<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:6687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-08T15:55:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/232524-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6687">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-08T15:54:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6687 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2024 / 13/232524-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6687:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Roemeens EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - genoegzaamheid van de stukken - artikel 12 OLW - detentiegarantie - overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6687:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/232524-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 1 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 29 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_20152963-892e-42b2-a893-2ea4d9e4be18" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 11 mei 2023 door <emphasis role="italic">Judecătoria Curtea de Argeş</emphasis> (Roemenië), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeeïste persoon]
        </emphasis>
        <?linebreak?>        geboren in [geboorteplaats]  op [geboortedag] 1984<?linebreak?>   zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland<?linebreak?> gedetineerd in de [penitentiaire inrichting ]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 september 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.H.J. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_94b6c064-510b-487c-aa4e-f91891ceec83" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank – voor sluiting van het onderzoek – de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een: <emphasis role="italic">Criminal sentence number 85 of 5 April 2023, made final by Curtea de Argeş District Court in the case file number 4165/216/2020;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aanvullende informatie van 13 augustus 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon tevens is veroordeeld voor strafbare feiten in het vonnis van 17 februari 2021 van het <emphasis role="italic">Rămnicu Vălcea District Court</emphasis> met nummer 10484/288/2020. Dit vonnis is samengevoegd met bovengenoemd vonnis van 5 april 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de aanvullende informatie van 27 augustus 2024 is vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.</para>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 4 jaar en 9 maanden en 10 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_0dd7f3f1-7b4a-45ff-a0a2-54790496a6d9" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Genoegzaamheid van de stukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat de stukken van het EAB ongenoegzaam zijn nu de feiten van het vonnis van 17 februari 2021 niet in de feitomschrijving van het EAB zijn opgenomen maar in de aanvullende informatie van 10 september 2024. Op grond hiervan dient de overlevering te worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie acht de stukken van het EAB gelet op de ontvangen aanvullende informatie genoegzaam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de stukken van het EAB genoegzaam zijn en overweegt hiertoe als volgt. Op grond van artikel 20, vierde lid, OLW kan de Nederlandse officier van justitie de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid stellen tot completering of verbetering van het EAB. Artikel 23, tweede lid, OLW bepaalt dat de officier van justitie ter behandeling van de vordering ex artikel 23, tweede lid, OLW het EAB en in voorkomend geval de ontvangen aanvullende informatie aan de rechtbank verstrekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de aanvullende informatie van 10 september 2024 is op vragen van het Openbaar Ministerie  een  omschrijving gegeven van de feiten van het vonnis van 17 februari 2021 die nog niet in het EAB stonden vermeld. De rechtbank beoordeelt deze informatie als genoegzaam en </para>
      <para> verwerpt het verweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis van 5 april 2023 met nummer 4165/216/2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan niet afzien van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW aangezien niet zonder meer duidelijk is dat aan de opgeëiste persoon een adresinstructie is uitgereikt en niet duidelijk is wat wordt bedoeld met de mededeling dat de oproeping is uitgereikt op het <emphasis role="italic">usual address. </emphasis></para>
      <para>De overlevering dient dan ook te worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan afzien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW aangezien de opgeëiste persoon voldoende zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen nu aan de opgeëiste persoon een adresinstructie is gegeven en hij is opgeroepen op het van de opgeëiste persoon bekende adres. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de aanvullende informatie van 27 augustus 2024 van de Roemeense autoriteiten staat vermeld dat de opgeëiste persoon voor de zitting is opgeroepen op de adressen die hij opgegeven heeft toen hij in staat van beschuldiging werd gesteld en dat hij hierbij expliciet op de hoogte is gebracht van de verplichting om elke adresverandering door te geven en is gewezen op de consequenties als hij deze verplichting niet nakomt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank maakt deze omstandigheid dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. De opgeëiste persoon is, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst in het EAB twee strafbare feiten aan als feiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Oplichting.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Roemenië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aanvullende informatie van 10 september 2024 blijkt dat de overlevering ook wordt verzocht ten aanzien van drie feiten die niet in het EAB zijn genoemd. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, tweemaal gepleegd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat vanwege de Roemeense detentieomstandigheden voor gedetineerden in Roemenië sprake is van een algemeen gevaar van schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).<footnote-ref linkend="_5308ec37-1fd0-4a51-8dd6-58fbb548dc4f" /></para>
