<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5231</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-05T15:19:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/182944-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5231">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5231</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-05T15:18:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5231 Rechtbank Amsterdam , 22-08-2024 / 13/182944-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5231:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belgisch executie-EAB. De rechtbank staat de overlevering toe. Artikel 12 OLW: de door België verstrekte verzetgarantie voldoet. Hetzelfde geldt voor de verstrekte terugkeergarantie (vereist o.g.v. art. 6 OLW, nu de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft). Artikel 11 OLW: naar het oordeel van de rechtbank neemt de verstrekte individuele garantie het algemene reëele gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest in het Belgische gevangeniswezen voor de opgeëiste persoon weg. De incidenten in Belgische gevangenissen waar de raadsvrouw naar heeft verwezen bevestigen het aangenomen algemene gevaar, maar maken niet dat de door België gegeven garantie niet uitvoerbaar is. Het verweer dat ziet op de evenredigheid slaagt niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5231:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/182944-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 augustus 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 11 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_fd7a85b1-ac98-4f27-8717-ecc1af486677" /> Deze vordering betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 mei 2024 door het Parket van de Procureur des Konings Limburg (België) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>nu gedetineerd in de [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.J.R. Roethof, advocaat in Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verlengt bij deze uitspraak de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen.<footnote-ref linkend="_72b2bc41-09d8-42d8-ae59-76957553d076" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
      <para>3. <emphasis role="bold">Grondslag en inhoud van het EAB</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Limburg (afdeling Hasselt) van 24 mei 2024 met referentie 2024/685.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven jaar. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_ed01960c-6b2a-44e0-8f6a-b2cd4a434c44" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in onderdeel d) van het EAB het volgende aangegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">de beslissing is niet persoonlijk aan de betrokkene betekend, maar</emphasis></para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">de beslissing zal hem na de overlevering onverwijld persoonlijk worden</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">betekend; en</bridgehead>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">de betrokkene zal na de betekening van de beslissing uitdrukkelijk worden</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">de betrokkene zal geïnformeerd worden over de termijn waarover hij beschikt om</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">verzet of hoger beroep aan te tekenen, namelijk 30 dagen (na betekening van het vonnis) voor beroep en 15 dagen (na betekening van het vonnis aan persoon) voor verzet dagen.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande betekent dat het vonnis waarvoor de overlevering wordt verzocht niet onherroepelijk is. In dit geval wordt, voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, OLW, de overlevering geacht te strekken tot vervolging van de opgeëiste persoon voor de in het EAB vermelde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1, 11 en 20, te weten (respectievelijk):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">deelneming aan een criminele organisatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">informaticacriminaliteit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">oplichting	 </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 29 juli 2024 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Overeenkomstig artikel 5 paragraaf 3 van het Kaderbesluit van 13 juni 2022 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u overgeleverde Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu de Nederlandse onderdaan [opgeëiste persoon] , ˚ [geboortedag] .2003.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel daar te ondergaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ).”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden België</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de afgegeven detentiegarantie lastig te rijmen is met de feitelijke situatie in de Belgische gevangenissen. De raadsvrouw heeft naar een aantal recente nieuwsberichten verwezen, waarin onder andere aandacht wordt gevraagd voor de overbevolking in de Belgische gevangenis in Hasselt.<footnote-ref linkend="_0729840f-7e05-4de1-be56-1b1a1330573f" /> De raadsvrouw komt tot de conclusie dat het reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon niet is weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de door België afgegeven detentiegarantie voldoet en dat artikel 11 OLW derhalve niet aan overlevering in de weg staat. De zorgen in het Belgische detentiewezen zijn actueel, maar maken de detentiegarantie niet onuitvoerbaar. De officier van justitie heeft erop gewezen dat de opgeëiste persoon en/of zijn raadsvrouw bij niet-naleving van de garantie contact op kunnen nemen met het Nederlandse openbaar ministerie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank in een andere zaak geoordeeld dat ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden in België, en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldoet.<footnote-ref linkend="_efde21b4-213a-46ad-9cf7-53c7e2bf30d7" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 16 juli 2024 van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken is de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Ter beantwoording van het verzoek om een individuele detentiegarantie uitgaande van het Openbaar Ministerie Amsterdam (dd. 16/07/2024) betreffende de detentieomstandigheden waaraan [opgeëiste persoon] (° [geboortedag] 2003) zal worden onderworpen na overlevering ingevolge het Europees aanhoudingsbevel (dd. 30/05/2024) met oog op de uitvoering van het vonnis van de rechtbank van eerst aanleg Limburg, afdeling Hasselt (dd. 24/05/2024.; ref. 2024/685), verstrek ik u de volgende informatie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?</title>
