jailed can use the common, club space minimum twice a week for an hour according to the schedule. When the common-room is free and the jailed asks to use the premises beyond the schedule, he is also allowed to stay there. There is a library and radio broadcasting there. Books are delivered to the residential cells according to the made requests. The persons jailed are allowed to have some press subscription out of their own financial means and they receive also, as far as possible, the press purchased by the penitentiary unit. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In the central common-room of pavilion A, there are organised special interests groups</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">according to the weekly plan of the cultural and educational classes and sports classes.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Moreover, there are also organized general development activities in the central common-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">room, where the sport appliances and equipment are available such as gymnastic</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mattresses, table-tennis , foosball table, elliptical trainer and exercise bike. Pursuant to Art.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">221 section 1 point 5 of Execution Criminal Code, a person remanding in temporary custody</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">can also be granted a statutory bonus such as a permit to participate more frequently in the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">cultural and educational classes of gymnastics and sports.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">It shall be, therefore, considered that the persons remanding in temporary Custody</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Warszawa-Służewiec can participate by themselves in the club activities and use the available</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sport equipment there and in the religious services as well. Attending the club classes lasts</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">for about an hour on average, twice a week. Additionally, the jailed person is entitled to, at</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">least, one hour walking time, thus finally it gives about 2,5 hour of staying beyond the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">residential cell, excluding any other activities organised beyond the residential cell such as</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">participation in visits, phone- calls carried out by a self-collecting telephone, participation in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the procedural actions, educational meetings and psychological conversations, medical</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">treatment, etc. depending on the individual case of the person jailed.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">The person remanding in temporary custody is allowed to use a self-collecting telephone to</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">contact his/her counsel of defence and his/her family and other next of kin, pursuant to Art.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">217c of Execution Criminal Code. It means that the person jailed can use at least once a</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">week, in the stated time according to the rules and regulations valid in the custody, the self-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">collecting telephone to contact his counsel of defence, legal representative being the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">attorney or legal advisor and his representative not being an attorney and/or attorney or</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">legal advisor who has been accepted by the Chairman of the European Court of Human</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rights Chamber to represent a person remanding in temporary custody at this Court.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In particularly specific and justified cases, especially when the direct contact is not possible or</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">clearly difficult or if it results from a sudden life condition, the person jailed can also use, in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the stated time according to the rules and regulations valid in the custody, the self-collecting</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">telephone to contact other person than the one specified above. Conducting of such</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">conversation needs a permit, each time, of the authority that the jailed person remains in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">disposition of issued as a regulation unless the authority that the jailed person remains in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">disposition of decides otherwise.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">According to the internal rules and regulations valid in the Custody Warszawa-Służewiec, the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">person jailed can use at least twice a week, from Monday to Sunday 08:00-18:00, excluding</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meals time and setting duties by the ward officer, the self-collecting telephone to contact</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the family and other next of kin after being granted the permit to do so by the authority</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">which decides about the usage of the self-collecting telephone with the stated person at the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">own cost or interlocutor’s cost. The detailed conditions of use are specified in the schedules</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">available in the residential wards.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Regarding visits to see the jailed person it shall be mentioned that pursuant to Art. 217 § 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Execution Criminal Code a person remanding in temporary custody can obtain the visit after</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">issuing a consent regulation in that subject by the authority he/she remains in disposition of.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">When the jailed person remains to the disposition of a few authorities, the visit consent must be issued by each of them unless stipulated otherwise by these authorities. The jailed person is allowed to have at least one visit a month with his/her next of kin, with the restriction that such a visit could not lead to impairing the criminal proceedings.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">At the same time, we inform that the time of the procedure of obtaining the consent for</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">telephone use and regulation for jail-visit has not been decided in the valid legal provisions.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In practice, such requests are recognised by Prosecutors of District Prosecutor’s Office</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Warszawa-Wola in Warsaw with no delay after being received. It means that ,most often, the person jailed receives the consent for particular actions a few days after submitting his/her request.