<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:6553</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-28T16:52:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/176342-23 (EAB I)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6553">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6553</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-28T16:51:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6553 Rechtbank Amsterdam , 09-10-2024 / 13/176342-23 (EAB I)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6553:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools overleveringsverzoek t.b.v. vervolging én tenuitvoerlegging vier vrijheidsstraffen. Overlevering toegestaan. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeeiste persoon eerst de aan haar opgelegde vrijheidsstraffen zal uitzitten, waardoor zij niet in een 'remand prison' zal worden geplaatst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6553:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/176342-23 (EAB 1)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 9 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 1 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_b403fa8a-6377-45d1-a158-a762738f5ee5" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 30 mei 2023 (en aangevuld op 28 juni 2023 en 28 februari 2024) door<emphasis role="italic"> the Regional Court in Bydgoszcz III penal division</emphasis> in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1989.</para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[BRP-adres] <emphasis role="bold">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 19 september 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 september 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_37394cb4-0907-4d86-af15-8fee6158d036" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 3 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 3 oktober 2024<footnote-ref linkend="_0ccc0618-da70-44c8-b7a6-2ab00da296a3" /> heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 9 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is voorgezet op de zitting van 9 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is, in strijd met de voorwaarden waaronder de gevangenhouding is geschorst, niet verschenen. Zij is op de zitting vertegenwoordigd door haar gemachtigde raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op de zitting van 9 oktober 2024 het onderzoek gesloten en direct uitspraak gedaan. De schorsing van de gevangenhouding is derhalve geëindigd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon opnieuw onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak van 3 oktober 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 3 oktober 2024. Hierin heeft de rechtbank de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten al beoordeeld. </para>
      <para>De rechtbank heeft in de tussenuitspraak tevens de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 12 OLW (rubriek 4), artikel 11 OLW (rubriek 7) en artikel 13 OLW (rubriek 6) beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 11 OLW</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Detentieomstandigheden; algemeen gevaar ten aanzien van ‘remand prisons’ in Polen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen in rubriek 7.2.2 van de tussenuitspraak van 3 oktober 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de officier van justitie in de tussenuitspraak van 3 oktober 2024 verzocht om nogmaals na te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit op welke titel de opgeëiste persoon na overlevering aan Polen zal worden gedetineerd. De rechtbank wilde namelijk weten of kan worden gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Polen éérst de aan haar opgelegde vrijheidsstraffen zal uitzitten en zij pas daarna (eventueel) in een ‘remand prison’ zal worden geplaatst.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) Amsterdam is daarom het volgende gevraagd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“For that reason, the court has requested us to inquire, once again, whether [opgeëiste persoon] will </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">first</emphasis>
          <emphasis role="italic"> serve the custodial sentences imposed on her and that only after she has served these custodial sentences, she will be placed in a remand prison.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 7 oktober 2024 als volgt geantwoord:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“The Regional Court in Bydgoszcz III Criminal Division in an answer to the letter dated October 04 and 07, 2024 hereby kindly informs, that after the handover of [opgeëiste persoon] from Holland to Poland, in the first instance the penalties of deprivation of liberty will be introduced for execution.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt raadsman</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon na het uitzitten van de opgelegde vrijheidsstraffen alsnog in een ‘remand prison’ terecht zal komen. De behandeling van de zaak moet daarom worden aangehouden, zodat er vragen kunnen worden gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden aldaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie verzet zich tegen aanhouding. De verstrekte informatie is helder en daaruit blijkt dat de opgeëiste persoon eerst de aan haar opgelegde vrijheidsstraffen zal uitzitten. Gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) hoeft de rechtbank alleen de detentieomstandigheden te onderzoeken in de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon ‘<emphasis role="italic">most likely</emphasis>’ zal worden geplaatst. Gelet op de duur van de aan de opgeëiste persoon opgelegde vrijheidsstraffen wordt overigens betwijfeld of de opgeëiste persoon (nog) in een ‘remand prison’ terecht zal komen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie<footnote-ref linkend="_f41db1f3-4c53-488e-9d27-8d775d266b34" /> uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de hierboven vermelde informatie blijkt dat de opgeëiste persoon eerst de aan haar opgelegde vrijheidsstraffen zal uitzitten, waardoor zij niet in een ‘remand prison’ zal worden geplaatst. Nu geen algemeen gevaar is vastgesteld voor detentie-instellingen waar opgelegde gevangenisstraffen worden ondergaan, staan de detentieomstandigheden in de Poolse ‘remand prisons’ niet aan overlevering in de weg. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het verzoek van de raadsman wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_d94f1cd4-6cc4-4d45-8aee-268e17660c91" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van haar strafzaak, dan wel hebben gehad op de behandeling van haar strafzaken, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_cf8f4073-3782-4b98-98ef-13d1915f18ff" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 225, 279, 285, 310, 311 en 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Bydgoszcz III penal division</emphasis> (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.E.M. James - Pater,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. R.A. Sipkens en E. de Rooij,                         				   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van S. van Gerven,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b403fa8a-6377-45d1-a158-a762738f5ee5" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_37394cb4-0907-4d86-af15-8fee6158d036" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ccc0618-da70-44c8-b7a6-2ab00da296a3" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:6165.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f41db1f3-4c53-488e-9d27-8d775d266b34" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d94f1cd4-6cc4-4d45-8aee-268e17660c91" label="5">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf8f4073-3782-4b98-98ef-13d1915f18ff" label="6">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (<emphasis role="italic">Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat))</emphasis>.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>