<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:6868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-15T09:49:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">81/186969-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6868">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-15T09:13:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6868 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2024 / 81/186969-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6868:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte is vrijgesproken van het voorhanden en opslaan van professioneel vuurwerk (1498 stuks Super Cobra 6). Herkenningen verbalisanten enige bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij tenlastegelegde. Wijze totstandkoming herkenning invloed op betrouwbaarheid herkenningen. Al met al is de rechtbank van oordeel dat de herkenningen onvoldoende betrouwbaar zijn om als bewijsmiddel te kunnen dienen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6868:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="733df198-faa3-44c3-9c5d-6a6e47550eaf" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 81/186969-24 </para>
      <para>Parketnummer vordering tul: 03/129348-21 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 8 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zittingen van 12 september 2024 en 25 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting van 12 september heeft de rechtbank de zaak aangehouden en aan de officier van justitie de opdracht gegeven om de politie een proces-verbaal te laten opstellen waarin de vier verbalisanten ( [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] ) aangeven hoe de herkenning van verdachte tot stand is gekomen. Ook heeft de rechtbank in dat kader een aantal vragen gesteld die zij graag beantwoord ziet. Aan het dossier zijn daarna negen aanvullende processen-verbaal over de herkenningen toegevoegd.</para>
      <para>Op 25 oktober 2024 is het onderzoek op zitting hervat en zijn de aanvullende stukken besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N. Neij, en van wat de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. S. de Korte, naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 27 november 2023 in Almere schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben en opslaan van professioneel vuurwerk (1498 stuks Super Cobra 6).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gehele tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de <emphasis role="bold">bijlage</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk kan worden bewezen, waarbij uitgegaan moet worden van een kleinere hoeveelheid dan ten laste is gelegd, te weten 300 stuks Super Cobra 6.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte door vier verschillende verbalisanten op beeldmateriaal is herkend. De vier verbalisanten hebben verdachte op 28 november 2023, één dag nadat het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden, in een andere zaak staande gehouden. Zij hebben hem herkend aan zijn baard en postuur. Daarnaast hebben de verbalisanten verklaard dat de man op de beelden dezelfde muts droeg als verdachte tijdens de staandehouding. Daarom kan met voldoende zekerheid worden gezegd dat verdachte de man is die op de beelden is te zien.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de herkenningen door de verbalisanten betrouwbaar zijn, zodat deze kunnen worden gebruikt voor het bewijs.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Het enige bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde, is de herkenning van verdachte door de verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] . Deze herkenningen zijn niet betrouwbaar, omdat sprake is van voorwetenschap die de herkenningen hebben gestuurd. Deze herkenningen kunnen daarom niet voor het bewijs worden gebruikt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het dossier bevinden zich camerabeelden van een Ring-deurbel van een woning aan de [straatnaam] te Amsterdam van 27 november 2023. Daarop is te zien dat een man uit de achterbak van een auto een doos waar <emphasis role="italic">COBRA </emphasis>op staat pakt en met deze doos richting een woning loopt. In deze woning zijn drie dozen met totaal 1498 stuks Super Cobra 6 vuurwerk aangetroffen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant] , belast met onderzoek naar het aangetroffen vuurwerk, heeft op 29 november 2023 een e-mail gestuurd aan de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 2] met het volgende verzoek:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als mijn informatielijnen kloppen hebben jullie gisteren een man voor de uitleveringswet aangehouden die in een witte Nissan reed.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als ja zouden jullie dan misschien op onze O-schrijf de beelden van de zaak 2023363619 kunnen bekijken?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 27 november in de middag is er namelijk minimaal 1 doos met Cobra's uit de betreffende Nissan geladen en in een woning in Almere gezet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij vroegen ons af of jullie misschien iemand op de beelden herkennen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 4] heeft deze e-mail weer doorgestuurd aan verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 1] . </para>