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Regarding the living conditions of the residential multi-person cells in the Custody Warszawa- Służewiec it shall be said that the residential area for one jailed is from 3m² to 4m² a person. The usage area of a residential cell that is considered while deciding about its purpose and its capacity means the area without blank doors, heater recesses and the area of sanitary appliances corners.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsvrouw </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat aan het EAB geen gevolg moet worden gegeven en de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat overlevering van de opgeëiste persoon tot een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zal leiden. Concrete garanties dat de opgeëiste persoon meer dan één uur per dag buiten zijn cel kan doorbrengen zijn namelijk niet gegeven. Hoewel in het antwoord van de Poolse autoriteiten melding wordt gemaakt van tweeënhalf uur buiten de cel, is onduidelijk of dit per dag of per week is en ook uit de overige beschrijving valt geen herleiding naar deze tweeënhalf uur te maken. Bovendien is deelname aan activiteiten buiten de cel niet gegarandeerd, maar afhankelijk gemaakt van het gedrag van medegedetineerden, waarvan vervolgens ook onduidelijk is hoeveel uur deze activiteiten betreffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie geen gevaar op een schending van artikel 4 van het Handvest meer bestaat. De opgeëiste persoon wordt namelijk 3 tot 4 m2 persoonlijke ruimte op cel geboden, waarbij de officier van justitie er verder vanuit gaat dat de tweeënhalf uur buiten de cel die worden genoemd per dag zijn. Artikel 11 OLW staat daarom niet aan overlevering in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is – onder verwijzing naar de eerdergenoemde tussenuitspraak – van oordeel dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand regime </emphasis>in Polen terechtkomen, welk gevaar ook concreet de opgeëiste persoon raakt. De aanvullende informatie van 17 oktober 2024 van de Poolse autoriteiten neemt het gevaar van schending van grondrechten voor de opgeëiste persoon namelijk niet weg. Voor de opgeëiste persoon is immers niet meer dan 3 m2 persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel gegarandeerd, terwijl geen duidelijke garanties zijn verstrekt ten aanzien van het aantal uren dat de opgeëiste persoon buiten zijn cel kan verblijven. Hoewel uit de aanvullende informatie blijkt dat er verschillende activiteiten zijn waaraan de opgeëiste persoon kan deelnemen, is deelname afhankelijk van verschillende factoren en derhalve geen garantie. Daarbij komt dat voor sommige van de activiteiten staat vermeld dat aan de activiteiten twee keer per week voor één uur kan worden deelgenomen. Voor andere vermelde activiteiten is helemaal niet vermeld hoe vaak en hoelang daaraan kan worden deelgenomen. Op grond van het antwoord van de Poolse autoriteiten kan de rechtbank dan ook niet herleiden of de tweeënhalf uur in de zinsnede “<emphasis role="italic">additionally, the jailed person is entitled to, at least, one hour walking time, thus finally it gives about 2,5 hour of staying beyond theresidential cell” </emphasis>per dag of per week is. Daarbij is door toevoeging van het woord ‘<emphasis role="italic">about’</emphasis> zelfs het aantal van tweeënhalf uur geen garantie maar kennelijk slechts een schatting.</para>
      <para>Nu op grond van de verstrekte informatie enkel kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon in ieder geval iedere dag één uur per dag buiten zijn cel mag wandelen en verder onduidelijk is hoeveel tijd hij daarnaast dagelijks buiten zijn cel kan verblijven, is de rechtbank van oordeel dat het aangenomen algemene gevaar in de concrete situatie van de opgeëiste persoon niet is weggenomen. Het kernpunt bij de vaststelling van het ‘algemene gevaar’ dat slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopige gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren op zijn cel doorbrengt, is gelet op voornoemde immers ook aan de orde in de detentiesituatie van de opgeëiste persoon in de <emphasis role="italic">Remand Prison </emphasis>in <emphasis role="italic">Warszawa-Służewiec</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu door de aanvullende informatie het vastgestelde algemene gevaar niet is weggenomen, stelt de rechtbank vast dat er voor de opgeëiste persoon een individueel reëel gevaar van schending van zijn grondrechten bestaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, houdt de rechtbank de beslissing over de overlevering aan, omdat er een mogelijkheid bestaat dat bij wijziging van de omstandigheden het reële gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling alsnog – en binnen afzienbare tijd – kan worden uitgesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel het in deze fase normaliter niet aan de rechtbank is om vragen te formuleren (maar aan de uitvaardigende justitiële autoriteit om informatie te verstrekken waaruit een wijziging van de omstandigheden blijkt), acht de rechtbank het niet ondenkbaar dat informatie met betrekking tot de hierboven in de vragen van de rechtbank genoemde zorgelijke aspecten, mogelijk een dergelijke wijziging zou kunnen opleveren. Op de volgende zitting zal de rechtbank onderzoeken of een wijziging in de omstandigheden optreedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt hierbij, ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, een redelijke termijn van 30 dagen waarbinnen dergelijke informatie dient te worden ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voortzetting van de zaak zal worden ingepland op het einde van deze termijn (op 19 december 2024) of uiterlijk 10 dagen daarna, zodat nagegaan kan worden of een wijziging in de omstandigheden binnen de termijn van 30 dagen is opgetreden. </para>
      <para>Op basis van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW, verlengt de rechtbank de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen met 60 dagen, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer binnen de hierboven gestelde redelijke termijn van 30 dagen geen wijzigingen in de omstandigheden zijn opgetreden, zal aan de overlevering ingevolge het thans geldende artikel 11, eerste lid, OLW, geen gevolg worden gegeven en zal de officier van justitie niet ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> en <emphasis role="bold">SCHORST </emphasis>het onderzoek en bepaalt dat de zaak opnieuw moet worden ingepland op een zitting op <emphasis role="bold">19 december 2024 of uiterlijk 10 dagen daarna</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOUDT AAN</emphasis> de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT</emphasis> de termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW met 60 dagen, onder gelijktijdige verlenging van de  gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk voor de Poolse taal tegen nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. R.A. Sipkens,	  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. I. Verstraeten-Jochemsen en A.L. op 't Hoog,			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en Ç.H. Dede,                         		    griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1935a289-e927-4d4d-8898-69e3ac241df3" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f02c814c-a7ff-4335-88e0-48ce3d2430f8" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_17cc87eb-9078-4c0f-85a6-f33c59c94316" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:4475</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>