<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-27T09:35:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-167127-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5145">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-27T09:34:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5145 Rechtbank Amsterdam , 01-08-2024 / 13-167127-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5145:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB, Polen, artikel 12 OLW, overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5145:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-167127-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 1 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 22 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_90699aee-2594-407c-8d1d-7934fdc54dc7" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 16 februari 2024 door <emphasis role="italic">the District Court of Legnica – III Criminal Department</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeësite persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 2000, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 juli 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. Konya, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_f99dfe37-fa0a-4a76-8f0b-6a55c43bd27d" /> Daarnaast is de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt de volgende vonnissen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. een<emphasis role="italic"> Cumulative Judgment of the District Court of Legnica</emphasis> van 28 oktober 2021, met kenmerk III K 99/21 (hierna: het verzamelvonnis);</para>
    <para>2. een<emphasis role="italic"> Judgment by the District Court of Legnica</emphasis> van 3 maart 2020, met kenmerk III K 108/19 (hierna: onderliggend vonnis 1);</para>
    <para>3. een<emphasis role="italic"> Judgment by the Regional Court of Wrocław-Krzyki District in Wrocław</emphasis> van <?linebreak?>17 september 2020, met kenmerk VII K 457/20 (hierna: onderliggend vonnis 2);</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog negen maanden en negentien dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde verzamelvonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_5bcab830-3b04-44e1-b96e-17631e48691f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van het verzamelvonnis:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort samengevat - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aanvullende informatie van 19 juni 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon op 27 september 2021 in detentie is geïnformeerd over de datum van de zitting en zijn recht om aanwezig te zijn op de zitting van de verzamelprocedure, maar dat hij hier geen aanspraak op heeft gemaakt. Daarnaast is er een oproep voor de zitting gestuurd naar de penitentiaire inrichting waar de opgeëiste persoon op dat moment gedetineerd zat. Naar het oordeel van de rechtbank maken deze omstandigheden dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. De opgeëiste persoon was klaarblijkelijk op de hoogte van het proces en heeft uit eigen beweging stilzwijgend afstand gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De opgeëiste persoon is na ruim drie jaar gedetineerd te zijn geweest voorwaardelijk in vrijheid gesteld, waarna nog negen maanden en negentien dagen resteren van de gevangenisstraf. Bij beslissing van <emphasis role="italic">the District Court of Legnica</emphasis> van 11 januari 2024 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen. Volgens de aanvullende informatie van 19 juni 2024 is de tenuitvoerlegging van dit voorwaardelijke strafrestant bevolen, omdat de opgeëiste persoon zich niet aan de aan hem opgelegde bijzondere voorwaarden heeft gehouden. Nu dit betekent dat de tenuitvoerlegging van de straf niet is gelast vanwege de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit en de beslissing tot tenuitvoerlegging van 11 januari 2024 zelf geen beslissing is waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd, toetst de rechtbank deze tenuitvoerleggingsprocedure niet aan artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_d64e158d-bb04-493d-afa2-1b35a75bd42a" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van onderliggend vonnis 1:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij alle zittingen van het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort samengevat - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering in relatie tot dit vonnis te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het proces dat tot het vonnis heeft geleid besloeg meer zittingen. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen op welke zitting(en) de zaak ten gronde is behandeld. Uit de aanvullende informatie van 19 juni 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon aanwezig is geweest op alle zittingen, behalve één zitting, omdat hij zich toen had verslapen. Naar het oordeel van de rechtbank maakt dit dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. De opgeëiste persoon was klaarblijkelijk op de hoogte van het proces, had de mogelijkheid daarbij aanwezig te zijn en heeft hiervan ook gebruik gemaakt. Dat hij op één van de zittingen niet is verschenen, is aan hem zelf te wijten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van onderliggend vonnis 2:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt aan de hand van de aanvullende informatie van 19 juni 2024 vast dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing van <emphasis role="italic">the Regional Court of Wrocław-Krzyki District in Wrocław</emphasis> heeft geleid. De weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst feit 1 aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 21, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	racketeering en afpersing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten (2 tot en met 5) niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Feit 2 levert naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	verduistering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Feit 3 levert naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Feit 4 levert naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	diefstal, meermalen gepleegd </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Feit 5 levert naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	mishandeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een andere toebehoort vernielen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_09ef2126-dde2-4167-9034-94816ed3c827" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_d0358a04-d6ff-4e5e-86bd-5d1201196a1c" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 300, 310, 311, 321 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeësite persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court of Legnica – III Criminal Department</emphasis>, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.J. Scheijde,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. I. Verstraeten-Jochemsen en A.R. Vlierhuis,   			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.E. Poel,		                         		    	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_90699aee-2594-407c-8d1d-7934fdc54dc7" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f99dfe37-fa0a-4a76-8f0b-6a55c43bd27d" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5bcab830-3b04-44e1-b96e-17631e48691f" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d64e158d-bb04-493d-afa2-1b35a75bd42a" label="4">
    <para>HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>) en HvJ EU, 22 december 2017, zaak C-571-PPU, ECLI:EU:C:2017:1026.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_09ef2126-dde2-4167-9034-94816ed3c827" label="5">
    <para>Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0358a04-d6ff-4e5e-86bd-5d1201196a1c" label="6">
    <para>Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>