<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5344</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-04T16:00:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10923122</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5344">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5344</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-29T13:54:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5344 Rechtbank Amsterdam , 30-08-2024 / 10923122</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5344:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tijdstip waarop lening terugbetaald moet worden. Artikel 7:129e BW. Vraag of mondeling een ander tijdstip voor terugbetaling is overeengekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5344:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10923122 \ CV EXPL 24-1429</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 augustus 2024 (bij vervroeging)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.F. Wienen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 12 januari 2024, met producties,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord van 26 april 2024, met productie,</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 juni 2024,</para>
      <para>- de rolmededeling van de kantonrechter van 5 juli 2024;</para>
      <para>- de rolmededeling van de kantonrechter van 19 juli 2024 waarbij is bepaald dat – gelijktijdig met de zaak die tussen partijen onder zaaknummer 11134542 CV EXPL 24-6090 aanhangig is – een nieuwe mondelinge behandeling wordt gehouden,</para>
      <para>- het proces verbaal van de mondelinge behandeling in beide zaken van 22 augustus 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] en [gedaagde] waren vrienden van elkaar. [eiser] heeft in 2022 en 2023 in totaal € 20.500 aan [gedaagde] geleend. [eiser] heeft daartoe eerst op 31 maart 2022 € 17.500 aan [gedaagde] overgemaakt. Daarna heeft [eiser] op 11 januari 2023 de overige € 3.000 overgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op 8 maart 2023 € 1.000 aan [eiser] betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] op 15 maart, 22 juni en 23 juni 2023 tevergeefs gevraagd het geleende bedrag van € 20.500 aan hem terug te betalen. [eiser] heeft [gedaagde] op 10 oktober 2023 een aanmaning gestuurd waarin staat dat incassokosten en wettelijke rente in rekening worden gebracht als [gedaagde] de lening niet binnen veertien dagen terugbetaalt. [gedaagde] heeft geweigerd tot terugbetaling over te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen € 20.500 aan [eiser] te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2023, buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van deze procedure. </para>
        <para>
          [eiser] legt daaraan het volgende ten grondslag. [eiser] heeft [gedaagde] vanaf 15 maart 2023 herhaaldelijk verzocht het geleende bedrag terug te betalen. Uit artikel 7:129e BW volgt dat [gedaagde] verplicht is het geleende bedrag binnen zes weken na opeising terug te betalen, tenzij een ander tijdstip voor terugbetaling is overeengekomen. Partijen zijn geen ander tijdstip voor terugbetaling overeengekomen, aangezien [gedaagde] heeft gezegd dat hij het geleende bedrag binnen enkele maanden zou terugbetalen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] is de lening nog niet opeisbaar. [eiser] en [gedaagde] hebben namelijk afgesproken dat de lening pas terugbetaald hoeft te worden na de beursgang van een Zwitserse start-up waar [gedaagde] certificaten van aandelen van houdt. [eiser] zou dan een bonus van 30% krijgen. Bovendien heeft [gedaagde] op 8 maart 2023 al € 1.000 van de lening afgelost, waardoor er nog maar € 19.500 terugbetaald hoeft te worden.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter beoordeling staat of [eiser] op dit moment aanspraak kan maken op terugbetaling van de lening. Vooropgesteld wordt dat [eiser] en [gedaagde] hun afspraken niet op papier hebben gezet en van mening verschillen over wanneer de lening moet worden terugbetaald. Daarbij strekt tot uitgangspunt dat uit artikel 7:129e BW volgt dat de lener ( [gedaagde] ) verplicht is het geleende bedrag binnen zes weken terug te betalen nadat de uitlener ( [eiser] ) heeft medegedeeld tot opeising over te gaan, tenzij een ander tijdstip voor terugbetaling is overeengekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft zijn standpunt dat de lening pas na de beursgang van de Zwitserse start-up terugbetaald hoeft te worden onvoldoende onderbouwd. Het uitstaande bedrag van de lening moet daarom aan [eiser] worden terugbetaald. Hiervoor is het volgende van belang.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op de mondelinge behandeling van 22 augustus 2024 gemotiveerd betwist dat hij met [gedaagde] heeft afgesproken dat de lening pas na de beursgang van de Zwitserse start-up terugbetaald hoeft te worden. Volgens [eiser] heeft hij met [gedaagde] afgesproken dat de lening binnen enkele maanden terugbetaald zou worden. Volgens [eiser] zijn er geen andere voorwaarden dan ‘snelle terugbetaling’ en ‘terugbetaling binnen twee tot drie maanden’ overeengekomen. Een voorwaarde zoals [gedaagde] stelt zou hij ook nooit hebben geaccepteerd, omdat die neerkomt op een wissel op de eeuwigheid, aldus [eiser] . [gedaagde] heeft vervolgens zijn stelling dat hij pas na de beursgang terug hoeft te betalen niet meer nader toegelicht of onderbouwd. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om duidelijk te maken waar deze afspraak uit blijkt. Er wordt daarom niet toegekomen aan bewijslevering door [gedaagde] . Bovendien heeft [gedaagde] zijn bewijsaanbod na de gemotiveerde betwisting van [eiser] niet herhaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] erkend dat [gedaagde] € 1.000 van de lening heeft afgelost. Dit betekent dat [gedaagde] nog € 19.500 aan [eiser] moet terugbetalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2023 omdat [gedaagde] vanaf deze datum in verzuim is. Aangezien dit niet door [gedaagde] is betwist wordt de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2023 toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De vordering van [eiser] tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat [eiser] geen omschrijving heeft gegeven van de voor zijn rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. [eiser] heeft namelijk alleen aanmaningen overgelegd die door hem zelf zijn opgesteld en verstuurd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] in deze procedure betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>137,82</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>706,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- reis-, verblijf- en verletkosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>50,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.028,82</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 19.500, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 25 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.028,82, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door N. Versteeg  en in het openbaar uitgesproken op <emphasis role="bold">30 augustus 2024 (bij vervroeging)</emphasis>.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>