      <para>Bij brief van 30 augustus 2024 is door <emphasis role="italic">the General Manager of the National Administration of Penitentiaries </emphasis>(Roemenië) een detentiegarantie verschaft waarin de volgende garantie is gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“With regard to your notification made in case file no. 4165/216/2020 dated 26/08/2024, concerning the request of the Dutch authorities, regarding the prison conditions in which said [opgeeïste persoon] (born on [geboortedag] 1984, with usual address in [adres] , sentenced to 4 years, 9 months and 10 days imprisonment) is to be held in the event of his surrender to the Romanian authorities, please find the information below:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">1.     [opgeeïste persoon] will benefit from a minimum individual space of 3 square </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meters, throughout the entire period of execution of the sentence, except for assignment to an open </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">regime, during which he will benefit from 4 square meters, including the bed and related furniture, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">without including the space for the sanitary fittings, the number of inmates being determined in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">relation to the surface area of the room. Each inmate will be provided with an individual bed </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">equipped with specific bedding.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In case the person deprived of liberty is to be surrendered to the Romanian authorities on the </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">"Henri Coandâ" International Airport of Bucharest, he/she will initially be handed over to the </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rahova Penitentiary in Bucharest for a 21-day quarantine period, in a room assuring him/her a </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">minimum 3 square metre space.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">All persons deprived of their liberty, under quarantine and surveillance are included in a </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">multidisciplinary program, which aims at:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Taking into account the pretention of the sentence, he will most likely serve the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">custodial sentence initially in a closed regime. At the same time, considering his place of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">residence, he will most likely serve his sentence in Craiova Penitentiary.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Considering the perspective of implementing the measures contained in the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">"Action Plan for the period 2020 - 2025, drawn up with a view to the execution of the Pilot </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">judgement  Rezmives and others against Romania, and of the judgements pronounced in the </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bragadireanu group of cases against Romania", as well as the number  of  prisoners  currently  in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the custody  of the National  Penitentiary Administration, as a result of the criminal policies </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">adopted by the Romanian State, the National Penitentiary Administration guarantees that, during the entire period of execution of the sentence, including the bed and related furniture, without </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">including the space for the sanitary facilities, he will benefit from a minimum individual space, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">as follows:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">3 square metres during the quarantine and surveillance period;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">3 square metres while on remand;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">3 square metres in case of execution of the sentence in maximum security;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">3 square metres in the case of a prison sentence in a closed regime;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">3 square meters in case of execution of the sentence in semi-open regime;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">3 square meters in the case of open regime.”</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">Standpunten</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zowel de raadsman als de officier van justitie stellen zich op het standpunt dat de afgegeven detentiegarantie het eerder vastgestelde gevaar op schending van artikel 4 Handvest wegneemt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie<footnote-ref linkend="_786942a6-4c18-473a-980b-b821f6ca9901" /> uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken van penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Uit de hierboven vermelde informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in eerste instantie in de <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Penitentiary </emphasis>zal worden geplaatst en daarna naar alle waarschijnlijkheid in de <emphasis role="italic">Craiova Penitentiary. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_5d354539-b915-484c-9098-ba74935dc161" /> De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor het toestaan van de overlevering. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikelen 311 en 322 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeeïste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Judecătoria Curtea de Argeş</emphasis> (Roemenië), voor de feiten zoals deze zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB en in de aanvullende informatie van 10 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.R.P.J. Davids,	voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.B. Oreel en A.R. Vlierhuis, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, 	griffier</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_20152963-892e-42b2-a893-2ea4d9e4be18" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_94b6c064-510b-487c-aa4e-f91891ceec83" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0dd7f3f1-7b4a-45ff-a0a2-54790496a6d9" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5308ec37-1fd0-4a51-8dd6-58fbb548dc4f" label="4">
    <para> Zie o.a. Rb. Amsterdam, 4 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2513.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_786942a6-4c18-473a-980b-b821f6ca9901" label="5">
    <para>Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d354539-b915-484c-9098-ba74935dc161" label="6">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>