<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-04T12:05:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/185083-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-02T14:48:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5229 Rechtbank Amsterdam , 22-08-2024 / 13/185083-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bulgaars executie-EAB. De rechtbank staat de overlevering toe. Effectieve rechterlijke bescherming: de rechtbank herhaalt haar oordeel uit een eerdere uitspraak, inhoudende dat de Bulgaarse officier van justitie bevoegd is tot het uitvaardigen van een EAB wanneer het gaat om een EAB dat strekt tot de tenuitvoerlegging van een reeds door een rechter opgelegde straf. Artikel 12 OLW: het is de rechtbank niet duidelijk in hoeverre de door Bulgarije afgegeven verzetgarantie onvoorwaardelijk is. De rechtbank ziet echter geen reden om hierover vragen te stellen, nu zij, veronderstellenderwijs dat de garantie niet onvoorwaardelijk is, reden ziet om af te zien van haar bevoegdheid de overlevering te weigeren (gelet op de omstandigheid dat de opgeëiste persoon zich in Bulgarije heeft onttrokken aan het aldaar aan hem opgelegde huisarrest). Artikel 11 OLW: naar het oordeel van de rechtbank neemt de detentiegarantie het algemene gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest voor de opgeëiste persoon weg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/185083-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 12 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_3975c5a5-a7d3-4261-9eba-5797a45370c0" /> Dit EAB is uitgevaardigd op 21 april 2024 door het Landelijk Parket in Ruse (Bulgarije) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats] (Bulgarije), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>nu gedetineerd in het [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. V.G. Kraal, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Bulgaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_5e90a29c-5b9b-4a7a-ae6a-84a0cdea894a" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3. 	Ontvankelijkheid van de officier van justitie: effectieve rechterlijke bescherming</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft erop gewezen dat het EAB door een officier van justitie is uitgevaardigd en heeft de rechtbank gevraagd zich uit te laten over de vraag of deze officier van justitie hiertoe wel bevoegd was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich, onder verwijzing naar een uitspraak van deze rechtbank van </para>
      <para>7 maart 2024,<footnote-ref linkend="_2ae00ad2-d17d-4190-9d3a-9c80c44ce9b1" /> op het standpunt gesteld dat de officier van justitie in Bulgarije bevoegd is tot het uitvaardigen van een executie-EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat uit onderdeel i) van het EAB inderdaad blijkt dat het EAB is uitgevaardigd door een officier van justitie. De rechtbank heeft hierover al eerder geoordeeld.<footnote-ref linkend="_3845aa6e-33a0-44bb-90a9-2326eb95e117" /> De Bulgaarse officier van justitie is bevoegd een EAB uit te vaardigen wanneer het gaat om een EAB dat strekt tot de tenuitvoerlegging van een reeds door een rechter opgelegde straf. Van een dergelijke situatie is ook in deze zaak sprake.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis met nr. 8/01.12.2022, gewezen in strafzaak van algemene aard <?linebreak?>nr. 125/2022 door de regionale rechtbank in Byala, in kracht van gewijsde gegaan op </para>
      <para>19 december 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_3534e4f0-6880-41da-8cba-ed073f6ce708" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de afgegeven verzetgarantie onvoldoende is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, ook als de verzetgarantie onvoldoende is, grond bestaat om af te zien van weigering op grond van artikel 12 OLW, nu de opgeëiste persoon zich zonder toestemming van de Bulgaarse autoriteiten heeft onttrokken aan het aan hem opgelegde huisarrest. Hij heeft daarmee uit eigen beweging afstand gedaan van zijn verdedigingsrechten.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in aanvullende informatie van 21 juni 2024 het volgende aangegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“According to the Bulgarian legislation, Art. 422, para. 1, item 6 of the Criminal Procedure Code of the Republic of Bulgaria, the criminal case is reopened when extradition is allowed in the case of a conviction in absentia with a guarantee from the Bulgarian state for the resumption of the criminal case - for the offense for which extradition is granted. Pursuant to Art. 423, Para. 1 of the Criminal Procedure Code, within 6 months of the actual handover from another country to the Republic of Bulgaria, the person convicted in absentia may request the reopening of the criminal case due to his non-participation in the criminal proceedings.