<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-03T15:52:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/122608-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5397">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-03T15:32:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5397 Rechtbank Amsterdam , 15-08-2024 / 13/122608-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5397:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing aanvullende toestemming. Weigering op grond van artikel 12 OLW en omdat het hoorrecht niet is geëerbiedigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5397:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/122608-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum beslissing: 15 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 10 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door <emphasis role="italic">the Pécs Regional Court </emphasis>(Hongarije) op 26 februari 2024 en betreft: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [overgeleverde persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] (Hongarije),</para>
      <para>gedetineerd in Hongarije,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de overgeleverde persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek bevat gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn niet toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een toewijzende beslissing te kunnen nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de aanvullende toestemming om de hiernavolgende twee redenen weigeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para>In onderdeel b) van het verzoek wordt een <emphasis role="italic">Judgment No. 2.B.72/2017/84 of the Komló District Court</emphasis> genoemd, onherroepelijk geworden op 18 februari 2020 met het <emphasis role="italic">Judgment No. 3.Bf.215/2019/11 of the Pécs Regional Court</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit onderdeel d) van het verzoek, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten van 22 juli 2024, blijkt het volgende. De overgeleverde persoon is niet in persoon verschenen bij de processen die tot de bovengenoemde twee beslissingen hebben geleid. Niet duidelijk is welke instantie de zaak ten gronde definitief heeft afgedaan. Om die reden moeten zowel de procedure in eerste aanleg als die in hoger beroep onderworpen worden aan de toets van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_a2e5a5f3-9899-4593-ad82-8b59d5fb30d4" /> Voorts is niet duidelijk of de overgeleverde persoon op de hoogte was van het plaatsvinden van de processen en of hij de advocaat die namens hem aanwezig was in de beide procedures uitdrukkelijk heeft gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren. Voor wat de in het verzoek aangekruiste verzetgarantie betreft is daarnaast onduidelijk of deze garantie onvoorwaardelijk is (in de aanvullende informatie wordt gesproken van <emphasis role="italic">´the potential submission of an application for a retrial procedure’</emphasis>) en wat de termijn is waarbinnen de overgeleverde persoon dit verzet dient aan te tekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Concluderend is sprake van een verzoek tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, terwijl de overgeleverde persoon niet is verschenen bij de processen die tot de oplegging van die vrijheidsstraf hebben geleid en die - kort gezegd - hebben plaatsgevonden zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een voldoende garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. Gelet hierop kan het verzoek op grond van artikel 12 OLW geweigerd worden. De rechtbank ziet op grond van de verstrekte informatie geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid het verzoek te weigeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoorrecht</emphasis>
      </para>
      <para>Het is vereist dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid moet hebben gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken (het zogenoemde hoorrecht), zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.<footnote-ref linkend="_5d5b2848-e33c-4911-9739-20b9a38f5cdc" /> Uit de stukken volgt dat de overgeleverde persoon tijdens een hoorzitting op 7 december 2023 te kennen heeft gegeven geen afstand te doen van het specialiteitsbeginsel. Dit maakt echter niet dat de overgeleverde persoon ook uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld is om eventuele opmerkingen en bezwaren als hiervoor bedoeld kenbaar te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoorrecht is dan ook niet geëerbiedigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW de toestemming aan <emphasis role="italic">the Pécs Regional Court </emphasis>(Hongarije) voor de tenuitvoerlegging van de in het verzoek genoemde aan <emphasis role="bold">[overgeleverde persoon] </emphasis>opgelegde vrijheidsstraf voor de tevens in het verzoek genoemde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen op 15 augustus 2024 door</para>
      <para>mr. A.J.R.M. Vermolen,  				                         		    voorzitter,</para>
      <para>mrs. Ch.A. van Dijk en D.A. Segbedzi,		     		                  	       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie,		                         	          	         griffier.          </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a2e5a5f3-9899-4593-ad82-8b59d5fb30d4" label="1">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d5b2848-e33c-4911-9739-20b9a38f5cdc" label="2">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>