<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:4218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-23T11:22:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/088202-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4218">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-22T13:54:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:4218 Rechtbank Amsterdam , 28-05-2024 / 13/088202-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4218:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belgisch EAB ter vervolging - terugkeergarantie - detentiegarantie - artikel 13 OLW- familylife - overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4218:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/088202-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 28 mei 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 21 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_5d7b73d6-36e9-4653-92ea-c901a70da118" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 28 november 2023 door <emphasis role="italic">de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven</emphasis> (België), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
        <?linebreak?>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,<?linebreak?>        ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:<?linebreak?>        [adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 mei 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.E. Toet, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_a21603cc-6bd7-4707-b569-0a6743dbcca8" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB en het A-formulier blijkt dat de onderzoeksrechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven op 28 november 2023 een internationaal bevel tot aanhouding bij verstek heeft gewezen.</para>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. </para>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_179dcbc0-4d90-4fbc-8af7-2de3a6f23549" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten van ontvoering en wederrechtelijke vrijheidsberoving aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 16, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige vier feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal, vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van zware mishandeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van bedreiging met zware mishandeling.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur des Konings te Leuven heeft op 24 april 2024 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit dd. 13 juni 2002 betreffende het </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Europees Aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u overgeleverde onderdaan of ingezetene, in casu [opgeëiste persoon] ([geboortedag]2000)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland wordt overgebracht teneinde deze straf of maatregel aldaar te ondergaan. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden<?linebreak?></title>
    <para>Bij uitspraak van 14 december 2022<footnote-ref linkend="_52c1338c-74f3-482e-9de6-488f97e33c5a" /> heeft de rechtbank in een andere zaak geoordeeld dat er voor alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in België worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden in België, en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldoet. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 16 april 2024 van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken - Centrale autoriteit is de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden? </title>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">
        [opgeëiste persoon] </emphasis>
      <emphasis role="italic">zal worden opgesloten in de gevangenis van Hasselt indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven. </emphasis>
    </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold italic">2.  Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?  </bridgehead>
    <bridgehead role="italic">België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante  internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel. </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">
          [opgeëiste persoon] </emphasis>
        <emphasis role="italic">aan zal worden onderworpen na overlevering: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m²  individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten. </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m²  inclusief vast meubilair. </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">o  De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o  Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen. </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten. </emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Sanitaire en hygiëne omstandigheden </title>
    <bridgehead role="italic">Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de  kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het feit dat de gevangenis in Hasselt nog steeds overvol is en er nieuwe stakingen van het gevangenispersoneel gepland staan, kan volgens de raadsvrouw niet worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon, ondanks de afgegeven individuele detentiegarantie voor de detentie-instelling van Hasselt, zal worden geconfronteerd met onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden. Zij is dan ook van mening dat de overlevering in de onderhavige zaak dient te worden geweigerd op grond van art. 11 lid 1 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is met betrekking tot de detentieomstandigheden in België door de rechtbank een algemeen gevaar vastgesteld van schending van artikel 4 Handvest, maar de door de Belgische autoriteiten afgegeven detentiegarantie is voldoende om het algemene gevaar weg te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_334dbcdc-208e-41e3-9a18-a20f0d2f4910" />De rechtbank is, gelet op de aard en de oorzaken van het vastgestelde algemene gevaar en gelet op de individuele garantie van de Belgische autoriteiten, onder meer voor wat betreft de minimum hoeveelheid individuele levensruimte, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 Handvest, nu het gevaar van een dergelijke behandeling met deze garantie voor hem is weggenomen. </para>
      <para>Op dit moment is dus niet gebleken dat de individuele detentiegaranties, zoals de garantie die ook in deze zaak is afgegeven, niet voldoen. De recente incidenten in Belgische detentie-instellingen maken dit niet anders. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB ziet op feiten die geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.<footnote-ref linkend="_1d74ca26-9c71-46c8-a46a-3480cc2fb0f5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe aan dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- het onderzoek in België is aangevangen;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- het bewijsmateriaal zich grotendeels in België bevindt;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- de Belgische autoriteiten de wens tot vervolging hebben geuit door middel van de  </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">  uitvaardiging van het EAB;</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- het een Belgisch minderjarig slachtoffer betreft;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- het Openbaar Ministerie in Nederland niet voornemens is om vervolging voor de feiten in te  </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">       stellen. </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw van de opgeëiste persoon verzoekt de overlevering op grond van artikel 13 OLW te weigeren aangezien de zaak veel meer raakvlakken heeft met Nederland dan met België. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn. De gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat, in het licht van de door de officier van justitie gegeven argumenten, het gegeven dat de feiten worden geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding vormt om de weigeringsgrond toe te passen. Hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd, is onvoldoende voor de rechtbank om tot een ander oordeel te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Artikel 7 Handvest; het recht op family life</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overlevering aan België zal tot gevolg hebben dat de opgeëiste persoon de komende tijd zijn familie en zijn minderjarige kinderen van 10 maanden en 3 jaar oud niet of nauwelijks meer te zien krijgt. </para>
      <para>Daar komt bij dat hij de zorg draagt voor zijn hulpbehoevende moeder die door een beenamputatie erg afhankelijk van hem is. Hierdoor wordt het in artikel 7 Handvest vastgelegde recht op <emphasis role="italic">family life</emphasis> geschonden en op grond daarvan dient de overlevering te worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie voert aan dat het beroep op <emphasis role="italic">family life </emphasis>geen reden is om de overlevering te weigeren en dat overlevering een gerechtvaardigde inbreuk op het recht op <emphasis role="italic">family life </emphasis>oplevert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat overlevering van de opgeëiste persoon aan België een beperking van zijn recht op eerbiediging van zijn familie- en gezinsleven in de zin van artikel 7 van het Handvest oplevert. De rechtbank is echter van oordeel dat overlevering, gelet op artikel 52, eerste lid, Handvest, een toegestane beperking is van de uitoefening van het hiervoor genoemde recht. Vanwege de tijdelijke aard van de beperking, is de verhouding tussen de belangen die overlevering beoogt te dienen en de beperking in de uitoefening van het recht op familie- en gezinsleven van de opgeëiste persoon, niet onevenredig. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zal het familie- en gezinsleven van een opgeëiste persoon zwaarder wegen dan het legitieme doel dat met zijn overlevering wordt nagestreefd. Deze bijzondere omstandigheden doen zich hier echter niet voor. De beperking in de uitoefening van het recht op <emphasis role="italic">family life </emphasis>zoals neergelegd in artikel 7 van het Handvest, levert daarom geen beletsel op voor overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47, 285, 302, 312 en 317 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven</emphasis> (België) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. B.M. Vroom-Cramer, 				                         		          voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.G. Vegter en A.K. Glerum,                         				   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         		              griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5d7b73d6-36e9-4653-92ea-c901a70da118" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a21603cc-6bd7-4707-b569-0a6743dbcca8" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_179dcbc0-4d90-4fbc-8af7-2de3a6f23549" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_52c1338c-74f3-482e-9de6-488f97e33c5a" label="4">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2022:7536</para>
  </footnote>
  <footnote id="_334dbcdc-208e-41e3-9a18-a20f0d2f4910" label="5">
    <para> HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d74ca26-9c71-46c8-a46a-3480cc2fb0f5" label="6">
    <para> Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>