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is de rechtbank op grond van de bovenstaande informatie niet duidelijk in hoeverre de door Bulgarije afgegeven verzetgarantie onvoorwaardelijk is. Uit de informatie blijkt dat de opgeëiste persoon mag verzoeken om heropening van de zaak. Daarbij is niet duidelijk of nog getoetst wordt of sprake is van <emphasis role="italic">‘a conviction in absentia’</emphasis> en onder welke voorwaarden een procedure dan geacht wordt <emphasis role="italic">‘in absentia’</emphasis> te zijn voltrokken. In het bijzonder is voor het geval nog een dergelijke toets plaatsvindt onduidelijk of van een berechting <emphasis role="italic">‘in absentia’</emphasis> sprake is in alle gevallen waarin een verdachte niet is verschenen, of dat van een berechting <emphasis role="italic">‘in absentia’ </emphasis>enkel sprake is wanneer een verdachte niet is verschenen zonder dat hem/haar in dat kader een verwijt valt te maken (bijvoorbeeld omdat diegene niet van het plaatsvinden van het proces op de hoogte was of kon zijn), of wanneer voor verdachte een (al dan niet pro deo) advocaat is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook niet vastgesteld worden dat de door de uitvaardigende justitiële autoriteit gegeven verzetgarantie voldoet aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW.<footnote-ref linkend="_4bd8f0cd-d7f5-41fe-b563-992d1a3a57ff" /> In de gegeven omstandigheden ziet de rechtbank echter geen aanleiding om over deze garantie aan de Bulgaarse autoriteiten vragen te stellen. De vraag of de garantie onvoorwaardelijk is kan hier namelijk in het midden blijven omdat de rechtbank, veronderstellenderwijs dat de garantie niet onvoorwaardelijk is, in dat geval aanleiding ziet af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aanvullende informatie van 21 juni 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon gedurende het vooronderzoek onder voorwaarden is gesteld, waarbij het hem niet was toegestaan zijn verblijfadres te verlaten zonder toestemming van de autoriteiten. De opgeëiste persoon is er persoonlijk op gewezen dat hij zich aan deze aanwijzing moest houden en dat hij moest verschijnen wanneer hij zou worden opgeroepen. Blijkens de aanvullende informatie heeft de opgeëiste persoon Bulgarije op 5 januari 2022 echter verlaten, zonder toestemming van de autoriteiten. Dit is de reden dat de opgeëiste persoon de oproepingen voor het uiteindelijke proces niet heeft ontvangen en daar ook niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het bovenstaande volgt dat het aan de opgeëiste persoon zelf te wijten is dat hij niet op de hoogte is geraakt van de aanvang van het proces tegen hem. Hij heeft er immers zelf voor gekozen zich niet te houden aan de opgelegde voorwaarden en heeft daarmee stilzwijgend en uit eigen beweging afstand gedaan van zijn verdedigingsrechten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Concluderend ziet de rechtbank af van weigering op grond van artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 4, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Bulgarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door Bulgarije afgegeven detentiegarantie niet voldoende zekerheid biedt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de door Bulgarije afgegeven detentiegarantie voldoende is. Overlevering naar Bulgarije is al meerdere malen toegestaan aan de instelling waar ook de opgeëiste persoon naartoe zal gaan. Uit de garantie volgt onder andere dat hij voldoende leefruimte zal hebben met afgesloten sanitair en toegang tot medische hulp. </para>
      <para>Artikel 11 OLW staat niet aan overlevering in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op grond van het <emphasis role="italic">Public statement</emphasis> van het <emphasis role="italic">European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis> (CPT) van </para>
      <para>26 maart 2015 geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).<footnote-ref linkend="_dfac2e07-7a18-49dd-92e4-6f2772de6f4e" /> Bij uitspraak van </para>
      <para>11 februari 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat het CPT-rapport van 4 mei 2018, naar aanleiding van bezoeken tussen 25 september 2017 en 6 oktober 2017, niet tot een ander oordeel leidt.<footnote-ref linkend="_a51e0acb-e37e-40b5-9bf4-e5e5e8282af3" /> Dit geldt eveneens ten aanzien van het CPT-rapport van 18 oktober 2022.<footnote-ref linkend="_32820a0e-0fdd-4dcc-ac05-6094c743362d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 21 juni 2024 en </para>
      <para>1 juli 2024 is de volgende detentiegarantie ten behoeve van de opgeëiste persoon opgenomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“In connection with your letter of 19.06.2024, concerning the extradition proceedings of the Bulgarian citizen [opgeëiste persoon] , Personal ID number [nummer] , we inform you of the following:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">After the surrender of the convicted [opgeëiste persoon] , he will serve his sentence in the Prison -city of Belene.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">According to the Bulgarian legislation - Law on Execution of Punishments and Rules for its Implementation, the minimum living area in the bedroom for each prisoner cannot be less than 4 square meters. The bedrooms have direct access to daylight and natural ventilation.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Prisoners are provided with constant access to a bathroom and running water. The bedrooms are furnished with separate beds for the accommodated persons, equipped with bedding, lockers for personal belongings, table, chairs, lighting and heating devices, providing conditions for direct access to daylight and the possibility of ventilation. Conditions are created for prisoners deprived of their liberty to bathe at least twice a week and to wash their clothes, bedding and personal linen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">When entering the prison, the persons undergo a medical examination, psychological examination and sanitary-hygienic control, they are familiarized with the rules for internal order and discipline, with their basis rights and obligations.