<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:4661</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-26T16:17:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1306257124</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4661">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4661</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-26T15:28:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:4661 Rechtbank Amsterdam , 18-07-2024 / 1306257124</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4661:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak. Poolse vervolgings-EAB. Artikel 11; detentieomstandigheden Poolse remand prisons (heropening).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4661:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-062571-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 18 juli 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 23 februari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_2586d651-728d-4ff5-8d69-379ff9e617fe" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 25 september 2023 door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Katowice</emphasis>, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 10 april 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 10 april 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol, en door een tolk in de Poolse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. <footnote-ref linkend="_0e6dd37d-1907-4d48-a1ac-a17e0c314965" /> Verder heeft de rechtbank de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenuitspraak van 24 april 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 24 april 2024 een tussenuitspraak gewezen.<footnote-ref linkend="_b1ca3beb-2bcb-4bf2-956d-bd0d8b098de0" /> Daarin is het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit vragen te stellen aangaande het risico op schending van één of meer grondrechten, naar aanleiding van wat in het rapport van de <emphasis role="italic">European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment </emphasis>(CPT<emphasis role="italic">) </emphasis>van 22 februari 2024 is opgenomen over de <emphasis role="italic">remand prisons </emphasis>in Polen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 4 juni 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen, in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 4 juni 2024, in aanwezigheid van  mr.. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. Steller voornoemd, en door een tolk in de Poolse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenuitspraak van 18 juni 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 18 juni 2024 een tussenuitspraak gewezen.<footnote-ref linkend="_487cfbf3-f22a-45ff-8106-cd96f622b3d1" /> Daarin is het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit de vraag te laten beantwoorden of, indachtig het aangenomen algemeen reëel gevaar voor het <emphasis role="italic">remand regime </emphasis>in Polen, dit gevaar – al dan niet met een individuele detentiegarantie – voor de opgeëiste persoon kan worden weggenomen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beslistermijn in de tussenuitspraak opnieuw verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 4 juli 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen, in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 4 juli 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. Steller voornoemd, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak 24 april 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 24 april 2024.<footnote-ref linkend="_ee11d71d-f464-4dca-a7ec-c574f149afbd" /> Hierin heeft de rechtbank de grondslag van het EAB, de inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en het aanhoudingsverzoek van de raadsman al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden (heropening)  <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">Standpunt van de raadsman</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman verzoekt de rechtbank om de overlevering te weigeren. De raadsman blijft bij zijn standpunt dat de eerder gegeven antwoorden van de Poolse autoriteiten de zorgen die het CPT heeft geuit niet wegnemen. Op de in de tussenuitspraak van 18 juni 2024 geformuleerde vragen  is in het geheel geen antwoord gekomen.  De vraag of de opgeëiste persoon een persoonlijke levensruimte van niet minder dan 3m2 heeft in een meerpersoonscel, is een vraag die makkelijk beantwoord zou moeten kunnen worden. In reactie op het standpunt van de officier van justitie stelt de raadsman primair dat de overlevering geweigerd zou moeten worden. Het Openbaar Ministerie heeft namelijk niet voldaan aan de opdracht van de rechtbank om de vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen. Subsidiair is bepleit dat de zaak voor maximaal één week zou moeten worden aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op de zitting toegelicht dat het Openbaar Ministerie de vragen die recent in verschillende vergelijkbare Poolse zaken zijn gesteld, aan het samenvoegen is zodat het proces van beantwoording van deze vragen door de Poolse autoriteiten kan worden gestroomlijnd. De vragen zijn nog niet vertaald en het Openbaar Ministerie heeft de vragen daarom nog niet kunnen stellen. