<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:592</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-21T12:16:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.304.670-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:592">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:592</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-21T12:16:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:592 Rechtbank Amsterdam , 07-02-2024 / 13.304.670-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:592:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belgisch EAB t.b.v. vervolging. Verweer m.b.t. genoegzaamheid van de feitsomschrijving is verworpen. Overlevering is toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:592:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.304.670-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 7 februari 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 1 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_4653f6d2-fe9a-4fbc-b681-d1a4714b6ac6" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 4 oktober 2023 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde in België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres opgeëiste persoon] ,</para>
      <para>	thans gedetineerd in Justitieel Complex [detentieplaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 januari 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Pothast, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_44b8f47e-7911-4445-b378-e0fd5a45fb3a" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel bij verstek dat op 4 oktober 2023 is uitgevaardigd door, naar de rechtbank begrijpt, een rechterlijke autoriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_9f7ff517-fff8-4819-ac28-11431c2837e3" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Genoegzaamheid  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de raadsman is aangevoerd dat de omschrijving van de feiten in het EAB dusdanig ruim is dat het specialiteitsbeginsel niet kan worden gewaarborgd. Dat heeft in het bijzonder te maken met de mededeling dat de opgeëiste persoon in België van “minstens 53 feiten” wordt verdacht. Om die reden verzoekt de raadsman de rechtbank om, als de opgeëiste persoon wordt overgeleverd, in haar uitspraak op te nemen dat hij voor 53 feiten wordt overgeleverd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft hiertegen aangevoerd dat de omschrijving van de feiten genoegzaam is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de omschrijving van de feiten blijkt dat de opgeëiste persoon er van wordt verdacht dat hij tussen 1 november 2022 en het moment waarop het EAB is uitgevaardigd, 4 oktober 2023, als dader dan wel mededader ten minste 53 strafbare feiten heeft gepleegd in België. Door middel van ‘phishing’ kregen de opgeëiste persoon en/of zijn medeverdachte(n) de beschikking over de bankgegevens van slachtoffers waarna de bankrekeningen van de slachtoffers door de verdachte(n) werden gebruikt voor overschrijvingen, cash opnames, aankoop van virtuele valuta of aankopen in webshops. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Mede in aanmerking genomen dat sprake is van een overlevering in het kader van een nog lopend strafrechtelijk onderzoek, is de rechtbank van oordeel dat het specialiteitsbeginsel is gewaarborgd gelet op de feitsomschrijving in het EAB, in het bijzonder de duidelijk omschreven periode.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1, 9 en 11, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	1.   Deelneming aan een criminele organisatie   </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	9.   Witwassen van opbrengsten van misdrijven</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	11. Informatica-criminaliteit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat hij daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De overlevering van de opgeëiste persoon kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat hij in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur des Konings van het Parket van de procureur des Konings Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde heeft op 10 januari 2024 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu [opgeëiste persoon] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om zijn straf of maatregel aldaar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.<footnote-ref linkend="_956e623c-1e7d-4c3d-8929-ac1059a8ceea" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de vervolging is in België aangevangen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de Belgische autoriteiten hebben een EAB uitgevaardigd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de slachtoffers bevinden zich in België;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bewijsmiddelen zijn in België;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Nederlandse openbaar ministerie is niet voornemens deze zaak in Nederland te vervolgen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon heeft verzocht de overlevering op grond van dit artikel te weigeren omdat de strafbare feiten waarvan de opgeëiste persoon in België wordt verdacht ten minste gedeeltelijk in Nederland zijn gepleegd. De opgeëiste persoon zou volgens de Belgische justitiële autoriteiten een rekening bij een bank in Letland hebben geopend en bij Bitstamp. Hij is echter niet in België geweest. Verder heeft de Belgische strafzaak binding met Nederland omdat meer verdachten uit Nederland afkomstig zijn. Bovendien is in Amsterdam een pakket bezorgd. Weliswaar zijn de slachtoffers afkomstig uit België, maar er zijn meer aanwijzingen dat er vanuit Nederland is geopereerd. Daarom moet de overlevering op grond van artikel 13 OLW worden geweigerd en dient de strafvervolging in Nederland plaats te vinden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;</para>
    <para />
    <para>- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de door de officier van justitie genoemde argumenten vormt het gegeven dat de feiten geacht worden geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, is onvoldoende voor de rechtbank om tot een ander oordeel te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden  <?linebreak?></title>
    <para>Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat er, gelet op de detentieomstandigheden in België, ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldoet.<footnote-ref linkend="_ae7b07c8-a5f5-463c-ae8e-33c5362290bc" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 januari 2024 is daarom namens het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken, de navolgende garantie ten behoeve van de opgeëiste persoon verstrekt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?</title>
    <bridgehead role="italic">
      [opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Dendermonde indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold italic">2.  Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling? </bridgehead>
    <bridgehead role="italic">België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze  die  in  overeenstemming  is  met  de  fundamentele  rechten  en  in  het  bijzonder  relevante  internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In  deze  zaak  garandeert  België  de  volgende  waarborgen  inzake  de  detentieomstandigheden  waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m 2  individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2  inclusief vast meubilair.</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic"> 	o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest	   van de cel door een muur of scherm</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">    	o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot   </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Sanitaire en hygiëne omstandigheden</title>
    <bridgehead role="italic">Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren  van  de  kwaliteit  de  gezondheidszorg  binnen  de  gevangenismuren.  De  medische  zorg  binnen  de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_e28033d2-53dd-4ccf-a523-047c3bb21a5f" /> De rechtbank is daarom van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze individuele garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon nu hij zal worden geplaatst in een instelling op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde in België voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.J.R.M. Vermolen,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. R.A. Sipkens en H.P. Kijlstra,       			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4653f6d2-fe9a-4fbc-b681-d1a4714b6ac6" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44b8f47e-7911-4445-b378-e0fd5a45fb3a" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f7ff517-fff8-4819-ac28-11431c2837e3" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_956e623c-1e7d-4c3d-8929-ac1059a8ceea" label="4">
    <para> Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae7b07c8-a5f5-463c-ae8e-33c5362290bc" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2022:7536. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e28033d2-53dd-4ccf-a523-047c3bb21a5f" label="6">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, <emphasis role="italic">ML</emphasis>, ECLI:EU:C:2018:589. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>