<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:5122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-29T13:53:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/066086-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-29T10:36:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:5122 Rechtbank Amsterdam , 20-08-2024 / 13/066086-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Frankrijk, overlevering toegestaan, geen algemeen gevaar detentie-instelling Lille Annoeulin</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:5122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/066086-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 20 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 6 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_62f9ab1a-4dd8-4bb3-80c8-67d4a2021676" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 25 januari 2024 door <emphasis role="italic">the Public Prosecutor to the Judicial Court of Lille</emphasis> (Frankrijk, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1994, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 23 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB was in eerste instantie gepland op de zitting van 23 april 2024. De zaak is toen echter aangehouden tot de zitting van 7 mei 2024, omdat er geen tolk aanwezig was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 7 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is na de schorsing van het onderzoek op 23 april 2024 hervat op de zitting van 7 mei 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. A. Neermawatie Nandoe, advocaat in Rijswijk, die heeft verklaard dat de opgeëiste persoon haar uitdrukkelijk heeft gemachtigd om namens hem het woord te voeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_c2ba7e08-e009-4b15-9a1e-d99b6e1c2845" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor de sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 21 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 21 mei 2024<footnote-ref linkend="_ba9dbf8b-75a2-4a26-87fe-dbee135d056b" /> heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere informatie te laten verstrekken met het oog op de toetsing van de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon in Frankrijk na zijn overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 6 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 6 juni 2024, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. C.I. Zaad, advocaat in Den Haag, waarnemend voor mr. Neermawatie Nandoe, voornoemd, en een tolk in de Franse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW nogmaals met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 20 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 20 juni 2024<footnote-ref linkend="_bcc5f8f0-c86c-4964-b893-fe3536e8d5a0" /> heeft de rechtbank wederom het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere informatie te laten verstrekken met het oog op de toetsing van de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon in Frankrijk na zijn overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 6 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 6 augustus 2024, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. Neermawatie Nandoe, voornoemd, en een tolk in de Franse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de </para>
      <para>bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Franse </para>
      <para>nationaliteit heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van <emphasis role="italic">the Judicial Court of Lille</emphasis> (Frankrijk) van 23 januari 2024, nummer: 22049000017, onderzoeksnummer: JICABJI922000008.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_3be76e56-a19c-4fbb-8c1e-9d9affff0eaf" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Tussenuitspraken 21 mei 2024 en 20 juni 2024<?linebreak?></title>
    <para>De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 21 mei 2024 geoordeeld dat op basis van het dactyloscopisch onderzoek van 27 februari 2024 ervan wordt uitgegaan dat de opgeëiste persoon de persoon is om wiens overlevering wordt verzocht,<footnote-ref linkend="_7604279c-c7f4-440c-82de-8de20222bc5c" /> dat de omschrijving van de feiten in het EAB voldoet aan de vereisten van artikel 2 OLW en dat de feiten dubbel strafbaar zijn. Ook heeft de rechtbank het onschuldverweer van de opgeëiste persoon verworpen en heeft zij afgezien van de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW. Deze overwegingen worden in deze uitspraak als herhaald en ingelast beschouwd (met dien verstande dat in plaats van ‘Duitsland’ moet worden gelezen ‘Frankrijk’, zie voetnoot 6).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>
      <?linebreak?>5.  	Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden in Frankrijk</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij e-mail van 28 maart 2024 gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering in de detentie-instelling Lille-Loos-Sequedin of in de detentie-instelling Lille-Annoeullin zal worden geplaatst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de tussenuitspraak van 21 mei 2024 heeft de rechtbank de detentieomstandigheden in het regime van voorlopige hechtenis in deze instellingen onderzocht. Uit gegevens van de <emphasis role="italic">Observatoire International des Prisons</emphasis> bleek dat op 1 januari 2024 sprake was van overbevolking in beide instellingen. Gelet hierop heeft de rechtbank de officier van justitie verzocht enkele vragen ter beantwoording voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, om te kunnen toetsen of sprake is van een algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) voor gedetineerden in de detentie-instellingen Lille-Loos-Sequedin en Lille-Annoeullin.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij e-mail van 31 mei 2024 informatie verstrekt over de detentieomstandigheden in Lille-Loos-Sequedin en Lille-Annoeullin.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de tussenuitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank op grond van de verstrekte informatie </para>
        <para>een algemeen gevaar voor schending van grondrechten ten aanzien van de detentie-instelling Lille-Loos-Sequedin aangenomen. Ten aanzien van de detentie-instelling Lille-Annoeullin heeft de rechtbank geoordeeld dat niet is gebleken van een dergelijk algemeen gevaar. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit een individuele detentiegarantie voor de opgeëiste persoon te vragen, inhoudende: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dat de opgeëiste persoon wordt geplaatst in de detentie-instelling Lille-Annoeullin, of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat bij plaatsing in de detentie-instelling in Lille-Loos-Sequedin hem minimaal 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) geboden wordt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 23 juli 2024 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de garantie gegeven dat de opgeëiste persoon zal worden geplaatst in de detentie-instelling Lille-Annoeullin.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft opgemerkt twijfels te hebben over de door de uitvaardigende justitiële autoriteit gegeven antwoorden over de detentieomstandigheden in de detentie-instelling Lille Annoeullin. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat er voor de opgeëiste persoon geen gevaar is op schending van zijn grondrechten in detentie in Frankrijk na zijn overlevering. De garantie is verstrekt dat hij wordt geplaatst in de detentie-instelling Lille Annoeullin en ten aanzien van die instelling is geen sprake van een algemeen gevaar op schending van grondrechten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de uitvaardigende justitiële autoriteit de garantie heeft verstrekt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal worden geplaatst in de detentie-instelling Lille Annoeullin. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van deze detentie-instelling heeft de rechtbank in de tussenuitspraak van </para>
        <para>20 juni 2024 op grond van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie geoordeeld dat geen sprake is van een algemeen gevaar voor schending van grondrechten. De door de raadsvrouw geuite twijfels ten aanzien van deze informatie zijn niet onderbouwd en geven daarom geen aanleiding voor een ander oordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is voor de opgeëiste persoon dus geen sprake van een reëel gevaar dat zijn door het Handvest gewaarborgde grondrechten na overlevering zullen worden geschonden in detentie in Frankrijk. Het bepaalde in artikel 11 OLW staat dan ook niet in de weg aan het toestaan van de overlevering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Public Prosecutor to the Judicial Court of Lille</emphasis> (Frankrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.P.W. Helmonds en D.A. Segbedzi,     			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_62f9ab1a-4dd8-4bb3-80c8-67d4a2021676" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2ba7e08-e009-4b15-9a1e-d99b6e1c2845" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba9dbf8b-75a2-4a26-87fe-dbee135d056b" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:2865.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bcc5f8f0-c86c-4964-b893-fe3536e8d5a0" label="4">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2024:4047.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_3be76e56-a19c-4fbb-8c1e-9d9affff0eaf" label="5">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7604279c-c7f4-440c-82de-8de20222bc5c" label="6">
    <para> De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 20 juni 2024 geconstateerd dat in de tussenuitspraak van </para>
    <para>21 mei 2024 onder 2 abusievelijk ‘Duitsland’ wordt vermeld. Dit moet zijn: ‘Frankrijk’.   </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>