<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-13T15:04:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11208791 CV EXPL 24-8645</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5726">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-12T23:33:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5726 Rechtbank Amsterdam , 13-09-2024 / 11208791 CV EXPL 24-8645</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5726:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Kantonrechters Amsterdam houden huurzaken waarin een indexerings- en opslagbeding speelt aan naar aanleiding van de conclusie van de PG, in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5726:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ccee3c04-cb59-47eb-8ce2-a9dc99d370d9" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ab665cbf-3532-42be-b6f3-09be5b19e20c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Afdeling privaatrecht</para>
    <para>zaaknummer: 11208791 CV EXPL 24-8645</para>
    <para>vonnis van:  13 september 2024</para>
    <para>fno.:  364</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MONTECORONA PROPERTIES B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Luchthaven Schiphol</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>nader te noemen: Montecorona Properties</para>
      <para>gemachtigde: mr. O.J. Boeder, gerechtsdeurwaarder </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      <?linebreak?>1. [gedaagde 1]</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2]</emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagden</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Montecorona Properties heeft gedaagden gedagvaard. Die zijn niet verschenen en tegen hen is verstek verleend. Daarna is vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Gronden van de beslissing<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">De vordering</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Montecorona Properties vordert veroordeling van gedaagden tot betaling van een bedrag van € 1.772,68 aan huurachterstand, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten, en de proceskosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De overeenkomst die in deze procedure centraal staat, is gesloten met twee consumenten. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter moet in iedere procedure ten aanzien van ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de overeenkomst en in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Bij die beoordeling is van belang of bedingen waaraan een consument gebonden is, zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. Of Montecorona Properties de consument ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is in dit verband niet relevant. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Nu Montecorona Properties de aanvangshuurprijs gedurende de loop van de huurovereenkomst heeft verhoogd en zij deze verhoogde huurprijs vordert, dient allereerst artikel 5.2 van de huurovereenkomst te worden getoetst. Deze bepaling luidt als volgt:  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs voor woonruimte betreft, is het onder 5.1 gestelde niet van toepassing. In dat geval wordt de huurprijs voor het eerst per 1 oktober 2023 en vervolgens jaarlijks aangepast overeenkomstig het gestelde in artikel 16 van de Algemene Bepalingen. Bovenop en gelijktijdig met de jaarlijkse aanpassing overeenkomstig artikel 16 van de Algemene Bepalingen, heeft de verhuurder het recht om de huurprijs te verhogen met maximaal 5%. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In artikel 16 van de Algemene Bepalingen staat, kort gezegd, dat de jaarlijkse huurprijswijziging plaatsvindt op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (inflatiecorrectie). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter Amsterdam heeft in de zaak met nummer ECLI:NL:RBAMS:2024:131 bij tussenvonnis een vergelijkbaar huurprijswijzigingsbeding oneerlijk verklaard. In de zaak met nummer ECLI:NL:RBAMS:2024:129 heeft de kantonrechter Amsterdam bij tussenvonnis het voornemen geuit om een vergelijkbaar huurprijswijzigingsbeding oneerlijk te verklaren. In deze tussenvonnissen heeft de kantonrechter hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld. Plaatsvervangend procureur-generaal mr. M.H. Wissink heeft vervolgens in beide zaken op 19 juli 2024 een  gelijkluidende conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2024:771/770). Deze conclusie geeft geen aanleiding om ten aanzien van het onderhavige huurprijswijzigingsbeding nu al een oordeel te geven over de geldigheid en eerlijkheid daarvan. De conclusie geeft wel aanleiding om de onderhavige zaak – en overigens alle zaken waarin een huurprijswijzigingsbeding bestaande uit indexatie en een opslag een rol speelt – aan te houden tot de Hoge Raad de prejudiciële vragen heeft beantwoord. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rol van 13 december 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>I.	verwijst de zaak naar de rol van 13 december 2024 in afwachting van beantwoording van de prejudiciële vragen zoals hiervoor onder 2.6 beschreven.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>