<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:4221</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-18T14:18:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/080829-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4221">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4221</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-18T10:59:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:4221 Rechtbank Amsterdam , 28-05-2024 / 13/080829-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4221:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zweeds EAB ter vervolging - terugkeergarantie - artikel 13 OLW - het eerder vastgestelde algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling ten aanzien van personen die suïcidaal zijn en/of een psychiatrisch ziektebeeld hebben en die in Zweden de voorlopige hechtenis in beperkingen ondergaan, is door nieuwe wetgeving weggenomen - overlevering toestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4221:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/080829-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 28 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 14 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_34bde461-2013-4747-a2cf-89ae4eac7eeb" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 1 maart 2024 door <emphasis role="italic">de National Public Prosecution Department – National Unit Against Organised Crime</emphasis> te Stockholm (Zweden) hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">        [opgeëiste persoon]</emphasis>
        <?linebreak?>geboren in [geboorteplaats] op 20 april 2001,<?linebreak?>        ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:<?linebreak?>        [adres] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 mei 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. N. Claassen, advocaat in Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter zitting verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van de beslissing op een verzoek aan de Zweedse officier van justitie om de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen haar proces in Zweden in vrijheid te mogen afwachten en daartoe een vrijgeleide te verstrekken. Als argumenten hiervoor zijn aangedragen dat de opgeëiste persoon sinds kort weet dat zij zwanger is, dat zij haar zieke moeder moet verzorgen en dat zij is gediagnosticeerd met onder andere de persoonlijkheidsstoornis borderline.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beslist dat het enkele verzoek aan de Zweedse officier van justitie onvoldoende aanleiding geeft de behandeling van de zaak aan te houden. Met de officier van justitie heeft de rechtbank vastgesteld dat er op dit moment geen sprake is van intrekking van het EAB of van een voornemen tot intrekking van het EAB. Bovendien heeft de officier van justitie in Zweden op 22 april 2024 ten behoeve van de overleveringsprocedure nog een terugkeergarantie verstrekt. Op het verzoek van de raadsman aan de Zweedse officier van justitie kan ook na overlevering in Zweden worden beslist. </para>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_b6ad9c7c-d8f3-4b91-805e-47b37835e82d" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">detention order issued by Varberg District Court on 29.02.2024 in case B 612-24.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Zweeds recht strafbaar feit. Dit feit staat omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_e6a6aaf6-c4db-481c-9756-eaeda751aa73" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit staat op deze lijst onder nummer 5, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Zweden een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Haar overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="italic">Public Prosecutor </emphasis>in Stockholm heeft op 22 april 2024 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">The Netherlands has made surrender to Sweden subject to the condition that </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [opgeëiste persoon] is returned to the Netherlands in order to serve an unconditional </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">prison sentence passed on him in Sweden (article 5.3 in the Council framework </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">decision on the European arrest warrant and the surrender procedures between </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Member States).  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">The Prosecutor General accepts the condition. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conditions laid down by a foreign state in connection to surrender to Sweden </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">shall apply in Sweden according to Chapter 2 Section 13 of the Penal Code. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Consequently, if [opgeëiste persoon] is convicted to a custodial sentence or </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">detention order, he will be returned to the Netherlands in order to serve the </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sentence after the judgment has gained legal force.  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW: Detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman stelt zich op primair het standpunt dat sprake is van een algemeen gevaar van schending van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) bij overlevering van de opgeëiste persoon aan Zweden, nu de opgeëiste persoon in voorlopige hechtenis vermoedelijk in beperkingen gedetineerd zal worden. In het CPT<footnote-ref linkend="_41415f8e-1ebf-417c-ba3e-329fdd90802f" />-rapport van 17 februari 2016 zijn de Zweedse autoriteiten erop gewezen actie te ondernemen om beperkingen alleen op te leggen in uitzonderlijke gevallen en niet langer dan strikt noodzakelijk. In het CPT-rapport van 9 september 2021 zijn er geen verbeteringen waargenomen voor wat betreft het opleggen van beperkingen. Een Zweedse advocaat heeft bij brief van 24 april 2024 geschreven dat het vrijwel zeker is dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Zweden in beperkingen gedetineerd zal worden. Voorts heeft hij geschreven dat vanuit detentie de opgeëiste persoon alleen per vaste telefoonlijn mag bellen met haar familie en dat zij verder geen enkel bezoek mag ontvangen. </para>
