<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:6860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-19T15:09:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/232466-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-19T13:32:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6860 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2024 / 13/232466-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 21-jarige man heeft zich schuldig gemaakt aan voorhanden hebben van een vuurwapen (omgebouwd pistool) en het opzettelijk aanwezig hebben van 189 gram hasjiesj. Hoewel de ernst van de feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt, zal de rechtbank niet overgaan tot oplegging hiervan aan verdachte. De rechtbank houdt namelijk in strafverminderende zin rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Alles afwegende legt de rechtbank een taakstraf van 180 uren met aftrek van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren op.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="237f9f68-f0e1-46e4-abc2-375a7a470be3" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/232466-24 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,</para>
      <para>wonende op het adres [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 oktober 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Bouwman en wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. Y.A. Samseij, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 16 juli 2024 in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het voorhanden hebben van een vuurwapen (omgebouwd gaspistool);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 230 gram hasjiesj. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen als <emphasis role="bold">bijlage I </emphasis>bij dit vonnis en geldt</para>
      <para>als hier ingevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de bewezenverklaring van beide feiten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierna omschreven in rubriek 4. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu het verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft bekend en de raadsvrouw hiervoor geen</para>
        <para>vrijspraak heeft bepleit, kan, op grond van artikel 359 derde lid van het Wetboek van</para>
        <para>Strafvordering, met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feiten 1 en 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 29 oktober 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Een proces-verbaal van bevindingen van 16 juli 2024 met nummer PL1300-2024167238-12, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] , digitale pag. 7-8.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- Een proces-verbaal wapenonderzoek van 17 juli 2024 met nummer PL1300- 2024167238, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 3] , digitale pag. 12-14. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>: </para>
      </parablock>
      <para>- Een geschrift, te weten een verslag van Politie Amsterdam, Dienst Regionale Recherche, Laboratorium Forensische Opsporing van 21 oktober 2024, rapportnummer 0579N24, opgemaakt door ing. [naam 4] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in de hiervoor onder 3.3. opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>op 16 juli 2024 te Amsterdam, een wapen in de zin van artikel 1 onder 3e van de Wet wapens en munitie en gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1e van de Wet wapens en munitie,</para>
      <para>te weten een omgebouwd pistool van het merk GSG Ceonic, model Sig Sauer P320, kaliber 7.65 mm Browning (origineel 9mm P.A.K.), voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 16 juli 2024 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad 189 gram hasjiesj.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor beide feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een geldboete van € 2.730,- wordt opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht aan verdachte geen gevangenisstraf maar een deels voorwaardelijke taakstraf op te leggen, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden. Verdachte is een jonge man die ook de zorg heeft voor zijn broertje die een beperking heeft. Verder heeft de raadsvrouw erop gewezen dat uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte beïnvloedbaar is en een gevangenisstraf juist zal leiden tot negatieve beïnvloeding. Verdachte is bereid zich aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden te houden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen</para>
        <para>geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals</para>
        <para>daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot sterke gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Ook heeft verdachte softdrugs (hasjiesj) aanwezig gehad. Drugs vormen in het algemeen een gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de ermee gepaard gaande vormen van criminaliteit. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het veroorzaken van deze onveiligheid voor de samenleving. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 24 september 2024. Hieruit blijkt dat verdachte een keer eerder is veroordeeld voor een feit waarbij sprake was van geweld. Verdachte is namelijk op 21 februari 2023 door deze rechtbank veroordeeld voor de eendaadse samenloop van diefstal met geweld in vereniging en afpersing in vereniging. In deze zaak is bij verdachte een vuurwapen aangetroffen en ook dit feit valt binnen de categorie geweld. Dat verdachte opnieuw een geweldsfeit heeft gepleegd, weegt de rechtbank dan ook ten nadele van hem mee. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 8 oktober 2024 betreffende verdachte. De reclassering ziet de beïnvloedbaarheid en negatieve sociale contacten van verdachte als risicofactoren voor recidive. Momenteel lukt het verdachte niet om stabiliteit te realiseren ten aanzien van werk en inkomen. Tegelijkertijd vertoont verdachte wel verantwoordelijkheidsgevoel door een deel van de zorg voor zijn gehandicapte broertje op zich te nemen. Om verdachte te ondersteunen bij het vergroten van zelfstandigheid, het maken van juiste keuzes en het oplossen van problemen vindt de reclassering gedragsinterventie geïndiceerd. Als bijzondere voorwaarden heeft de reclassering een meldplicht, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden en een dagbesteding geadviseerd. