<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:4495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-25T12:23:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/010838-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4495">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-25T11:51:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:4495 Rechtbank Amsterdam , 17-07-2024 / 13/010838-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4495:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Roemeens EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - artikel 12 OLW - detentiegarantie - gelijkstellingsverweer afgewezen -  overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4495:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para>Parketnummer: 13/010838-24</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 14 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_c3ca3f4d-b46b-4abe-a3c1-d6c98176b00f" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 9 januari 2024 door <emphasis role="italic">The City Court of Marghita</emphasis> (Roemenië), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	   [opgeëiste persoon]</emphasis>
        <?linebreak?>        geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1995<?linebreak?>        ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:<?linebreak?>        [adres]<?linebreak?>        gedetineerd in [detentieplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 juli 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T.J. Stapel, advocaat in Haarlem en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_911de6ae-7300-4fcc-947e-67aa6d5f58a2" /> Tevens is de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">criminal sentence no. 194/2023, pronounced by the Marghita Court on 20.07.2023, final on 08.01.2024 by Criminal Decision no. 5/A/2024 of the Oradea Court of Appeal.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 8 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_37063446-8635-41dc-aca1-7b85ae3fdbb7" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel </para>
      <para>12 OLW zich niet voordoet aangezien de opgeëiste persoon gedurende het proces in hoger beroep is vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich niet uitgelaten over artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB blijkt dat in eerste aanleg op 20 juli 2023 een vonnis is gewezen door het <emphasis role="italic">Marghita Court </emphasis>en dat bij arrest van 8 januari 2024 van het <emphasis role="italic">Oradea Court of Appeal </emphasis>het vonnis in eerste aanleg is bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_8e5ca23d-8fda-44f9-ae99-ae57d8233f52" /> Uit het dossier volgt dat dit het geval is, zodat de rechtbank daarom alleen het hoger beroep zal toetsen aan artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aanvullende informatie van de Roemeense autoriteiten van 11 juni 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon niet is verschenen bij het proces in hoger beroep, maar wel in persoon daarvoor is opgeroepen en daarbij op de hoogte is gebracht van de datum en plaats van het proces, waarbij ook is vermeld dat een beslissing zou worden genomen indien de opgeëiste persoon niet ter zitting zou verschijnen. </para>
      <para>De rechtbank is op grond van bovenstaande aanvullende informatie van oordeel dat zich de omstandigheid als bedoeld in artikel 12 onder a OLW zich voordoet. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is dan ook niet van toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit <emphasis role="italic">gebruik maken van een vervalst rijbewijs </emphasis>aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	22. namaak van producten en productpiraterij.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Roemenië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit <emphasis role="italic">rijden zonder rijbewijs</emphasis> niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	 overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman verzoekt de rechtbank om de opgeëiste persoon op grond van de overgelegde stukken gelijk te stellen met een Nederlander in de zin van artikel 6a OLW naar aanleiding waarvan de overlevering dient te worden geweigerd met overname van de in Roemenië opgelegde gevangenisstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon kan op grond van de stukken niet aantonen dat hij ten minste vijf jaar onafgebroken in Nederland heeft verbleven en hij kan dan ook niet worden gelijkgesteld met een Nederlander. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overlevering van een met een Nederlander gelijk te stellen vreemdeling kan op basis van artikel 6a, eerste en negende lid, OLW worden geweigerd als deze is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op grond van artikel 6a, negende lid, OLW zijn voldaan aan twee vereisten, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>1. de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000;</para>
    <para>2. ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest ten gevolge van de opgelegde straf of maatregel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Eerste voorwaarde </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de opgeëiste persoon aan de hand van de overgelegde stukken niet heeft aangetoond dat hij ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000. </para>
      <para>Uit het SKDB-register blijkt dat hij pas sinds 4 augustus 2021 in het Basisregistratie Personen (BRP) in Nederland ingeschreven staat. </para>