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medicines in an outpatient setting are dispensed according to the prescription of the relevant medical specialist. The feeding of prisoners is carried out according to the established schedule for the distribution of time. The food of the prisoners is distributed in the presence of an employee from the supervisory and security staff and a representative of the autonomous bodies. According to the prescription of a medical specialist, dietary food is provided to prisoners.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">The stay in the open air is carried out under the supervision of employees from the supervisory and security staff in specially designated places in the prison, and if possible, they offer protection in case of bad weather. During the stay in the open air, the prison administration provides suitable conditions - facilities, equipment and organized activities promoting the maintenance of good physical health. Prisoners during their stay in the open air are allowed to join together for their participation in physical exercises or sports games.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">According to the Bulgarian legislation - Execution of Sentences Act and Rules for its Implementation, prisoners are provided with permanent access to a bathroom and running water. In closed-type prison facilities, the use of a sanitary unit and running water is carried out in the sleeping quarters, but the sanitary unit is separated as a separate room in the sleeping quarters and is separated by a door.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">During the implementation of the prison sentence, conditions are created to protect the physical and mental health of the prisoners. A medical file is created for each inmate, which contains information and constantly maintained data about his health condition, and health insurance contributions are made from the moment of his detention, and he acquires the status of a health insured person.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medical care for prisoners is carried out in medical centers and specialized hospitals for active treatment, opened to places of deprivation of liberty. Those deprived of their liberty are sent to medical facilities outside the places of deprivation of liberty, when there are no facilities for carrying out the necessary treatment in the medical facilities near the places of deprivation of liberty, or treatment of infectious diseases is required, or consultative examinations or specialized tests are required.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op de bovenstaande toezeggingen van de uitvaardigende justitiële autoriteit, van oordeel dat voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Bulgaarse penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door deze garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon in deze detentie-instelling. De enkele, niet onderbouwde stelling van de raadsman dat de door Bulgarije gegeven garantie niet afdoende zou zijn om het algemene gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen maakt dit niet anders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het Landelijk Parket in Ruse (Bulgarije) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door:</para>
      <para>mr. J.P.W. Helmonds,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.R.P.J. Davids en A.K. Glerum,          				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3975c5a5-a7d3-4261-9eba-5797a45370c0" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5e90a29c-5b9b-4a7a-ae6a-84a0cdea894a" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ae00ad2-d17d-4190-9d3a-9c80c44ce9b1" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:1246.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3845aa6e-33a0-44bb-90a9-2326eb95e117" label="4">
    <para> Rechtbank Amsterdam 11 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1097.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3534e4f0-6880-41da-8cba-ed073f6ce708" label="5">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4bd8f0cd-d7f5-41fe-b563-992d1a3a57ff" label="6">
    <para> Vergelijk: rechtbank Amsterdam 4 januari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:381.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dfac2e07-7a18-49dd-92e4-6f2772de6f4e" label="7">
    <para> Zie HvJ EU 5 april 2016, ECLI:EU:C:2016:198, punten 88-90 en o.a. Rechtbank Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1269.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a51e0acb-e37e-40b5-9bf4-e5e5e8282af3" label="8">
    <para> Rechtbank Amsterdam, 11 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1097.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32820a0e-0fdd-4dcc-ac05-6094c743362d" label="9">
    <para> Rechtbank Amsterdam, 27 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6217.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>