        <para>Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de Ring-deurbel heeft bekeken en van de beelden een <emphasis role="italic">still</emphasis> heeft gemaakt en opgeslagen onder de bestandsnaam ‘Still_1_VE_ [verdachte] ’ op de O-schijf. Daarnaast heeft hij de bodycambeelden van de staandehouding bekeken en opgeslagen<emphasis role="italic">. </emphasis>Verbalisant [verbalisant 4] heeft verdachte herkend als de man die op de camerabeelden te zien is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 4] heeft aanvullend verklaard dat er geen (voor)overleg heeft plaatsgevonden tussen de verbalisanten die een herkenning hebben gedaan. Toen hij collega’s [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] weer sprak, zei hij enkel: “Heb jullie de mail al gezien? Volgens mij kunnen jullie ook een herkenning opmaken.” Dit was nadat hij de e-mail van collega Van [verbalisant] had doorgestuurd naar collega’s [verbalisant 3] en [verbalisant 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] hebben verdachte ook herkend als de man die op de beelden is te zien. [verbalisant 3] en [verbalisant 2] hebben verklaard de herkenning te hebben gebaseerd op de camerabeelden en de <emphasis role="italic">still</emphasis> met de bestandsnaam <emphasis role="italic">Still_1_VE_ [verdachte]</emphasis>. [verbalisant 1] heeft verklaard de herkenning te hebben gedaan op basis van een <emphasis role="italic">still</emphasis>. De rechtbank kan uit de aanvullende processen-verbaal niet afleiden welke <emphasis role="italic">still </emphasis>dit is geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De (betrouwbaarheid van de) herkenning van verdachte door de verbalisanten</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam moet worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. Dit geldt temeer als deze herkenningen het enige bewijsmiddel zijn waaruit de betrokkenheid van een verdachte kan worden afgeleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor een beoordeling van de betrouwbaarheid van een herkenning aan de hand van camerabeelden en foto’s is de kwaliteit ervan van belang en in hoeverre daarop voldoende duidelijke, specifieke en onderscheidende persoonskenmerken zichtbaar zijn. Een tweede beoordelingselement is hoe goed de herkenner verdachte kent. Hoe beter iemand verdachte (visueel) kent, hoe minder visuele informatie nodig is voor een betrouwbare herkenning. Daarbij is ook de aard, frequentie en het tijdsverloop sinds de ontmoeting(en) van belang. Een derde beoordelingselement is het aantal in aanmerking komende herkenningen, die onafhankelijk van elkaar zijn gedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de wijze waarop de herkenning door [verbalisant 4] tot stand is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat deze herkenning onvoldoende betrouwbaar is om als bewijs te dienen. [verbalisant 4] is voorafgaand aan het bekijken van de camerabeelden gewezen op de staandehouding die een dag eerder heeft plaatsgevonden. De rechtbank vindt dat sprake is van beïnvloeding van de herkenning, omdat voorafgaand aan de herkenning in de hiervoor genoemde e-mail van 29 november 2023 omstandigheden zijn geschetst van de situatie waar de verbalisant een persoon van zou kunnen herkennen. Daarnaast heeft [verbalisant 4] geen inzicht gegeven betreffende zijn rol bij de staandehouding op 28 november 2023 en hoe (lang) hij de staandegehouden personen heeft waargenomen. Ook zijn de door [verbalisant 4] bekeken bodycambeelden van de aanhouding niet aan het dossier toegevoegd, zodat de rechtbank deze niet heeft kunnen zien en beoordelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is ook van oordeel dat de herkenningen door verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] onvoldoende betrouwbaar zijn en daarom niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Verbalisant [verbalisant 1] heeft geen duidelijkheid verschaft over de <emphasis role="italic">still </emphasis>waarop hij zijn herkenning heeft gebaseerd. Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] hebben verklaard de herkenning van de man op de beelden onder andere te hebben gebaseerd op de <emphasis role="italic">still</emphasis> met de bestandsnaam <emphasis role="italic">Still_1_VE_ [verdachte]</emphasis>. Deze <emphasis role="italic">still </emphasis>is onduidelijk van kwaliteit en niet alle persoonskenmerken zijn te zien, omdat de man die op die <emphasis role="italic">still</emphasis> te zien is een muts draagt. De rechtbank stelt verder vast dat de bestandsnaam van de gebruikte <emphasis role="italic">still</emphasis> de naam van verdachte bevat. Hierdoor zijn deze verbalisanten mogelijk (bewust of onbewust) beïnvloed, zodat de rechtbank dit aanmerkt als een omstandigheid die de herkenningen minder betrouwbaar maakt. Bovendien hebben verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] eveneens de e-mail van verbalisant [verbalisant] ontvangen, waarna [verbalisant 4] hen heeft gewezen op het kunnen doen van een herkenning. Hierdoor zijn zij ook mogelijk beïnvloed.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder wordt de omstandigheid dat er sprake is van vier herkenningen gerelativeerd door de vaststelling van de rechtbank dat steeds dezelfde bewoordingen worden gebruikt in de processen-verbaal van herkenning (ook in de aanvullende processen-verbaal). Hier is geen verklaring voor gegeven en het heeft er de schijn van dat de verbalisanten op de hoogte waren van elkaars processen-verbaal van herkenning. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Al met al is de rechtbank van oordeel dat de herkenningen onvoldoende betrouwbaar zijn om als bewijsmiddel te kunnen dienen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu het dossier geen ander bewijs bevat dat duidt op de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde, vindt de rechtbank niet bewezen dat verdachte vuurwerk voorhanden heeft gehad. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Vordering tot tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 423 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg, locatie Roermond van 3 april 2023, parketnummer 03/129348-21, ten uitvoer zal worden gelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, omdat verdachte is vrijgesproken van het tenlastegelegde en er geen andere termen aanwezig zijn voor toewijzing ervan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering tot tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 03/129348-21 af.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M. Wiewel, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Vaandrager en M.A. Boerhorst, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. G. Brokkelkamp,	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>