      <para>Van de periode vóór 4 augustus 2021 kan de opgeëiste persoon niet met stukken onderbouwen dat hij (ononderbroken) in Nederland verbleef. Voor de inkomsten van de opgeëiste persoon geldt dat deze zijn onderbouwd met belastingaangiften en dat deze stukken niet zonder meer als objectieve stukken worden aangemerkt. De rechtbank zal de opgeëiste persoon dan ook niet gelijkstellen met een Nederlander en verwerpt het verweer. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat vanwege de Roemeense detentieomstandigheden voor gedetineerden in Roemenië sprake is van een algemeen gevaar voor schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).<footnote-ref linkend="_14a375b7-1fdc-40b5-9da4-6dac2c23b8a7" /> Bij brief van 12 juni 2023 is door <emphasis role="italic">the Director General of the National Administration of Penitentiaries </emphasis>(Roemenië) een detentiegarantie verschaft waarin de volgende garantie is gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“ In view of your letter dated 07.06.2024, concerning the request of the Dutch authorities, regarding the security measures applied in the case of the named [opgeëiste persoon] (born on [geboortedag] .1995, residing in [plaats] , sentenced to 1 years 8 months imprisonment), in the event of his surrender to the Romanian authorities, we inform you of the following:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…) at Henri Coanda Airport in Bucharest, he/she will initially be placed in the Bucharest Rahova Penitentiary for a period of 21 days in a room that will provide a minimum of 3 square meters</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Given the amount of the sentence, he will most likely serve his custodial sentence initially in a </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">semi-open regime. At the same time, given his place of residence, he will most likely serve his </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sentence in Satu Mare Prison to begin with.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">According to the law, after serving one-fifth of the sentence, the convicted person will be </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">re-assessed with a view to changing the regime of execution of the sentence. It is not possible to </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">predict how the sentence will be carried out, as this depends mainly on the behavior adopted during the sentence. In the event that the prisoner is assigned to serve his sentence in the open regime, he will most probably remain in the custody of Satu Mare Prison for the execution of his sentence. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In view of the prospect of implementing the measures contained in the ''Action Plan for the period </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2020 - 2025, drawn up for the execution of the Rezmivos et al. v. Romania pilot judgment and the </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">judgments handed down in the Bragadireanu v. Romania group of cases': as well as the number of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">detainees currently held by the National Administration of Penitentiaries, as a result of the penal </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">policies adopted by the Romanian State, the National Administration of Penitentiaries guarantees </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">that, during the whole period of execution of the sentence, including the bed and the related </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">furniture, but not including the space intended for the sanitary group, he will benefit from a </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">minimum individual space, as follows:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- 3 square metres during the period of quarantine and observation; 3 square metres during pre-trial </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">detention;</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- 3 square metres during maximum security;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- 3 square metres when serving a custodial sentence;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- 3 square metres when serving the sentence in semi-open regime;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- 4 square metres when serving an open regime.</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">(…)”</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de detentieomstandigheden in Roemenië.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verstrekte detentie garantie het eerder vastgestelde algemene gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt zodat er geen beletsel is om tot overlevering over te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie<footnote-ref linkend="_5cdb8a28-a707-45df-9a48-89a0bb83319e" /> uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken van penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Uit de hierboven vermelde informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in eerste instantie in de <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Penitentiary </emphasis>zal worden geplaatst en daarna naar alle waarschijnlijkheid in de <emphasis role="italic">Satu Mare Prison.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_f8e3df31-152e-4dd4-8ab1-d94412358f8e" /> De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor het toestaan van de overlevering. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW  Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 107 en 177 Wegenverkeerswet en de artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">The City Court of Marghita</emphasis> (Roemenië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.T.C. de Vries,   				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en D.A. Segbedzi,                                         		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c3ca3f4d-b46b-4abe-a3c1-d6c98176b00f" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_911de6ae-7300-4fcc-947e-67aa6d5f58a2" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_37063446-8635-41dc-aca1-7b85ae3fdbb7" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e5ca23d-8fda-44f9-ae99-ae57d8233f52" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14a375b7-1fdc-40b5-9da4-6dac2c23b8a7" label="5">
    <para> Zie o.a. Rb. Amsterdam, 4 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2513.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5cdb8a28-a707-45df-9a48-89a0bb83319e" label="6">
    <para>Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8e3df31-152e-4dd4-8ab1-d94412358f8e" label="7">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>