<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:6844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-13T14:59:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/141377-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6844">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-13T14:29:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6844 Rechtbank Amsterdam , 05-11-2024 / 13/141377-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6844:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Polen; geen gevolg gegeven aan het EAB en de officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard, omdat er geen gewijzigde omstandigheden zich hebben voorgedaan met betrekking tot de detentieomstandigheden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6844:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/141377-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 5 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 26 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_50278d6e-931d-4f83-9ea7-ecd6a13f903a" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 26 juli 2023 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Lódz</emphasis>, Polen (hierna: de</para>
      <para>uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van::  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993,</para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 19 juni 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 19 juni 2024 in aanwezigheid</para>
      <para>van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S. Pershad, advocaat te Rotterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_93d0470d-32a1-47e4-9dcf-d3d82e6a4310" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 3 juli 2024</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_379bd288-4306-4ebc-8d06-ecd2e005d3f9" />
      </para>
      <para>Het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de</para>
      <para>gelegenheid te stellen de door de rechtbank met betrekking tot de Poolse detentie-</para>
      <para>omstandigheden geformuleerde vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook is de beslistermijn verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW. onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Raadkamer 14 augustus 2024</emphasis>
      </para>
      <para>In raadkamer is de beslistermijn nogmaals verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid. OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 12 september 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling</para>
      <para>hervat op de zitting van 12 september 2024 in aanwezigheid van mr. A. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beslistermijn nogmaals verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22,</para>
      <para>vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 26 september 2024</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_7815cff5-b2aa-4797-b698-06c7fe1b6b40" />
      </para>
      <para>De rechtbank heeft een tussenuitspraak gewezen en daarin vastgesteld dat voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar van schending van zijn grondrechten bestaat als de overlevering zou worden toegestaan. Het onderzoek is vervolgens voor de laatste keer  heropend en geschorst op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, omdat er een mogelijkheid bestaat dat bij wijziging van de omstandigheden het reële gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling alsnog – en binnen afzienbare tijd – kan worden uitgesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beslistermijn nogmaals verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22,</para>
      <para>zesde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 22 oktober 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling</para>
      <para>hervat op de zitting van 22 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 28 oktober 2024 de overleveringsdetentie opgeheven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak 3 juli 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 3 juli 2024. Hierin heeft de rechtbank, voor zover thans nog van belang, de grondslag van het EAB, de inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en de Poolse rechtsstaatproblematiek al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden<?linebreak?></title>
    <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat geen sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de laatste tussenuitspraak en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Mocht de rechtbank toch besluiten de zaak nogmaals aan te houden dan voor een korte tijd en niet voor 60 dagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gewezen op het bericht van de Poolse officier van justitie dat er voor 15 november 2024 antwoord op de vragen zal worden gegeven en heeft verzocht de zaak nog eenmaal aan te houden. Echter, gelet op hetgeen in de tussenuitspraak staat over het verlengen van de redelijke termijn refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.<?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen ten aanzien van de detentieomstandigheden in de tussenuitspraak van 3 juli 2024 en 26 september 2024. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenuitspraak van 26 september 2024 is besloten deze zaak nog één laatste keer aan te houden, omdat er een mogelijkheid bestond dat bij wijziging van de omstandigheden het reële gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling alsnog – en binnen afzienbare tijd –</para>
      <para>kon worden uitgesloten. Die redelijke termijn is bepaald op 30 dagen. Ook is in deze tussenuitspraak uitgelegd waarom de zaak nog maar één laatste keer werd aangehouden. Verder is toen geoordeeld dat als er niet binnen die laatste termijn informatie zou worden ontvangen waaruit een wijziging van omstandigheden blijkt, er geen gevolg zou worden gegeven aan het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze termijn is nu verstreken zonder dat er informatie is ontvangen die een wijziging van omstandigheden inhoudt. Het bericht van de Poolse officier van justitie, dat er voor 15 november 2024 antwoord op vragen zal worden gegeven, is immers niet als zodanige informatie aan te merken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu geen wijzigingen in de omstandigheden zijn opgetreden en de gestelde redelijke termijn  inmiddels is verstreken, zal de rechtbank ingevolge artikel 11, eerste lid, OLW in samenhang met artikel 28, derde lid OLW geen gevolg geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren, waarmee de overleveringsprocedure wordt beëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 11 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEEFT GEEN GEVOLG </emphasis>aan het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKLAART </emphasis>de officier van justitie<emphasis role="bold"> NIET-ONTVANKELIJK </emphasis>in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.R.P.J. Davids, 	 				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.B. Oreel en D.A. Segbedzi,                   				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,	                         		    	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_50278d6e-931d-4f83-9ea7-ecd6a13f903a" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_93d0470d-32a1-47e4-9dcf-d3d82e6a4310" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_379bd288-4306-4ebc-8d06-ecd2e005d3f9" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:4073.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7815cff5-b2aa-4797-b698-06c7fe1b6b40" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:5963.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>