    <bridgehead role="italic">
      [opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Hasselt.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Er worden verschillend dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Sanitaire en hygiëne omstandigheden</title>
    <bridgehead role="italic">Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_d994ebbf-0e32-453f-b0e6-139e8001c111" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op deze individuele garantie van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze individuele garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, nu hij zal worden geplaatst in een instelling op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder met relevante internationale standaarden (waaronder de CPT-standaarden). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd maakt het bovenstaande niet anders, nu zij geen voor de rechtbank nieuwe informatie heeft aangeleverd. De rechtbank is reeds ambtshalve bekend met de incidenten waarnaar zij verwijst. Naar het oordeel van de rechtbank bevestigen de incidenten het aangenomen algemene gevaar, maar maken zij niet dat de door België gegeven garantie niet uitvoerbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Evenredigheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering van de opgeëiste persoon niet evenredig is gelet op zijn persoonlijke omstandigheden. Hij is jong, woont met zijn jongere broertje en zusje bij zijn ouders, volgt een opleiding en loopt stage. Overlevering zou gevolgen hebben voor zijn studie. Onduidelijk is waarom België in de eerste fase van het proces niet heeft gekozen voor overlevering en waarom thans niet gekozen is voor een minder ingrijpend alternatief.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft erop gewezen dat de keuze voor het uitvaardigen van een EAB aan België is en dat ervan uitgegaan moet worden dat de uitvaardiging evenredig is. De persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon zijn niet zodanig dat anders geoordeeld moet worden.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>In lijn met eerdere uitspraken van deze rechtbank moet voor de vraag of sprake is van (on)evenredigheid van de overlevering een onderscheid worden gemaakt tussen de zogenoemde stelselevenredigheid van de OLW en de evenredigheid in een concreet geval.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het stelsel van de OLW is, op de voet van het daaraan ten grondslag liggende Kaderbesluit 2002/582/JBZ (het Kaderbesluit), gebaseerd op het uitgangspunt dat het gebruik van de bevoegdheid tot overlevering, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, niet verder gaat dan nodig is om de doelstelling van het Kaderbesluit te verwezenlijken. Daarbij is het in beginsel aan de uitvaardigende autoriteit om de evenredigheid van het uitvaardigen van een EAB te toetsen. Het is niet aan de rechtbank om te bepalen of er een minder vergaand middel dan een EAB voorhanden is. De rechtbank ziet ook geen grond de dialoog hierover met de uitvaardigende justitiële autoriteit op te zoeken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een beroep op de onevenredigheid van een EAB kan in een concreet geval slechts onder uitzonderlijke omstandigheden slagen.<footnote-ref linkend="_a4acabd3-da4e-46da-aebd-7f12cae1177d" /> Van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden is in het geval van de opgeëiste persoon geen sprake. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Schorsingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft verzocht de overleveringsdetentie te schorsen. De rechtbank ziet hiertoe, gelet op al het bovenstaande en gelet op de eerdere beslissingen op eerdere schorsingsverzoeken, geen reden. Het reeds aangenomen vluchtgevaar neemt naarmate de uitspraak en de feitelijke overlevering dichterbij komt alleen maar toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en er garanties zijn gegeven als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW en artikel 6, eerste lid, OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen en 2, 5, 6 en 7 Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT</emphasis> de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen op grond van artikel 22, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het Parket van de Procureur des Konings Limburg (België) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door:</para>
      <para>mr. J.P.W. Helmonds,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.R.P.J. Davids en A.K. Glerum,          				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_fd7a85b1-ac98-4f27-8717-ecc1af486677" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_72b2bc41-09d8-42d8-ae59-76957553d076" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed01960c-6b2a-44e0-8f6a-b2cd4a434c44" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0729840f-7e05-4de1-be56-1b1a1330573f" label="4">
    <para> De raadsvrouw heeft verwezen naar:</para>
    <para>- https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/02/26/directeur-dauwe-van-gevangenis-in-hasselt-met-3-in-een-cel-voo/</para>
    <para>- https://www.hln.be/regio/vol-vol-gevangenissen-weigeren-nieuwe-gedetineerden-cipiers-zijn-overbevolking-beu-de-deuren-blijven-gesloten~a1e7f9dc/</para>
    <para>- https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20240410_95471667</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efde21b4-213a-46ad-9cf7-53c7e2bf30d7" label="5">
    <para> Zie ECLI:NL:RBAMS:2022:7536.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d994ebbf-0e32-453f-b0e6-139e8001c111" label="6">
    <para> HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589, punt 114.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a4acabd3-da4e-46da-aebd-7f12cae1177d" label="7">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van deze rechtbank van 1 maart 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ3203.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>