<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5127</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-30T07:56:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/145780-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5127">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5127</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-29T14:50:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5127 Rechtbank Amsterdam , 06-08-2024 / 13/145780-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5127:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Bulgarije, overlevering geweigerd o.g.v. artikel 12 OLW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5127:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/145780-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 6 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_c9a3bcf4-3edf-4abe-944c-4c1e2599b8df" /> Deze vordering dateert van 8 mei 2024 en betreft het EAB dat is uitgevaardigd op 14 juli 2020 door <emphasis role="italic">the Regional Prosecutor’s Office-Plovdiv</emphasis> te  Bulgarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit), en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [BRP adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.P.J. van Riel, advocaat in Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van </para>
    </parablock>
    <para>- een <emphasis role="italic">verdict no. 13</emphasis> van 21 februari 2019 van <emphasis role="italic">the District Court in Plovdiv</emphasis>, in werking getreden op 10 juni 2020 (zaaknummer: 2416/2016);</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een <emphasis role="italic">decision no. 6</emphasis> van 13 januari 2020 van <emphasis role="italic">the Appellate Court of the city of Plovdiv</emphasis> (zaaknummer: 543/2019);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een <emphasis role="italic">decision no. 54</emphasis> van 10 juni 2020 van <emphasis role="italic">the Supreme Court of Cassation of the city of Sofia</emphasis> (zaaknummer: 236/2020).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van tien jaar en voor de executie van een geldboete van 180.000 Bulgaarse lev. In het EAB is vermeld dat bij de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf het voorarrest van </para>
      <para>29 oktober 2013 tot 18 februari 2014 in mindering zal worden gebracht. De vrijheidsstraf en geldboete zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde rechterlijke beslissingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze rechterlijke beslissingen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_b20cf3e9-ec87-4793-b291-a7e03fbbea16" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De facultatieve weigeringsgrond van artikel 12 OLW betreft de toetsing van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon tijdens het proces in de uitvaardigende lidstaat.  De rechtbank kan de overlevering op grond van deze bepaling weigeren, indien de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid en evenmin sprake is van één van de in artikel 12, onder a tot en met d, OLW genoemde situaties. Daarbij geldt dat als het proces in meerdere opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 12 OLW (en van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ) de laatste beslissing relevant is, waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en waarbij daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_49684952-a694-4b8c-8649-dc7d5e94a5e9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende  justitiële autoriteit heeft met het oog op de toetsing aan artikel 12 OLW informatie verstrekt in het EAB. De officier van justitie heeft bij brieven van 10 mei 2024, </para>
      <para>3 juni 2024 en 14 juni 2024 aanvullende informatie gevraagd. Hierop heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brieven van respectievelijk een onbekende datum in 2024, 10 juni 2024 en 21 juni 2024 aanvullende informatie verstrekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verstrekte informatie blijkt dat het proces in Bulgarije in drie opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden. Verder blijkt dat de opgeëiste persoon in alle instanties niet aanwezig is geweest op de zittingen die tot de beslissingen hebben geleid. De rechtbank zal dus in ieder geval moeten toetsen of sprake is van een van de situaties als bedoeld in artikel 12, onder a tot en met d, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de verstrekte informatie kan de rechtbank niet met zekerheid vaststellen of de beslissing van <emphasis role="italic">the Appellate Court of the city of Plovdiv </emphasis>of de beslissing van <emphasis role="italic">the Supreme Court of Cassation of the city of Sofia </emphasis>in het licht van het hiervoor weergegeven toetsingskader aan artikel 12 OLW moet worden getoetst. Voor beide beslissingen geldt echter dat uit de verstrekte informatie niet blijkt dat sprake is van een van de situaties als bedoeld in artikel 12, onder a, b en c, OLW. Evenmin is een adequate verzetgarantie verstrekt als bedoeld in artikel 12, onder d, OLW, nu de verstrekte verzetgarantie niet onvoorwaardelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande kan de rechtbank de overlevering op grond van artikel 12 OLW weigeren. </para>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Uit de verstrekte informatie blijkt namelijk niet dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zou opleveren. Op grond van die informatie kan immers niet worden geoordeeld dat het aan de onzorgvuldigheid van de opgeëiste persoon te wijten is dat hij niet bij de behandeling van de strafzaak aanwezig is geweest en zijn verdedigingsrechten niet heeft kunnen uitoefenen, laat staan dat hij (stilzwijgend) afstand heeft gedaan van die rechten. </para>
      <para>De rechtbank zal, in overeenstemming met de standpunten van de raadsman en officier van justitie, de overlevering dan ook weigeren op grond van artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wetsbepaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Prosecutor’s Office-Plovdiv</emphasis> (Bulgarije) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> de (geschorste) overleveringsdetentie van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] .</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.R. Vlierhuis en D.A. Segbedzi,                     				   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,		                             		 griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c9a3bcf4-3edf-4abe-944c-4c1e2599b8df" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b20cf3e9-ec87-4793-b291-a7e03fbbea16" label="2">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49684952-a694-4b8c-8649-dc7d5e94a5e9" label="3">
    <para> Vergelijk: Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>