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard hieraan mee te willen werken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en heeft hiervoor aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor strafoplegging, die de rechtbanken en hoven onderling hebben afgesproken. Het oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een pistool in een woning is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en voor het aanwezig hebben van 100-300 gram hasjiesj (softdrugs) is een geldboete van € 400,-.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel de ernst van de feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt, zal de rechtbank niet overgaan tot oplegging hiervan aan verdachte. De rechtbank houdt namelijk in strafverminderende zin rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is nog jong en uit het reclasseringsrapport blijkt dat hij een stabiele thuissituatie heeft waarbij hij mede de zorg draagt over zijn broertje. Ook heeft verdachte opening van zaken gegeven en verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Verder heeft hij meermalen spijt heeft betuigd en daarbij te kennen gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien. Deze spijtbetuiging is op de rechtbank als oprecht overgekomen. Gelet op deze omstandigheden wil de rechtbank verdachte een kans geven zich te bewijzen en zal zij afwijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. Wel vindt de rechtbank het belangrijk dat verdachte een flinke stok achter de deur krijgt die hem er in de toekomst van moet weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank gaat niet over tot oplegging van een geldboete gelijk aan de hoogte van het in beslag genomen geldbedrag, zoals gevorderd door de officier van justitie. Verdachte heeft ter terechtzitting door middel van bankafschriften voldoende onderbouwd dat dit geldbedrag zijn eigen spaargeld betreft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uren met aftrek van het voorarrest passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opleggen met een proeftijd van twee jaar. Hieraan worden de bijzondere voorwaarden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>2.730 EUR (omschrijving: PL1300-2024167238-G6528710)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STUK Pistool (omschrijving: PL1300-2024167238-G6528238, GSG)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>2 STK Verdovende middelen (omschrijving: PL1300-2024167238-G6528704).</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Onttrekking aan het verkeer</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De onder 2 en 3 inbeslaggenomen voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de bewezen geachte feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Teruggave aan verdachte</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het inbeslaggenomen voorwerp onder 1 behoort aan verdachte toe en zal aan hem worden teruggegeven worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op artikelen</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>9, 14a, 14b, 14c, 36b, 36c en 57 Wetboek van Strafrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>3 en 11 Opiumwet;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>26 en 55 Wet wapens en munitie.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is</para>
      <para>bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">90 (negentig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in</para>
      <para>verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren per dag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">3 (drie) maanden</emphasis> en bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet</para>
      <para>aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als <emphasis role="underline">bijzondere voorwaarden</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">Meldplicht bij de reclassering</emphasis></para>
    <para>Veroordeelde meldt zich op afspraak bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.</para>
    <para>- <emphasis role="bold">Gedragsinterventie cognitieve vaardigheden</emphasis></para>
    <para>Veroordeelde neemt actief deel aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt en of de individuele variant of de groepstraining het meest passend is. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer.</para>
    <para>- <emphasis role="bold">Dagbesteding</emphasis></para>
    <para>Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van een structurele dagbesteding in de vorm van een baan en/of opleiding</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten</para>
      <para>behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14e, zesde lid, van liet Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en liet zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart <emphasis role="bold">onttrokken aan het verkeer</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>1 STUK Pistool (omschrijving: PL1300-2024167238-G6528238, GSG);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>2 STK Verdovende middelen (omschrijving: PL1300-2024167238-G6528704).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast <emphasis role="bold">de teruggave</emphasis> aan [verdachte] : </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.730 EUR (omschrijving: PL1300-2024167238-G6528710).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Heft op</emphasis> het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M. van Mourik,							voorzitter</para>
      <para>mrs. M.T.C. de Vries en H.D. Coumou,					rechters</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.J.M. Smolders,				griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>