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om de zaak opnieuw aan te houden zodat het Openbaar Ministerie meer tijd heeft om de in de tussenuitspraak van 18 juni 2024 gestelde vragen te stroomlijnen en voor te leggen aan de Poolse autoriteiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 18 juni 2024 de volgende vragen gesteld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1)	De rechtbank begrijpt uit het CPT-rapport dat voorlopig gehechten minimaal 3 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel ter beschikking hebben. Kan, tegen de achtergrond van het arrest Dorobantu (ECLI:EU:C:2019:857, punten 75-76), voor de opgeëiste persoon worden gegarandeerd dat hij minimaal 4 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel zal krijgen in het Huis van Bewaring waar hij terecht komt? Of zal hij slechts tussen de 3 en 4 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel krijgen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2)	Kan de opgeëiste persoon deelnemen aan activiteiten in het betreffende Huis van Bewaring?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3)	Indien hij ervoor kiest deel te nemen aan alle aangeboden activiteiten, hoeveel uur per dag zou hij dan minimaal buiten zijn cel verblijven?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4)	Geldt voor de opgeëiste persoon dat hij, indien hij contact met de buitenwereld wil hebben door gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek, voorafgaand aan ieder bezoek of telefoongebruik altijd toestemming zal moeten vragen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5)	Zo ja, hoe lang duurt de procedure (inclusief het rechtsmiddel) om toestemming te krijgen voor het gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 4 juli 2024 nog geen antwoord ontvangen op de hierboven gestelde vragen, nu deze door de officier van justitie nog niet zijn voorgelegd aan de Poolse autoriteiten. De officier van justitie heeft ter zitting toegelicht waarom dit nog niet is gebeurd. De rechtbank ziet, gelet op deze toelichting, geen reden om nu al geen gevolg te geven aan het EAB, reeds omdat de Poolse autoriteiten vanwege de gekozen werkwijze van het Openbaar Ministerie niet de gelegenheid hebben gehad de in de tussenuitspraak van 18 juni 2024 gestelde vragen te beantwoorden. De rechtbank ziet daarnaast het door het Openbaar Ministerie genoemde belang om de beantwoording van de vragen te stroomlijnen, in. Hiertoe zal het Openbaar Ministerie dan ook meer tijd worden gegund. De door de raadsman subsidiair verzochte aanhouding voor de duur van maximaal één week komt daarbij als te kort voor. De vertaling van de gestelde vragen is namelijk nog niet gereed zodat niet te verwachten is dat de Poolse autoriteiten binnen één week die vragen zullen kunnen antwoorden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarom het onderzoek opnieuw heropenen en schorsen voor onbepaalde tijd. De rechtbank verzoekt de officier van justitie nogmaals om de uitvaardigende justitiële autoriteit de hierboven gestelde vragen te laten beantwoorden. Omdat het hier een vervolgingsoverlevering betreft en de opgeëiste persoon zich (dus) op basis van een verdenking in overleveringsdetentie bevindt, dringt de rechtbank er op aan dat met voortvarendheid aan de (vertaling van de) vraagstelling en daaropvolgende beantwoording wordt gewerkt.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>het onderzoek ter zitting onder gelijktijdige schorsing voor een bepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de hiervoor opgenomen vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT </emphasis>de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW uitspraak moeten doen met 30 dagen onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT </emphasis>dat de zaak vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn (dus <emphasis role="bold">vóór 15 augustus 2024</emphasis>) op zitting dan wel in raadkamer moet worden aangebracht in verband met de eventuele nadere verlenging van de beslistermijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk voor de Poolse taal tegen nader te bepalen datum en tijdstip. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,	                                                                                                       voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.R.P.J. Davids en A.R. Vlierhuis,	                                                                    rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. Gabriëlse, 	                                                       	      griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2586d651-728d-4ff5-8d69-379ff9e617fe" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e6dd37d-1907-4d48-a1ac-a17e0c314965" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b1ca3beb-2bcb-4bf2-956d-bd0d8b098de0" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:2694.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_487cfbf3-f22a-45ff-8106-cd96f622b3d1" label="4">
    <para>Ter publicatie aangeboden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee11d71d-f464-4dca-a7ec-c574f149afbd" label="5">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2024:2694.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>