      <para>Haar familie beschikt niet over een vaste telefoonlijn en kan dat niet betalen. Het zal er dus op neerkomen dat de opgeëiste persoon gedurende lange tijd in totale isolatie zal worden gedetineerd, hetgeen volstrekt onwenselijk is.</para>
      <para>Voor de opgeëiste persoon geldt dat detentie met beperkingen extra zwaar zal zijn aangezien zij zwanger is, lijdt aan een meerdere psychiatrische stoornissen en voor haar zieke moeder in Nederland moet zorgen. </para>
      <para>Subsidiair verzoekt de raadsman om aanhouding van de behandeling van de zaak om aan de Zweedse autoriteiten nadere vragen te stellen over de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is in eerdere uitspraken overgegaan tot overlevering aan Zweden en heeft op grond van de CPT-rapporten van 2016 en 2021 geen algemeen gevaar aangenomen van een dreigende schending van artikel 4 Handvest. Uit de e-mail van 17 april 2024 van de Zweedse officier van justitie blijkt dat wordt toegezegd dat de procedure in Zweden niet lang hoeft te duren en dat derhalve de duur dat de opgeëiste persoon in detentie (en wellicht in beperkingen) moet doorbrengen in Zweden te overzien is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het volgende beoordelingskader is van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn arrest van 5 april 2016, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru, punt 78) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voorop gesteld dat het beginsel van wederzijds vertrouwen vereist dat elk van de lidstaten, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, ervan uitgaat dat alle andere lidstaten het Unierecht en, meer in het bijzonder, de door dat recht erkende grondrechten in acht te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dergelijke uitzonderlijke omstandigheden doen zich voor indien de uitvoerende rechterlijke autoriteit bewijzen heeft dat er in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in de uitvaardigende lidstaat zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld. In dat geval moet zij beoordelen of dit gevaar in geval van overlevering voor de opgeëiste persoon aanwezig is. Bij haar oordeel moet zij zich baseren op objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden die heersen in de uitvaardigende lidstaat en die kunnen duiden op gebreken die hetzij structureel of fundamenteel zijn, hetzij bepaalde groepen van personen raken, hetzij bepaalde detentiecentra betreffen (Aranyosi en Căldăraru, punten 88-89). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank in 2017<footnote-ref linkend="_84766f87-f034-4a2a-af6c-ada5e70410c7" /> op grond van het CPT-rapport van 17 februari 2016 een algemeen reëel gevaar aangenomen van onmenselijke of vernederende behandeling ten aanzien van personen die suïcidaal zijn en/of een psychiatrisch ziektebeeld hebben en die in Zweden de voorlopige hechtenis in beperkingen ondergaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft per e-mail daags voor de zitting stukken overgelegd waaruit blijkt dat in 2019 een psychologisch onderzoek bij de opgeëiste persoon heeft uitgewezen dat sprake is van persoonlijkheidsproblematiek en dat voldoende kenmerken aanwezig zijn om van een borderline persoonlijkheidsstoornis te kunnen spreken. Uit een verwijsbrief van de  huisarts van 26 april 2024 blijkt verder dat de opgeëiste persoon door recente stressreacties behandeling nodig heeft voor stemmingsklachten in verband met (eerder gediagnosticeerde) PTTS, persoonlijkheidsproblematiek en depressie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daaruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf dat bij de opgeëiste persoon sprake is van een psychiatrisch ziektebeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is echter van oordeel dat het in 2017 vastgestelde algemene gevaar voor gedetineerden met een psychiatrisch ziektebeeld inmiddels is weggenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het CPT-rapport van 9 september 2021 heeft betrekking op een bezoek dat in januari 2021 heeft plaatsgevonden. Uit het rapport blijkt dat destijds nog altijd zorgen bestonden ten aanzien van de in Zweden opgelegde beperkingen bij voorlopige hechtenis. </para>
      <para>In het antwoord van de Zweedse overheid<footnote-ref linkend="_dd743dff-dfcd-49c4-9c09-545bdf8e7013" />van 25 februari 2022 is vervolgens vermeld dat er inmiddels (na het bezoek van de CPT maar voor het verschijnen van het rapport) verschillende maatregelen zijn genomen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“</emphasis>
      </para>
