<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:6350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T11:41:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/092987-21 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6350">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T11:41:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6350 Rechtbank Amsterdam , 18-04-2024 / 13/092987-21 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6350:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van € 45.297,46</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:6350:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="55e08d48-9891-4494-86db-e873b2bb10d6" depth="18" width="553" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/092987-21 (ontneming) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 18 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/092987-21 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1987,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres</para>
      <para>
        [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 4 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie van 21 februari 2024 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van </para>
      <para>€ 46.297,46.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar deze vordering verwijst, verstaat de rechtbank de vordering aldus dat deze betreft de feiten waarvoor [veroordeelde] in de onderliggende strafzaak is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [veroordeelde] is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2024 ter zake van de volgende strafbare feiten veroordeeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van oplichting.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">witwassen, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden vastgesteld op € 46.297,46.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat [veroordeelde] € 1.000,- heeft betaald om de hypotheek te verkrijgen. Dit geldbedrag moet in mindering worden gebracht op de vordering van de officier van justitie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat [veroordeelde] door middel van de verkoop van de woning aan de [adres 2] voordeel heeft verkregen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank gaat bij de berekening van het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel onder meer uit van de berekening uit het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex art 36e 2e lid Sr’ van 22 september 2022, opgemaakt door [opsporingsambtenaar] . Daarin staat – onder andere - het volgende opgenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Opbrengst</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 25 januari 2021 is de woning aan de [adres 2] verkocht voor de koopsom van € 316.250,-.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De woning is op 21 september 2018 gekocht met een hypothecaire lening van € 265.300,-. Eind 2020 bedroeg deze lening, vanwege aflossen van de lening, volgens iCOV nog € 251.243,-. De reeds afgeloste lening is al afgetrokken van de oorspronkelijke lening en berekend in de huidige openstaande lening. Deze wordt daarom niet afzonderlijk afgetrokken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Koopsom verkoop woning 		€ 316.250,-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Aflossing openstaande lening	           € 251.243,- -</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opbrengst verkoop 			€  65.007,-</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De overige kosten, bestaande uit afgeloste hypothecaire lening, eventuele notariële kosten en verrekening lasten zijn te berekenen door de berekende opbrengst verkoop met het daadwerkelijk uitbetaalde bedrag te verrekenen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opbrengst verkoop			€  65.007,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Uitbetaling notaris			€  60.354,46 -</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overige kosten 			€   4.652,54</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totaal kosten:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aflossing openstaande lening	            € 251.243,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Overige kosten			€   4.652,54 +</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totaal kosten:	€ 255.895,54</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_b1583241-9c14-4150-a975-e9e1faeb309b" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opbrengst				€ 316.250,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Kosten					€ 255.895,54 –</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wederrechtelijk verkregen voordeel	€  60.354,46”</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter zitting verklaard dat de vordering uiteindelijk is vastgesteld op € 46.297,46 omdat de aflossing van de hypotheek nog is verrekend. Dat zou dan neerkomen op verrekening van een bedrag van € 14.057,- (namelijk € 60.354,46 – € 46.297,46) . Daarnaast vindt de rechtbank het aannemelijk geworden dat [veroordeelde] € 1.000,- heeft betaald om de hypotheek te verkrijgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal deze bedragen in mindering brengen op het in het rapport vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt, gelet op het bovenstaande, het bedrag waarop het wederrechtelijk</para>
        <para>verkregen voordeel wordt geschat vast op € 45.297,46.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Verplichting tot betaling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gehele bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel als betalingsverplichting aan [veroordeelde] moet worden opgelegd. Er is weliswaar sprake van een overschrijding van de redelijke termijn, maar dit heeft geen invloed op het te ontnemen bedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich niet expliciet uitgelaten over de betalingsverplichting.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold"> Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een veroordeelde heeft recht op berechting van zijn ontnemingszaak binnen een redelijke termijn. Als uitgangspunt geldt dat op een ontnemingsvordering binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn in eerste aanleg moet zijn beslist, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn in deze zaak is aangevangen op 22 september 2022. Dat is de datum waarop [veroordeelde] is verhoord naar aanleiding van de uitkomsten van het financieel onderzoek. Vanaf die datum kon [veroordeelde] in redelijkheid verwachten dat tegen hem een ontnemingsvordering zou worden ingesteld. De redelijke termijn is op het moment van deze uitspraak nog niet overschreden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op € 45.297,46.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gijzeling</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht dient de rechtbank de duur van de gijzeling te bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste gevorderd mag worden. De rechtbank zal die maximale duur bepalen op basis van één dag per te ontnemen € 50,-.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 45.297,46 (vijfenveertigduizend tweehonderdzevenennegentig euro en zesenveertig eurocent).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op aan <emphasis role="bold">[veroordeelde]</emphasis> de verplichting tot betaling van € 45.297,46 (veertigduizend tweehonderdzevenennegentig euro en zesenveertig eurocent) aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 905 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. K.M.A. van der Heijden, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. P.K. Oosterling - Van der Maarel en E.M. de Bie, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S. van Gerven, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b1583241-9c14-4150-a975-e9e1faeb309b" label="1">
    <para> Een rapport, te weten een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex art 36e 2e lid Sr van 22 september 2022, opgemaakt opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar] , p. 5 en 6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>