<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-07T11:30:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/228611-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5901">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-01T12:53:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5901 Rechtbank Amsterdam , 25-09-2024 / 13/228611-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5901:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Duitsland, overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5901:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/228611-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 25 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 17 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_313b8db1-fdf2-4378-b440-e39892724717" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 10 juni 2024 door het <emphasis role="italic">Amtsgericht Tiergarten</emphasis>, Berlijn, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1984, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 september 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mrs. C.N.G.M. Starmans en F.R. Miedema, advocaten in Utrecht, en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_6a616655-76d4-4d5f-a883-880d8ed6eeb8" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met onmiddellijke schorsing tot de uitspraak van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van het <emphasis role="italic">Amtsgericht Tiergarten</emphasis> van 1 december 2022 (referentie: 258 Ls 15/22).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit aanvullende informatie van de Duitse autoriteiten van 6 augustus 2024 en 23 augustus 2024 blijkt:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>dat tegen het hiervoor vermelde vonnis hoger beroep is ingesteld, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat bij arrest van 7 juni 2023 door <emphasis role="italic">the Berlin Regional Court</emphasis> op het beroep is beslist, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat hoger beroep is ingesteld tegen dat arrest bij het <emphasis role="italic">Berlin Court of Appeal</emphasis> en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat het hoger beroep ongegrond is verklaard.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit aanvullende informatie van de Duitse autoriteiten van 27 augustus 2024 blijkt dat bij het vonnis in eerste aanleg een vrijheidsstraf van één jaar en tien maanden is opgelegd en dat die straf op basis van het arrest in beroep van <emphasis role="italic">the Berlin Regional Court</emphasis> is teruggebracht tot een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden. Gelet op deze aanvullende informatie begrijpt de rechtbank dat de overlevering – anders dan in het EAB is vermeld - wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hiervoor genoemde beslissingen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_3050d4c1-5db8-4e22-9846-07889ecc4679" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke uitspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadslieden hebben kort samengevat het volgende aangevoerd. De opgeëiste persoon heeft al ongeveer veertien maanden in detentie doorgebracht in de strafzaak die aan het EAB ten grondslag ligt. Hij is door de Duitse autoriteiten na die veertien maanden detentie uitgezet (<emphasis role="italic">Abschiebung</emphasis>) naar Roemenië en hem is een inreisverbod voor Duitsland opgelegd.<footnote-ref linkend="_d79c2a3d-2588-4321-85f3-daa1e5b56758" /> De uitzetting valt samen met de ongegrondverklaring van het hoger beroep in november 2023. Gelet op het voorgaande mocht de opgeëiste persoon erop vertrouwen dat er geen strafrestant meer was dat hij nog moest ondergaan. De overlevering moet dan ook worden geweigerd op grond van artikel 9 van de OLW. Mocht de rechtbank niet tot weigering overgaan, dan moet in ieder geval navraag worden gedaan bij de Duitse autoriteiten over de hiervoor vermelde gang van zaken. De rechtbank begrijpt het verweer van de raadslieden zo dat geen sprake meer is van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder c, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft in reactie op wat de raadsman heeft aangevoerd, opgemerkt dat het strafrestant een executiekwestie is, die in Duitsland aan de orde moet worden gesteld. Het opgeworpen punt kan geen rol spelen bij de beoordeling van het EAB door deze rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen de raadslieden heeft aangevoerd, is voor de rechtbank onvoldoende om te twijfelen aan de door de Duitse autoriteiten verstrekte informatie, in die zin dat geen sprake meer zou zijn van een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. Zelfs wanneer de raadslieden zouden worden gevolgd in hun stelling dat de opgeëiste persoon al veertien maanden in detentie heeft verbleven in Duitsland, blijft namelijk nog een strafrestant van vier maanden over. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwerpt het verweer en wijst het verzoek om aanhouding op dit punt af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wanneer het proces in opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_345c8573-ff97-4654-a303-395d12d4b438" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze zaak heeft het proces in drie instanties plaatsgevonden. Ten aanzien van de laatste instantie is op 23 augustus 2024 door de Duitse autoriteiten de volgende informatie verstrekt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In these latter proceedings, only a legal review of the pre-divorce decision takes place. A hearing in which the facts are reviewed, if necessary, does not take place. A new hearing of the persecuted person in these proceedings is therefore not necessary, which is why his presence is not planned.”</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op deze informatie, bezien in het licht van het hiervoor genoemde toetsingskader, valt de procedure in de laatste instantie niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de procedure in tweede instantie, die heeft geleid tot het arrest van het <emphasis role="italic">Berlin Regional Court</emphasis> van 7 juni 2023, in dit geval relevant is voor toetsing aan artikel 12 OLW. Over deze procedure hebben de Duitse autoriteiten op 23 augustus 2024 de informatie verstrekt dat de opgeëiste persoon is verschenen op de zitting die tot het arrest heeft geleid. Dat betekent dat weigering van de overlevering op grond van artikel 12 OLW niet aan de orde is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer voldaan is aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan het <emphasis role="italic">Amtsgericht Tiergarten</emphasis>, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. R. Godthelp,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. B.M. Vroom-Cramer en A.L. op ‘t Hoog,			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten en L.P. van Kessel,                      		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_313b8db1-fdf2-4378-b440-e39892724717" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6a616655-76d4-4d5f-a883-880d8ed6eeb8" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3050d4c1-5db8-4e22-9846-07889ecc4679" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d79c2a3d-2588-4321-85f3-daa1e5b56758" label="4">
    <para> De raadsman heeft stukken in de Duitse taal overgelegd ter onderbouwing.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_345c8573-ff97-4654-a303-395d12d4b438" label="5">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>