      <para>(…)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A court may permit a request for remand only if the purpose of detention cannot be satisfied by a less intrusive measure, i.e. a travel ban, notification obligation or surveillance. When it nevertheless is necessary to hold someone on remand, it is important to keep the detention as short as possible and not to impose other restrictions than those necessary. Furthermore, a court is obligated to give written reasons for its decision that a suspect is to be held on remand. This obligation also applies to the court’s permission for the prosecutor to impose restrictions on the suspect. Both the decision to detain and the decision on restrictions are open to appeal. An appeal is not subject to any time limits.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">The Government has employed strong efforts in the area of pre-trail detention and restrictions for remand prisoners and has proposed several legislative amendments. The Government submitted the bill </emphasis>More efficient handling of pre-trial detentions and less isolation<emphasis role="italic"> (prop. 2019/20:129) to the Swedish parliament in March 2020. As a result, as of 1 July 2021 the following applies.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- </emphasis>
      <emphasis role="underline italic">The court must now determine not only if restrictions may be imposed, but also what type of restrictions the prosecutor may impose on the suspect.</emphasis>
      <emphasis role="italic"> Consequently, the prosecutor is required to explain to the court the need for each specific restriction. This helps to ensure that no other restrictions are imposed than those necessary in the specific case. Only when it is both necessary and proportionate, the court may give permission to impose restrictions.</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- The prosecutor must now also present </emphasis>
      <emphasis role="underline italic">a time plan</emphasis>
      <emphasis role="italic"> for the preliminary investigation to the court. This should have a steering effect on prosecutors and will help courts to monitor the progress of the  preliminary investigation to make sure that it is not unduly delayed.</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- The courts are permitted, to a greater extent than before, to hold a main </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hearing and a detention hearing at the same time. This will result in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">shorter detention periods.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- Furthermore, </emphasis>
      <emphasis role="underline italic">a time limit </emphasis>
      <emphasis role="italic">of nine months for adults and three months for suspects under the age of 18, is set for remand imprisonment before prosecution. </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">”</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vertrouwt er in het licht van de wetswijziging per 1 juli 2021 op dat de grondrechten van gedetineerden die suïcidaal zijn en/of een psychiatrisch ziektebeeld hebben in Zweden de voorlopige hechtenis in beperkingen ondergaan in acht genomen zullen worden. De rechtbank heeft geen reden te veronderstellen dat de persoonlijkheidsstoornis en overige omstandigheden van de opgeëiste persoon niet door de rechter in Zweden bij de toetsing van de proportionaliteit van eventuele op te leggen beperkingen zullen worden betrokken. Zij concludeert dan ook dat het in 2017 aangenomen algemene gevaar inmiddels niet meer bestaat. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en ziet ook in dit verband geen aanleiding tot aanhouding van de behandeling van de zaak.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering dient op grond van artikel 13 OLW te worden geweigerd aangezien een substantieel deel van het feit zich in Nederland heeft afgespeeld. Bovendien hebben de opgeëiste persoon en de medeverdachte van de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit en vond de invoer van de verdovende middelen in Zweden plaats met een auto met een Nederlands kenteken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het feit gedeeltelijk op Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden maar adviseert de rechtbank af te zien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW op grond van de door hem aangedragen argumenten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 13 OLW niet van toepassing is aangezien er geen concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de feiten gedeeltelijk op Nederlands grondgebied hebben plaatsgevonden. De verdovende middelen zijn weliswaar gevonden in een auto met Nederlands kenteken maar dat maakt (nog) niet dat de feiten in Nederland zijn gepleegd. Niet vermeld is dat de verdovende middelen zijn uitgevoerd vanuit Nederland. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">National Public Prosecution Department – National Unit Against Organised Crime</emphasis> te Stockholm (Zweden) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. B.M. Vroom-Cramer, 				                         		          voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.G. Vegter en A.K. Glerum,                         				   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         		              griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_34bde461-2013-4747-a2cf-89ae4eac7eeb" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b6ad9c7c-d8f3-4b91-805e-47b37835e82d" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6a6aaf6-c4db-481c-9756-eaeda751aa73" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41415f8e-1ebf-417c-ba3e-329fdd90802f" label="4">
    <para>
      <emphasis role="italic">The European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_84766f87-f034-4a2a-af6c-ada5e70410c7" label="5">
    <para>Zie de uitspraak van de rechtbank van 27 december 2017; ECLI:NL:RBAMS:2023:8493</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd743dff-dfcd-49c4-9c09-545bdf8e7013" label="6">
    <para>
      <emphasis role="italic">Response of the Swedish Government to the report of the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) on its visit to Sweden from 18 to 29 January 2021, Strasbourg, 25 february 2022</emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>