<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:4265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-17T11:54:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-112711-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4265">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-16T12:04:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:4265 Rechtbank Amsterdam , 02-07-2024 / 13-112711-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4265:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Duits verzoek tot aanvullende toestemming ex artikel 14 OLW - beslist is dat de officier van justitie niet ontvankelijk is verklaard in de vordering ex artikel 14 OLW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4265:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-112711-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum beslissing: 2 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 4 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het <emphasis role="italic">Landgericht Bamberg</emphasis> (Duitsland) op 8 januari 2024 en betreft: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [overgeleverde persoon]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats]</para>
      <para>nu gedetineerd in Duitsland</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de overgeleverde persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tussenbeslissing van 30 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Terugkeergarantie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenbeslissing van 30 mei 2024 is door de rechtbank vastgesteld dat de door de Duitse autoriteiten aan de overgeleverde persoon verleende terugkeergarantie voldoet aan de daartoe gestelde eisen. De rechtbank heeft voorts - kort samengevat - overwogen dat op grond van de beschikbare informatie niet kan worden vastgesteld dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.<footnote-ref linkend="_4ca32023-c9b7-46e2-b15b-04f857962c9b" /> De rechtbank heeft hierover vragen gesteld aan de Duitse autoriteiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tussenbeslissing van 25 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenbeslissing van 25 juni 2024 heeft de rechtbank vastgesteld dat in de aanvullende informatie van 3 juni 2024 de vragen van de rechtbank niet (volledig) zijn beantwoord. De rechtbank heeft de Duitse autoriteiten in de gelegenheid gesteld die vragen alsnog volledig te beantwoorden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een e-mail van 27 juni 2024 heeft Dr. U. Reddler, hoofdofficier van justitie te Bamberg, Duitsland, het volgende geschreven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Dear colleague, </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the defendant [overgeleverde persoon] declared his waiver of the principle of speciality in the main hearing today after explicit instruction on the record in relation to the 21 offences charged. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Best regards </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ursula Redler”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit deze informatie leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon inmiddels op een zitting ten overstaan van een rechterlijke autoriteit expliciet afstand heeft gedaan van het specialiteitsbeginsel en dat hiervan een proces-verbaal is opgemaakt. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie voorafgaande aan voormeld bericht blijkt dat de overgeleverde persoon in die procedure wordt bijgestaan door een raadsman. Alhoewel dit niet expliciet uit de aanvullende informatie volgt, gaat de rechtbank ervan uit dat de verklaring van de overgeleverde persoon is verkregen onder omstandigheden waaruit blijkt dat de hij uit vrije wil handelt en zich volledig bewust is van de gevolgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarmee stelt de rechtbank vast dat zich de situatie als bedoeld in artikel 27, derde lid onder f) Kaderbesluit zich voordoet, zodat de grondslag is komen te ontvallen aan het verzoek  tot het verkrijgen van aanvullende toestemming als bedoeld in g) van voornoemd artikellid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering strekkende tot het in behandeling nemen van het verzoek om die aanvullende toestemming.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek van het <emphasis role="italic">Landgericht Bamberg</emphasis> (Duitsland) om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van <emphasis role="bold">[overgeleverde persoon] .</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen op 2 juli 2024 door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. P. Sloot en C.M. Delstra,						   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         		    griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mrs. P. Sloot en C.M. Delstra zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4ca32023-c9b7-46e2-b15b-04f857962c9b" label="1">
    <para> Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>